Read p001-016.pdf, page 1-16 @ Normalize text version

Amerikaanse dromen Frank Lloyd Wright en Nederland onder redactie van Herman van Bergeijk met bijdragen van Anthony Alofsin, Herman van Bergeijk, Daniel Naegele, Timo de Rijk, Mariëtte van Stralen en Sander Woertman en teksten van Jan Wils en J.J.P. Oud

Uitgeverij 010, Rotterdam 2008

Inhoud

7

herman van bergeijk Woord vooraf

9

herman van bergeijk Frank Lloyd Wright, een voorbeeld voor de Nederlandse architectuur

16

herman van bergeijk Amerikaanse dromen

25

anthony alofsin Frank Lloyd Wright and the Dutch connection

51

daniel naegele Authenticity and the popular appeal of Frank Lloyd Wright A revised history of America's most famous architect

81

sander woertman Voorbij het dakoverstek De invloed van Frank Lloyd Wright op Gerrit Rietveld en Jan Duiker

117

herman van bergeijk Frank Lloyd Wright, architectuur voor de gecultiveerde middenklasse

141

mariëtte van stralen Geestverwanten op twee continenten: Wright en Wijdeveld

163

timo de rijk `De nieuwe mensch heeft een nieuw huis noodig' Het Nederlandse interieur en Frank Lloyd Wright

174

jan wils Frank Lloyd Wright Uit: Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, 1921

184

j.j.p. oud The influence of Frank Lloyd Wright on the architecture of Europe Uit: Wendingen, 1925

188 189

Dankwoord Over de auteurs

Woord vooraf

Nergens in Europa heeft Frank Lloyd Wright zo'n grote bekendheid genoten als in Nederland. In de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw werd zijn werk door vele jonge architecten tot uitgangspunt geno men voor het eigen architectonisch ontwerpen, voor de eigen creativiteit. Het werk van de Amerikaanse architect bood antwoord op de vraag hoe een modern gebouw representatief kon zijn zonder gebruik te maken van decoraties, zuilen of historische connotaties. Wright bereikte in zijn bouwwerken een representativiteit met behulp van abstracte architec turale middelen. Hij opende daarmee de weg naar een moderne archi tectuur zonder opvallende en opgeplakte betekenissen, maar niettemin een architectuur rijk aan ruimtelijke effecten. Na zijn dood in 1959 bleef de belangstelling voor Wright onvermin derd groot, ook al verschoof het accent. Niet zozeer zijn veelzijdige en steeds richting gevende oeuvre als wel zijn persoon en leven stonden cen traal. Wright was een controversiële figuur, die door zijn lange en turbu lente leven mythische proporties had aangenomen. Hoewel zijn vele geschriften tegenwoordig nauwelijks nog worden gelezen, sneed hij meer dere thema's aan die ook nu nog actualiteitswaarde hebben. Na de jaren zeventig nam Wrights roem af. De door hem bewust gezochte houding als `eenzaam genie', zijn afzijdige houding gedurende de Tweede Wereld oorlog en zijn vaak sterke reactie op het werk van zijn meer radicale moderne vakgenoten kwamen zijn populariteit niet ten goede. Het tij lijkt nu gekeerd. De recente aandacht voor het suburbane wonen en het streven naar een architectonische kwaliteitsverbetering hebben ervoor gezorgd dat er opnieuw naar het werk van Wright wordt gekeken. Daarmee is het tijd om ook zijn invloed in de jaren twintig en dertig weer onder de loep te nemen en na te gaan waaruit precies de aantrekkingskracht van Wrights architectuur bestond. Dit boek vormt daartoe een eerste aanzet. Het is het resultaat van het onderzoek dat werd uitgevoerd voor de tentoonstelling `Dromen van Amerika. Neder landse architecten en Frank Lloyd Wright', die in 2005­2006 in het Museum Hilversum werd gehouden. Tijdens de samenstelling bleek dat vele aspecten van het onderwerp niet omvattend in de tentoonstel ling konden worden belicht en ontstond het idee om aansluitend een boek met de onderzoeksresultaten te publiceren. De hier gepresenteerde teksten belichten verschillende aspecten van de relatie tussen de Ameri kaanse architect en zijn Nederlandse en andere Europese vakgenoten. Wij pretenderen zeker niet het laatste woord te hebben geschreven over deze complexe verhouding.

