Read ExWftBeleggen1.pdf text version

OEFENEXAMEN Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur

NIBE-SVV, 2008

Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur

1.

Het cliëntprofiel stelt de adviseur in staat om te bepalen welke risico's: A. B. C. de klant financieel en emotioneel kan lopen. de klant kan lopen uitsluitend gelet op zijn financiële situatie. het gewenste rendement voor de klant opleveren.

2.

Nadat er enige tijd sprake is van een hoogconjunctuur, nemen de groeicijfers af. Er is sprake van een A. B. C. baisse. recessie. depressie.

3.

Johan belegt al meer dan 12 jaar. Zijn zeer offensieve beleggingsportefeuille heeft zich in die periode ontwikkeld tot een neutrale beleggingsportefeuille. In overleg met zijn beleggingsadviseur besluit Johan zijn portefeuille aan te passen. Deze actie omschrijft men met A. B. C. een veranderlijk risicoprofiel. rebalancing. scheefgroei.

4.

De effectenportefeuille van Jantien is gebaseerd op een neutraal risicoprofiel: Nederlandse staatsobligatiefonds: EUR 70.000,--; Hollands aandelenfonds: EUR 15.000,--; aandelen Getronics: EUR 30.000,--; aandelen Koninklijke Olie: EUR 25.000,--. Totale waarde: EUR 140.000,--. Is deze portefeuille goed gespreid? A. B. C. Ja, 50% aandelen en 50% obligaties is een goede verhouding voor een neutrale portefeuille. Nee, er is sprake van een slechte spreiding binnen de aandelen. Nee, er is sprake van een slechte spreiding binnen de obligaties.

5.

Hanneke, 28 jaar, is van plan om als zij 55 jaar is te stoppen met werken. Daarom gaat zij beleggen. Hoe wordt dat beleggingsdoel omschreven? A. B. C. Geen specifieke prioriteit. Een objectieve prioriteit. Een subjectieve prioriteit.

©

NIBE-SVV, 2008

2

Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur

6.

De volgende gegevens van een obligatie zijn bekend: De koers bedraagt 92%. De aflossing geschiedt in gelijke delen. De resterende looptijd is 10 jaar. Wat is de gemiddelde looptijd van de obligatie? A. B. C. 4,6 jaar. 5 jaar. 5,5 jaar.

7.

Een beleggingsadviseur legt zijn klant uit wat er precies wordt bedoeld met de verschillende vormen van rendement en hoe deze worden bepaald. Daarbij doet de adviseur de volgende JUISTE bewering aan zijn klant: A. B. C. Het historisch rendement is NIET afhankelijk van de periode waarover dit is gemeten. Het verwacht rendement is gebaseerd op het historisch rendement. Het direct rendement wordt gevormd door de koersbewegingen van de vermogensobjecten waarin wordt belegd.

8.

Uit een periodieke evaluatie met een klant blijkt dat het rendement op de beleggingen fors achterblijft bij het oorspronkelijk verwacht rendement. Het vermogensdoel is het aflossen van een hypothecaire lening. Op basis van de huidige rendementsverwachtingen zal deze klant zijn doelvermogen NIET halen. Het risicoprofiel is ongewijzigd. Welke van de onderstaande acties past bij deze situatie en bij deze klant? A. B. C. Verkorten van de beleggingshorizon. De samenstelling van zijn beleggingsportefeuille zodanig wijzigen dat hij risicovoller belegt. Verhogen van de inleg.

9.

De ECB besluit haar rentetarieven flink te verlagen om de economie te stimuleren. Zowel de geldmarktrente als de kapitaalmarktrente daalt hierdoor. Wat gebeurt er met de koers van obligaties? A. B. C. Die zal dalen. Die zal gelijk blijven. Die zal stijgen.

10.

Een belegger verwacht gedurende langere periode een gemiddeld rendement van 3,7%. Na hoeveel jaar is zijn vermogen bij benadering verdubbeld? A. B. C. Na 15 jaar. Na 20 jaar. Na 25 jaar.

©

NIBE-SVV, 2008

3

Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur

11.

De OG-cyclus bij het beleggen in vastgoed, A. B. C. loopt in het algemeen parallel met de economische conjunctuur. duurt meestal een jaar of tien. loopt meestal iets voor op de economische conjunctuur.

12.

Door economische groei en de daarmee gepaard gaande inflatie daalt het rendement van een bestaande A. B. C. vastgoedbelegging. liquiditeitenbelegging. obligatiebelegging.

13.

Wat geeft het scenario bij pessimistische voorspelling in de financiële bijsluiter aan? Dit scenario geeft aan A. B. C. hoe lang het duurt voordat de belegger bij tegenvallende resultaten zijn doelvermogen heeft bereikt. wat er gebeurt met de waarde van het product wanneer de resultaten gedurende langere periode tegenvallen. hoeveel procent kans een belegger heeft om zijn vermogensdoel NIET te halen.