Woord vooraf 7

herman van bergeijk Frank Lloyd Wright, een voorbeeld voor de Nederlandse architectuur

`I respect and admire Otto Wagner, Berlage, Gropius, Olbrich, Oud, Wijdeveld, Dudok, Mendelsohn, MalletStevens, Perret, Le Corbusier, and a score of their peers and compeers ­ all fine earnest men at work. We are one family in a great cause. I welcome their advent here in this country (...) But I am not of them. Such I am, I am myself.'1 Met deze woorden distantieerde Frank Lloyd Wright zich in 1928 van zijn spraak makende Europese collega's. Enkele jaren later zou er naar aanleiding van de in New York gehouden tentoonstelling `The International Style' een verdere verwijdering van zijn Europese vakbroeders plaatsvinden. In 1940 vond Wright zelfs dat hij geheel niet werd begrepen in het buitenland en liet weten dat hij genoeg had van `the conspiracy of this foreign clique', die hem slechts voor eigen doeleinden wilde gebruiken.2 Toch kunnen wederzijdse affiniteiten niet worden ontkend en zijn er vele parallelle ontwikkelingen vast te stellen. In de Verenigde Staten bestaat al geruime tijd aandacht voor de wisselwerking tussen Wright en Europese architecten. Het thema lijkt uitputtend te zijn behandeld in het door Anthony Alofsin uitgegeven boek Frank Lloyd Wright. Europe and Beyond uit 1999.3 Deze publicatie beperkt zich echter grotendeels tot de stilistische kenmerken van Wrights werk en besteedt geen aandacht aan de kwestie waarom en hoe hij zo invloedrijk kon worden. Die vraag raakt de kern van de moderne

Frank Lloyd Wright (jaren dertig) 1 F.L. Wright, Collected Writings, Vol. 1, 1894­1930, New York 1992, p. 257. Opvallend is dat Wright hier niet de Engelse architecten C.R. Ashbee en W.R. Lethaby noemt, die sterk door hem zijn beïnvloed. 2 Zie: P. Reed, W. Kaizen (red.), The Show to End All Shows. Frank Lloyd Wright and The Museum of Modern Art, 1940, New York 2004, p. 74. 3 Het boek van Alofsin is niet de eerste publicatie over de relatie tussen Wright en Europa. Al in 1940 publiceerde HenryRussell Hitchcock een kort overzicht in zijn studie `Wright's influence abroad', Parnassus, december 1940, p. 1115.

architectuur in de twintigste eeuw, maar is niet eenvoudig te beant woorden omdat de culturele nalatenschap van Frank Lloyd Wright niet eenduidig is. Wright is de meester van de tegenstrijdigheid, de man van het grote en het kleine woord, de mens die in de natuur een nieuwe god heeft gevonden en die in zijn architectuur tot uitgangspunt neemt. Vandaag de dag lijkt het werk van Frank Lloyd Wright bovenal een Amerikaanse aangelegenheid. In de Verenigde Staten groeien genera ties op met speciaal voor scholieren geschreven boeken over Wrights werk en leven. Het maakt er deel uit van het nationale erfgoed. Brendan Gill concludeert in zijn lijvige boek over Wright dat `elements of [his] designs and of the reasoning process that they embody have become a

Frank Lloyd Wright, een voorbeeld voor de Nederlandse architectuur 9

part of our national consciousness'.4 Het overgrote deel van de informa tie bevindt zich ook in de Verenigde Staten. Amerikaanse publicaties over Wright volgen elkaar in rap tempo op; daar zijn de archieven en de gebouwen, die bedevaartsoorden voor architectuurstudenten zijn gewor den, daar verscheen zijn portret op een postzegel, waardoor miljoenen met hem in contact kwamen, daar bevinden zich de meest fanatieke verzamelaars en fans. We hoeven maar te denken aan Tom Monaghan, de eigenaar van Domino's Pizza, die zelfs de straat waar hij woont en zijn huis aan Wright heeft opgedragen. Het heeft dan ook iets vermetels om vanuit Europa naar dit Ameri kaanse fenomeen te kijken. Alleen als we de architectonische kwaliteit in het oog houden, begrijpen we hoe Wrights invloed aanwezig is in het werk van vele architecten die op het eerste gezicht weinig raakvlak ken met hem lijken te hebben. In Europa was de belangstelling voor deze invloed tot nu toe gering. Nederland (en tot op zekere hoogte Duitsland) vormt enigszins een uitzondering, alhoewel de interesse zich ook hier meestal heeft beperkt tot een academisch onderzoek naar de stilistische invloeden. Een belangrijkste gebeurtenis met betrekking tot de betekenis van Frank Lloyd Wright voor ons land was de tentoon stelling `Americana' in het Rijksmuseum KröllerMüller in 1975, waarin de invloed van de Amerikaanse architect met enige diepgang werd ge presenteerd. Later volgden twee studies van de Duitse architect Heidi KiefNiederwöhrmeier.5 Slechts zelden is echter erkend dat de invloed van Wright van fundamenteel belang is en in zekere zin een blijvend karakter heeft. Wrights bijdrage aan de moderne Europese architectuur is nog niet uitgewerkt. In zijn boek Den ny verden (Uit de nieuwe wereld) uit 1907 schrijft de Deense auteur Johannes V. Jensen: `De huizen in Amerika zijn in een waarachtige heidense stijl gebouwd. Men heeft namelijk het gebruik, het nut in het oog, voordat men aan architectuur dacht. Later zal wel duidelijk worden dat deze stijl mooi is. Want schoonheid volgt de waar heid, zoals deze de kracht volgt.'6 Dit geldt op dat moment vooral voor de huizen van Frank Lloyd Wright, die niet alleen tot doel hadden om functioneel te zijn, maar ook een `portret' moesten vormen van de eige naars. Zijn eigen woonhuis Taliesin was niet alleen een expressie van de eigenaar, maar ook van diens ambities.7 Wright benadrukte altijd dat de eisen en wensen van de toekomstige bewoners het uitgangspunt vorm den bij zijn huisontwerpen. Al in 1910 verkondigde hij: `In America each man has a peculiar, inalienable right to live in his own house in his own way. He is a pioneer in every right sense of the word. His home

4 B. Gill, Many Masks. A Life of Frank Lloyd Wright, New York 1987, p. 509. 5 H. KiefNiederwöhrmeier, Der Einfluß Frank Lloyd Wrights auf die mitteleuropäische Einzelhausarchitektur, Stuttgart 1978, en Frank Lloyd Wright und Europa, Stuttgart 1983. 6 J.V. Jensen, Den ny verden, Gyldendal 1907, p. x. 7 Zie: N.G. Menocal, Wright Studies, Vol. 1, Taliesin 1911­1914, Carbondale/Edwardsville 1992, p. 124125; J. Quinan, Frank Lloyd Wright's Martin house. Architecture as portraiture, New York 2004. Jan des Bouvrie ging nog verder en sprak in een lezing pathetisch over de inrich ting als `een spiegel van de ziel', Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam, 29 november 2005. 8 Geciteerd naar: F. Toker, Fallingwater Rising. Frank Lloyd Wright, E.J. Kaufmann, and America's most extraordinary house, New York 2003, p. 311. 9 Een veelkleurig beeld van Taliesin en de heerschappij van Wright wordt geschetst in: R. Friedland, H. Zellman, The Fellowship. The Untold Story of Frank Lloyd Wright and the Taliesin Fellowship, New York 2006. 10 Voor deze educatieve onderne ming dacht Wright een sponsor te hebben gevonden in de Nederlander P.M. Cochius, de idealistische directeur van de Glasfabriek Leer dam, voor wie hij ook enkele ont werpen maakte. Zie: M. Secrest, Frank Lloyd Wright. A Biography, New York 1993, p. 349. 11 R.C. Henning (red.), `At Taliesin'. Newspaper Columns by Frank Lloyd Wright and the Taliesin Fellowship 1934­1937, Carbondale/Edwardsville 1992, p. 280. Sinds de publicatie van zijn autobiografie in 1932 begon Wright de aandacht weer te trekken. 12 Zie: P. Reed, W. Kaizen (red.), The Show to End All Shows. Frank Lloyd Wright and The Museum of Modern Art, 1940, New York 2004.