14.

Welke van de onderstaande uitspraken over beleggen in vastgoed is JUIST? A. B. C. Een vastgoedbelegging geeft een INstabiele inkomensstroom. Vastgoedbeleggingen bieden GEEN bescherming tegen inflatie. Beleggingen in vastgoed gaan gepaard met hoge kosten.

15.

Joseph wil zijn vermogen onderbrengen bij individueel vermogensbeheer. Wat houdt de vermogensbeheerrelatie in? A. B. C. De vermogensbeheerder moet elk transactievoorstel aan Joseph voorleggen. De vermogensbeheerder heeft in beginsel een onbeperkt mandaat van Joseph. Bij vermogensbeheer worden afspraken gemaakt over de betrokkenheid van Joseph bij elke transactie.

16.

Individueel beleggen heeft voordelen ten opzichte van collectief beleggen. Een voordeel van individueel beleggen is dat de klant A. B. C. minder tijd, kennis en energie nodig heeft. meer mogelijkheden heeft met een klein vermogen. invloed heeft op het beleggingsbeleid.

©

NIBE-SVV, 2008

4

Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur

17.

In de financiële bijsluiter wordt de guise genoemd. Wat geeft de guise weer? A. B. C. Het gemiddelde rendement per jaar bij een tegenvallende ontwikkeling. Het bedrag dat aan het eind van de looptijd kan worden uitgekeerd in minder optimistische scenario's. Het gegarandeerde rendement per jaar, uitgaande van vastomschreven slechte eventualiteiten.

18.

Floortje heeft de financiële bijsluiter gelezen van een beleggingsproduct. In die bijsluiter staat een scenario bij pessimistisch rendement doorgerekend. Zij vraagt aan haar beleggingsadviseur wat het `pessimistische scenario' inhoudt. De beleggingsadviseur verwijst bij zijn antwoord naar de statistiek en geeft op basis daarvan antwoord. Welke uitleg over het `pessimistische scenario' is in dit verband JUIST? A. B. C. Het slechtste resultaat dat een belegger kan maken. Het gemiddeld resultaat in 10% van de slechtste gevallen. Het resultaat waarbij geldt dat het rendement gelijk is aan 0%.

19.

Gert Jan evalueert zijn beleggingen. Binnenkort zal hij een flinke salarisverhoging krijgen. Zijn financieel adviseur kan hem het beste voorstellen om A. B. C. uitsluitend een nieuw risicoprofiel op te stellen. uitsluitend een nieuwe strategische assetallocatie te bepalen. een nieuw risicoprofiel op te stellen én eventueel bij een gewijzigd profiel een nieuwe strategische assetallocatie te bepalen.

20.

Een beleggingsfonds administreert de doorlopende administratiekosten onder de A. B. C. transactiekosten. aan- en verkoopkosten. beheerkosten.

21.

Uit de verkoop van haar bedrijf heeft Annette een flinke som geld overgehouden. Zij heeft een korte beleggingshorizon, want zij heeft het geld binnenkort nodig voor de aankoop van een nieuw bedrijf. Hoe kan zij haar geld het beste uitzetten? A. B. C. In een hedgefonds. Via een beleggingsfonds. Via een spaarrekening.

©

NIBE-SVV, 2008

5

Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur

22.

Met welke van onderstaande vragen kan de financieel adviseur de risicobeleving van de cliënt mede bepalen? A. B. C. Hoe lang heeft u ervaring met het beleggen in aandelen en obligaties? Hoe vaak wilt u aandacht besteden aan uw effectenportefeuille? Hoeveel jaar kunt u de te beleggen gelden missen?

23.

Jos koopt op 1 januari 2007 voor EUR 80.000,-- nominaal obligaties met een coupon van 4%. De coupon wordt uitgekeerd op 31 december van elk jaar. De belegger zet zijn ontvangen coupon op een internetspaarrekening waarover hij 3% rente ontvangt. Hoe groot is de waarde van bovenstaande beleggingen op 1 januari 2009? A. B. C. EUR 86.496,--. EUR 86.592,--. EUR 86.595,--.

24.

Kenmerkend voor een clickfonds is A. B. C. de vaste looptijd. de zekerheid dat elke koersstijging ten gunste van de belegger komt. dat de koersstijging achterblijft bij een stijging van de beurskoers.

25.

Ronald is in de jaren `90 begonnen met beleggen en heeft naast de goede jaren ook de slechte jaren meegemaakt. Hij heeft nu besloten al zijn aandelen weg te doen als de AEX weer op het niveau staat van 1 januari 2000. Hij is zich er van bewust dat de huidige koers van zijn aandelen voor die tijd ook kan zakken. Welk uitspraak over Ronald is juist? A. B. C. Ronald vertoont casinogedrag. Ronald kiest op basis van naïeve diversificatie. Ronald hanteert een ankerpunt.