10 herman van bergeijk

environment may face forward, may portray his character, tastes, and ideas, if he has any, and every man here has some somewhere around him.'8 Met zijn eerste eigen architectuurbureau The Studio had Wright op dat moment een dusda nige status verworven dat ook leeftijdgenoten tegen hem opkeken. Maar hij maakte zich in Amerika ongeliefd vanwege een huwelijksschandaal, dat hem uiteindelijk ook zou belemmeren om zijn architectuurpraktijk op oude voet voort te zetten. Wright trok zich in 1911 na een Euro pese reis terug in zijn geboortestreek in Wisconsin, waar hij in Spring Green zijn woonhuis met studio Taliesin bouwde. Later zouden de leergierige jongeren die naar Taliesin kwamen Wright het gevoel geven dat hij een soort messias was. Zij lagen aan zijn voeten en volgden zonder tegenspraak zijn bevelen en die van zijn vrouw. Taliesin was zowel zijn eigen architectuurbureau, een laboratorium waar met materialen onderzoek werd gedaan, als de school die hij van groot belang vond voor de Verenigde Staten, omdat er meer dan architectuur werd onderwezen.9 Zijn medewerkers betaalden om voor hem te kunnen werken, niet alleen als architect, maar ook in de bouw en op het land. Op zondagen werden films vertoond voor onder anderen de deelnemers aan het Taliesin Fellowship. De jonge leerlingen kregen een houding aangemeten, maar hielden op hun beurt de geest van de meester lenig. Door hen bleef Wright in contact met veranderingen in de wereld. Taliesin was een complexe, bijna sektarische machinerie die Wright had opgericht om zijn bestaan te vereenvoudigen en om zijn eigen verantwoordelijkheid te beperken.10 Wright zorgde ervoor dat om de zoveel jaar met een publicatie weer aandacht werd besteed aan zijn persoon en werk. In 1932 stelde hij zijn evangelie op schrift in zijn autobiografie. In 1949 publiceerde hij een boek met de merkwaardige titel Genius and Mobocracy. Voor een groot gedeelte was dit een laat eerbetoon aan zijn `lieber Meister' Louis Sullivan. Wright stelde nadrukkelijk dat het boek geen `in memoriam' betrof, maar juist een belofte. Wrights deelname in 1932 aan de tentoonstelling `The International Style' in het Museum of Modern Art moet als niet meer dan een `posthuum' eerbetoon worden beschouwd. Wright leek in de jaren twintig en dertig zelfs van het architectuurtoneel verdwenen. Hij had zich zich in de positie van buitenstaander gemanoeuvreerd. Een positie die later door de venijnige Ameri kaanse architectuurpauszondergeloof Philip Johnson zal worden gekenmerkt als negentiende eeuws. In 1935 werd al geschreven dat Wright eindelijk van zijn welverdiende pensioen aan het genieten was,11 maar als hij in januari 1938 op de cover van Time verschijnt, is er sprake van een comeback. Wright werd een prominent rolmodel. De schandalen uit zijn persoonlijk leven, die vaak breed waren uitgemeten in de pers en waardoor hij berucht was geworden, raakten op de achtergrond. Voortdurend probeerde Wright zijn imago te stileren en aan te passen aan de omstandighe den. Vaak gebeurde dit om een goede indruk te maken op potentiële opdrachtgevers. Bekend is hoe hij in 1940 een tentoonstelling in het Museum of Modern Art geheel naar zijn hand pro beerde te zetten. Dit leidde er onder meer toe dat er geen catalogus bij werd gepubliceerd.12 Tegelijkertijd grossierde hij zo af en toe in Bigness, zoals in zijn ontwerp voor de wolkenkrabber Mile High (1956) of in zijn project voor GrootBagdad (1957). Opmerkelijk is evenwel dat in de openbaarheid zijn architectuur een minder belangrijke rol speelde dan zijn persoonlijkheid. Wright werd gepresenteerd als een kunstenaar die zelfs op hoge leeftijd nog tot creatieve uitbar

Frank Lloyd Wright, een voorbeeld voor de Nederlandse architectuur 11

stingen kon komen, en zo zag hij zichzelf ook: als een geniaal vormgever, als een onuitputtelijke bron van nieuwe ideëen. Wright werd een cultfiguur die met zijn controversiële meningen en provocerende opmer kingen altijd voor spektakel zorgde. Hij presenteerde zich niet als intellectueel, maar als iemand met een nuchter verstand die de problemen van zijn tijd helder wist te analyseren en te verwoor den. Hoewel hij nooit iets banaals zou hebben gezegd als `fuck the context' ­ integendeel hij bracht de omgeving juist zorgvuldig in kaart ­, was hij altijd bereid tot een scherpe oneliner die recht deed aan zijn bijzondere positie. De mythe van de moderne architect werd niet alleen ondersteund door zijn optreden in de media, maar ook door zijn uitdossing. Wright ontwierp zijn eigen kleding en die van zijn vrouw. Zijn smaak was soms ietwat excessief, zodat achter zijn rug mensen vaak om hem lachten. Er zijn talloze anekdotes over zijn bijzondere tenues. Zijn zoon schrijft dat hij een keer ironisch werd uitgemaakt voor `admiral of the Swiss Navy'.13 En Bruce Brooks Pfeiffer verhaalt dat Wright op zondagochtenden verscheen `resplendent in a suit tailored by Stevens of Chicago, a shirt tailormade by Budd of New York, his prokpie had made to order by Geulot of Paris, swinging the familiar malacca walking stick'.14 In Nederland werd het ideeëngoed van Wright door enkele meer radicaal gezinde architecten zoals Theo van Doesburg, J.J.P. Oud en Jan Duiker gebruikt als springplank voor hun eigen opvattingen over een nieuwe bouwkunst. Anderen lieten hun ontwerpen beïnvloeden door de vormenrijkdom die de architectuur van Wright bood. Weer anderen pakten zijn draden op en hebben deze vervolgens in andere richtingen verder gesponnen. In 1925 schreef Wright in het prachtige Wendingennummer dat aan hem werd gewijd (met het omslag van H.Th. Wijdeveld): `All the buildings I have ever built, large and small, are fabri cated upon a unit system ­ as the pile of a ruf is stitched into the warp. Thus each structure is an ordered fabric. Rhythm, consistent scale of parts, and economy of construction are greatly facili tated by this simple expedient...'.15 Wright was bijzonder gecharmeerd van deze publicatie over zijn werk, alleen al vanwege de Japans aandoende opmaak. Hij was een groot liefhebber van de Japanse prent en de wijze van representatie die daarin tot uiting kwam. In het jaar waarin het Wrightnummer van Wendingen verscheen, 1925, publiceerde de Haagse Kunstkring het album Volkswoningbouw, dat een actueel overzicht gaf van de belangrijkste woning bouwcomplexen. In schaal en presentatie was naar een grote eenheid gestreefd. De inleiding was geschreven door H.P. Berlage, de tekeningen waren van de hand van Jan Wils en het omslag was een ontwerp van Vilmos Huszár. In zijn uitstraling concurreerde dit portfolio met de editie die de Duitse uitgever Wasmuth in 1910­1911 over Wright uitbracht, maar de werking ervan bleef beperkt. Het was meer een artistieke dan een architectonische prestatie. Na de Tweede Wereldoorlog leek er in Nederland totaal geen aandacht meer voor Wright te bestaan. Dit is opmerkelijk voor een land dat zich liet voorstaan op zijn democratische principes, omdat Wright zich juist door zijn boeken When Democracy Builds (1945) en The Living City (1958) in de voetsporen van Louis Sullivan en diens discipel Claude Bragdon had opgeworpen als de voorman van een democratische architectuur, die aan het individu de verloren vrijheid zou terug geven. In beide boeken over de stad ging Wright in een vurig betoog tekeer tegen de stedelijke

12 herman van bergeijk

13 J.L. Wright, My Father Who is On Earth, Carbondale/Edwardsville 1994 (tweede druk), p. 96. 14 Frank Lloyd Wright. His Living Voice, Fresno 1987, p. 11. 15 F.L. Wright, `In the Cause of Architecture. The Third Dimen sion', geciteerd in: The Work of Frank Lloyd Wright. The Wendingen Edition, New York [1965], p. 57. In het Bouwkundig Weekblad (1931, nr. 1) wordt gesuggereerd dat Wright bij de presentatie van het eerste aan hem gewijde Wendingen nummer in Nederland was en dat het dochtertje van Wijdeveld hem een `bouquet van fleurige bloemen' aanbood. Er zijn echter geen harde bewijzen dat Wright ooit in Neder land was. 16 F.L. Wright, The Living City, New York 1958, p. 24. 17 Ook op het congres `Building for Modern Man', gehouden in 1947, fulmineerde Wright tegen het Amerikaanse regime en de Ameri kaanse stad, `this pigpiling or human huddling we call the city'. Zie de vrijwel vergeten tekst: F.L. Wright, `Education, Individualism, and Architecture', in: T.H. Creigh ton, Building for Modern Man, Princeton 1949, p. 186. 18 Zie: J. Huizinga, Amerika. Levend en Denkend, Haarlem 1926, p. 28. 19 De inmiddels vergeten maar destijds invloedrijke Just Havelaar lijkt over Wright te spreken als hij in 1921 in zijn boekje Democratie (Arnhem 1921, p. 94) schrijft: `De kunstenaar, de denker, de moralist, kortom de schouwende mensch, is vervuld van zijn eigen leven, van zijn eigen worsteling; deze persoon lijke ervaringen en moeiten veralge meent hij hij tot levensproblemen.' 20 Uit het commentaar van S. in het Bouwkundig Weekblad over nummer 11 van De Stijl, waarin Wils over Wright schreef. Zie: Bouwkundig Weekblad, 1919, nr. 9, p. 56. 21 Zie: F.L. Wright, `In het belang der architectuur', Architectura, 1926, nr. 17, p. 202. 22 Zie onder andere: R. Kousbroek, Nederland: een bewoond gordijn, Amsterdam 1987, p. 3234. 23 F.L. Wright, `To Holland', in: F.L. Wright, J.J.P. Oud, Frank Lloyd Wright. Catalogus van de tentoonstel-

samenleving en vooral tegen New York, waar `high priests of such gang steristics (...) have [been] set up in politics or in professional arm chairs'.16 De staat en de politiek waren in zijn ogen geen vrijheidsdragers meer, maar dienaren van de `Almighty Dollar'.17 Ze hadden geen aandacht voor de `uniquely individual SelfMade Man. Johan Huizinga had gelijk waar hij stelde dat om Amerika te begrijpen het begrip democratie moest worden omgezet van het politieke en sociale in het culturele en algemeen menselijke.18 Voor de Tweede Wereldoorlog had Wright nog voldaan aan het beeld van een democratische architect, zoals dat in Nederland heerste.19 In de ogen van Jan Wils bijvoorbeeld was Wrights architectuur `in waarheid gezond democratisch' ook al doet het `door hare koelheid en gereserveerdheid zoo voornaam' aan.20 In 1914 had Wright geschreven: `De "Democratie" van den gewonen, alledaagschen Amerikaan is niets anders dan het Evangelie van de Middelmatigheid. Als eenmaal begre pen wordt, dat een groote Democratie de hoogst denkbare vorm is van de Aristocratie ­ niet van geboorte of stand of rijkdom, maar van die kwaliteiten, die den man als zoodanig distinctie verleenen ­ en dat zij als maatschappelijke status gekenmerkt behoort te zijn door de eerlijk heid en verantwoordelijkheid van den absoluten individualist als de eenheid van haar structuur, dan en slechts dan kunnen wij een Kunst, dien naam waardig bezitten.'21 De naoorlogse generatie van Nederlandse intellectuelen kon zich daarin niet herkennen en nam er duidelijk af stand van, ondanks het feit dat het Amerika was dat de klok sloeg.22 Wrights uitspraak in 1952 dat Nederland `one of the truly independant Democracies on earth' was, kon dat niet veranderen.23 Het lijkt er verdacht veel op dat in Nederland een psychologisch mechanisme in werking was getreden waardoor de naam van Wright niet meer mocht worden genoemd als een baanbreker voor de Neder landse moderniteit. Hierop doelt architectuurcriticus J.J. Vriend waar schijnlijk als hij schrijft dat `na de Tweede Wereldoorlog (...) Wright hier als het ware [werd] herontdekt als gevolg van de tijdelijke breuk met het Amerikaanse culturele leven'. De redenen hiervoor blijven onduidelijk.24 Ook de architecten van Team X vermeden de referentie, terwijl juist in hun werk vele thema's die Wright had aangesneden weer werden opgepakt om in andere richtingen te worden uitgewerkt. Wel licht werd het feit dat Wright gedurende de oorlog een isolationisti sche, bijna proDuitse en proJapanse positie had ingenomen, hem niet in dank afgenomen. Hoe het ook zij, de geleidelijke en gearticuleerde overgang tussen binnen en buiten was door Wright voor het eerst op de agenda van de moderne architectuur gezet. Al voor de Tweede Wereld

Frank Lloyd Wright, een voorbeeld voor de Nederlandse architectuur 13

oorlog schreef Wright: `In modern building (...) [the] ideal of structu ral cause as organic effect is destined to be the center line of man's modern culture. An organic architecture will be the consequence.'25 Deze ge dachte zou door hem steeds verder worden uitgewerkt tot een niet hiërarchische ordening. Op het feit dat de Unity Temple van Wright voldeed aan het ideaal van Aldo van Eyck van `place and occasion' is al gewezen door Maristella Casciato in 1994.26 Net als Wright is Herman Hertzberger gecharmeerd van ontwerpen waarbij de diagonaal het uit gangspunt vormt. En lang voor Jaap Bakema wees Wright al op de belangwekkende architectuur van de pueblo's in Arizona en New Mexico. In 1975 stelde een autoriteit als Bruno Zevi vast dat Wright een ver geten man was, vooral na zijn dood in 1959: `Once dead (...) his ghost was exorcized. In the last fifteen years, we had all kinds of architectural fashions, BeauxArts revivals in pseudomodern forms, antiheroic attitudes, "modern architecture is dead" schizophrenias, even some late Corbumannerisms, but Wright was forgotten to the joy of those who cannot stand the very notion of genius.' Niettemin was Zevi optimis tisch over de toekomst en zag hij dat Wright weer een helder baken zou kunnen worden in een wereld van `selfsatisfied dissolution. His heroic figure suggests the path towards an authentic antiheroic language which can enhance our daily communication.' Een mediale aanpak zoals van Wright heeft recentelijk een herle ving gekregen doordat architecten zich in het algemeen bewust zijn geworden van het feit dat ze niet alleen op hun architectuur, maar in hoge mate ook op hun presentatie en hun teksten worden beoordeeld. Ze lijken onderdeel geworden van verhalen die groter zijn dan zijzelf. Het ego vormt een substantieel onderdeel van hun architectzijn. Wright wees al op het belang hiervan in zijn autobiografie, die een hagiografisch karakter heeft. Wright was de eerste architect die zich als een absoluut idool gedroeg en zijn activiteiten waren altijd gericht op het vergroten van zijn roem. Vele architecten zijn hem hierin gevolgd, slechts de schaal en maat verschillen.27 Niemand hoeft zich meer te schamen wanneer hij van zichzelf zonder gêne vaststelt: `I am the greatest.' De geschiedenis van Wright blijkt die te zijn van een verdwijnen en weer verschijnen. Zijn werk blijft echter integraal onderdeel van de architectuurgeschiedenis, waarbij zijn invloed nu eens is afgezworen om dan weer op geheel onverwachte plaatsen terug te keren. In dit boek worden aanknopingspunten geboden voor een verdere bestudering van de relatie tussen Wright en Nederland, waarbij de Amerikaanse situatie het uitgangspunt vormt. Anthony Alofsin schetst een overzicht van de contacten en affiniteiten tussen Wright en Europese architecten, geba

ling gehouden in het Ahoy'-gebouw te Rotterdam, Rotterdam 1952. 24 J.J. Vriend, `Frank Lloyd Wright', in: Reflexen. Nederlands bouwen na 1945, Amsterdam 1959, p. 177. 25 F.L. Wright, B. Brownell, Architecture and Modern Life, New York/Londen 1938, p. 52. 26 Zie: J.M. Siry, Unity Temple. Frank Lloyd Wright and Architecture for Liberal Religion, Cambridge 1996, p. 332 noot 57. 27 Zoals J. Früchtl in zijn boek Das unverschämte Ich. Eine Heldengeschichte der Moderne (Frankfurt a.M. 2004) al schreef, betekent nadenken over het Moderne, denken over het ik. Zie over deze thematiek ook: P. Gross, Ich-Jagd, Frankfurt a.M. 1999.

14 herman van bergeijk

seerd op de vele studies die hij aan dit onderwerp heeft gewijd. Daarbij corrigeert hij op saillante punten de gangbare opvattingen en toont aan dat de kwestie van de verspreiding van Wrights werk in Europa veel gecompliceerder is dan in veel boeken over de twintigsteeeuwse architec tuur wordt geschetst. Dan Naegele beschrijft hoe Wright een icoon werd in de Verenigde Staten (en daarmee ook in Europa). De populariteit was niet alleen te danken aan zijn gebouwde ont werpen, maar ook aan de wijze waarop hij zelf zorgvuldig zijn imago construeerde en daarbij de media voor zich wist in te zetten. Sander Woertman behandelt de invloed van Wright op de meer radicale architecten, en met name degenen die Wright als opstapje naar een nieuwe archi tectuur gebruikten. De economie die Wright nastreefde, werd door deze architecten nog een stap verder doorgezet. Mijn eigen bijdrage gaat in op de relatie tussen Wright en de middleofthe roadarchitecten in Nederland. Deze meer gematigde architecten zagen in Wright het voorbeeld van een moderne architectuur die toch zekere waarden uitstraalde. In het werk van velen van hen representeerde de open haard het warme centrum van het huis en van de familie. Hoewel in de buitenwijkwoningen de open haard vaak ontbreekt, zijn deze architecten de voorbeelden voor de zogenaamde jarendertigstijl die opgang maakt in de vinexwijken. Een onderscheid met de voor oorlogse architectuur is soms moeilijk te maken, alhoewel de achterliggende gedachten en de context geheel anders zijn. Mariëtte van Stralen belicht de vergaande vriendschap en de uitwis seling van ideeën tussen Wright en H.Th. Wijdeveld. Het utopisch en creatief gehalte van hun beider werk krijgt daarbij de nodige aandacht. Uit haar betoog blijkt dat in de Nederlandse architectuur het werk van Wijdeveld de meeste overeenkomsten vertoont met dat van Wright. De bijdrage van Timo de Rijk ten slotte behandelt de invloed van Wright op het Nederlandse interieur. Het wonen zoals Wright zich dat voorstelde, maakte hier diepe indruk op de beter bemiddelde klasse die zich het elan van een moderne generatie wilde aanmeten. Het boek besluit met teksten van Jan Wils uit 1921, waarin hij Wright beschrijft als architect van de `nieuwe bouw kunst', en van J.J.P. Oud uit 1925, waarin hij de invloed van het kubisme en van Wright voor de Europese architectuur belicht. Ik hoop dat de teksten een ander, meer historisch verantwoord licht kunnen werpen op recente ontwikkelingen in de architectuur, zonder overigens de illusie te koesteren dat deze daardoor van richting of stemming zullen veranderen.

Frank Lloyd Wright, een voorbeeld voor de Nederlandse architectuur 15

herman van bergeijk Amerikaanse dromen

Frank Lloyd Wright was zich gedurende zijn hele carrière bewust van het belang van de media. Hij creëerde een ware propagandamachine, die na zijn dood door zijn vrouw en kinderen in leven werd gehouden. Elk door hem of later door zijn familie gepubliceerd boek was reclame en erop gericht om de mythe rond de architect te vergroten. Wright was de eerste cultfiguur in de architec tuur, een rol die sindsdien door meerdere jongere collega's met gretigheid is overgenomen. Daar door kunnen we stellen dat hij een soort rolmodel was voor de ontwikkeling van de twintigste eeuwse architectuur en het denken daarover. De afbeeldingen in de volgende beeldessays, die voornamelijk afkomstig zijn uit toonaange vende Nederlandse architectuurtijdschriften van voor de Tweede Wereldoorlog, laten zien hoe het werk van Frank Lloyd Wright in Nederland stelselmatig tot voorbeeld heeft gediend. Er was sprake van directe invloed van Wright, maar ook van invloed via het werk van anderen, onder wie de Hilversumse architect Willem Marinus Dudok. Vele vakgenoten probeerden Dudoks ontwer pen te evenaren en kopieerden deze als het ware. De invloed van Wright kwam zo uit de tweede hand. In de derivaten varieert daardoor de hoeveelheid kenmerken van het werk van Wright. Soms herkennen we alleen de voorkeur voor grote muurvlakken van het aardse materiaal bak steen. Soms beperkt de imitatie zich tot het ver overstekende dak of gaat de invloed van Wright niet verder dan het zoeken naar een afgewogen compositie van verschillende bouwvolumes. En af en toe is er slechts sprake van een overname van de plattegronden van een werk van Wright. De reeks van bouwwerken die we hier laten zien, is een selectie en dus verre van volledig. Concluderend kunnen we stellen dat de invloed die Frank Lloyd Wright in Nederland heeft gehad gedurende de twintigste eeuw zich laat gelden in een enorm aantal gebouwen. Maar van daag de dag zijn Wrights landhuizen opnieuw bijzonder populair. Nu de smaak van de consument een toenemende invloed uitoefent op de architectuur van de woningbouw, blijken de landhuizen van Wright opnieuw populair als inspiratiebron voor vrijstaande huizen en appartementgebouwen. Onder verwijzing naar het Wrightiaanse landhuis worden op internet woonhuizen aangeboden met aantrekkelijke namen als `Comfortvilla Rosanna ' en `Modelwoning Victoria'. Voor de statige architectuur of het groene karakter en de transparantie heeft het werk van Wright model gestaan.1 Dergelijke huizen hebben echter vaak zeer weinig of niets gemeen met Wrights ontwerpen, behalve dan dat ze in een traditionele stijl zijn uitgevoerd: kapdak met ver overstekende dakrand, veranda, een aantal kamers waaronder een werkkamer ­ het is immers de trend om een bedrijf aan huis te hebben ­ en een zolder. Ze representeren de revival van de jaren twintig, maar terwijl toentertijd sprake was van vingeroefeningen in een nieuw, abstract idioom dat nog geen traditie kende, zijn de huidige aftreksels van de Wrightiaanse stijl slechts gericht op een aangename

16 herman van bergeijk

beeldwerking van het huis en de wijk, met een hogere marktwaarde als gevolg. Het experimentele karakter en de combinatie van Wrightiaanse elementen met vernacular kenmerken zoals de architectuur van de jaren twintig die manifesteerde, zijn in de revival-ontwerpen geheel verdwenen. De naam Wright is verworden tot een brand dat de verkoop moet stimuleren. Er is geen sprake meer van emulatie maar van imitatie, iets wat Wright met grote stelligheid verfoeide: `Niet imiteren ­ wel emuleren; dat is: iets begrijpen tot in zijn binnenste wezen: de gedachtegang volgen, die deze vorm teweeg bracht; en dan met dezelfde methode tot iets nieuws, tot iets eigens, tot de schepping komen ­ want dan heb je het gebouw begrepen en als je iets begrepen hebt, dan verzeker ik je, dat je nooit zult copiëren.'2 De reeks van bouwwerken die we hier laten zien, is een selectie en dus verre van volledig. Om het inzicht te vergemakkelijken hebben we de bouwwerken naar verschillende thema's als blok, vlak en dak gegroepeerd waardoor overeenkomsten direct in het oog springen. Niettemin blijft zo'n sortering arbitrair en laten we de vrijheid aan de lezer om zelf andere overeenkomsten te vinden.

1 `De woningen kenmerken zich door een statige architectuur, geïnspireerd op het werk van de beroemde Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright', zoals staat geschreven in een reclametekst van projectontwikkelaar Amstelhoven voor woningen in Amstelveen, en: `Om een groen karakter en transparantie te bereiken is gekozen voor een lage horizontale architectuur die is geïnspireerd op de architectuur van Frank Lloyd Wright', aldus projectinformatie van Inbo Architecten. Het zijn slechts twee van de talloze voorbeelden waarmee ontwikkelaars op internet adverteren. 2 Geciteerd in: H. Hartsuyker, `Ontmoeting met Frank Lloyd Wright', Forum, 1950, nr. 8, p. 311.

Amerikaanse dromen 17

vinex pbv Architecten, Villa Van Duyn, Wassenaar, 1996 N.M. Ramakers, villabouw, Sittard, begin jaren dertig 18

ibbm Architecten, villa Hillegersberg, Rotterdam, 1996

Inbo Architecten, Villahof De Mare, Rijswijk, 2000 (foto: Ger van der Vlugt)

19

A.B. Haverkamp, villa langs de Rotte, Rotterdam, 2004

A.J. Westerman, Apollolaan, Amsterdam, 1925-1927 20

Inbo Architecten, Gnoelaan, Hilversum, 2000 (foto: Ger van der Vlugt)

C. Brandes, Hoogwerflaan, Den Haag, 1925

Woningbouw Hoornse Zoom, Delft, 2003

21

Information

p001-016.pdf, page 1-16 @ Normalize

17 pages

Report File (DMCA)

Our content is added by our users. We aim to remove reported files within 1 working day. Please use this link to notify us:

Report this file as copyright or inappropriate

529625

Notice: fwrite(): send of 198 bytes failed with errno=104 Connection reset by peer in /home/readbag.com/web/sphinxapi.php on line 531