26.

Lodewijk, 58 jaar en zeer vermogend, belegt al jaren. Regelmatig discussieert hij met zijn financieel adviseur over de verschillende beleggingsmethoden. Lodewijk toont daarmee aan de voorkeur te geven aan A. B. C. een adviesrelatie. execution only. een vermogensbeheerrelatie.

27.

Merel verwacht een inflatie van 1,5%. Daarnaast moet zij jaarlijks 1,2% vermogensrendementsheffing over haar vermogen betalen. Welk rendement moet Merel minimaal behalen als zij haar koopkracht in stand wil houden? A. B. C. 1,2%. 1%. 2,7%.

©

NIBE-SVV, 2008

6

Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur

28.

Een adviseur stelt aan Annegriet de volgende vraag: `Hoe bent u aan uw vermogen gekomen?' Waarom zal de adviseur deze vraag stellen? A. B. C. Om de minimaal vereiste beleggingshorizon van Annegriet vast te kunnen stellen. Om de risicotolerantie van Annegriet beter te kunnen inschatten. Omdat daar een voorkeur uit blijkt voor de spreiding over de verschillende beleggingscategorieën van Annegriet.

29.

Bob (50 jaar) heeft een eigen woning met een beleggingshypotheek. Daarnaast heeft hij nog een bescheiden effectenportefeuille. Bob komt zijn financieel adviseur tegen in de schouwburg. Hij vertelt dat hij een flinke promotie heeft gemaakt. Moet de financieel adviseur onderzoeken of hij voor Bob een nieuw risicoprofiel moet opstellen? A. B. C. Ja, een loonstijging kan invloed hebben op zijn objectieve en subjectieve risicohouding. Nee, een loonstijging heeft GEEN invloed op zijn risicobeleving. Nee, zijn vermogensdoel en beleggingshorizon zijn ongewijzigd.

30.

Een belegger kan kiezen tussen (1) het accepteren van een verlies van EUR 80.000, - en (2) een kans van 20% om dat verlies geheel te voorkomen, maar met een kans van 80% op een hoger verlies en wel van EUR 100.000, -. Welke belegger vertoont risico-avers gedrag? A. B. C. De belegger die kiest voor alternatief 2. De belegger die kiest voor alternatief 1. De belegger die onverschillig is ten aanzien van alternatief 1 of 2.

31.

Neto en Rosa zijn allebei 55 jaar. Een maand geleden hebben zij hun restaurant verkocht. Na de verkoop is netto een bedrag van EUR 300.000,-- overgebleven. Dit bedrag hebben ze nodig om van te leven. Ze hebben in het verleden geen pensioen opgebouwd. Wat is het meest waarschijnlijke risicoprofiel van Neto en Rosa? A. B. C. Offensief, ze hebben een hoog rendement nodig. Neutraal, ze hebben een korte beleggingshorizon. Defensief, hun vermogensdoel heeft een objectieve prioriteit.

32.

De adviseur van Gijsbrecht heeft hem drie soorten aandelenfondsen voorgelegd. Gijsbrecht wil het aandelenfonds kiezen met relatief het laagste risico. Welk fonds moet Gijsbrecht kiezen? A. B. C. Het Chinafonds. Het IT-fonds. Het AEX aandelenfonds.

©

NIBE-SVV, 2008

7

Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur

33.

Bert wil een lijfrenteverzekering sluiten waarbij de premies belegd worden in beleggingsfondsen. Hij doorloopt het gehele adviestraject met zijn financieel adviseur. De adviseur controleert het dossier van Bert, voordat hij overgaat tot uitvoering van de beleggingsbeslissingen. Welke van onderstaande documenten moet in ieder geval in dit dossier zitten? A. B. C. Het vastgestelde risicoprofiel. De definitieve aangifte inkomstenbelasting van het voorgaande jaar. Door Bert van zijn pensioenfonds ontvangen pensioenberichten.

34.

Hieronder staan twee soorten beleggingsinstellingen: 1. Closed-endfonds. 2. Open-endfonds. Welke soorten beleggingsinstellingen hebben GEEN vast aandelenkapitaal? A. B. C. Uitsluitend 1. Uitsluitend 2. Zowel 1 als 2.

35.

Een rationele belegger kijkt vooral naar A. B. C. gemiddelde resultaten. absolute resultaten. relatieve resultaten.

36.

Een risicotolerantiemodel kan worden gebruikt om A. B. C. de risicobeleving van de klant vast te stellen. het door de klant gewenste gemiddelde rendement te kunnen vast stellen. de ontwikkeling van een vermogen in te schatten.

37.

Hieronder staat een aantal beleggingsfondsen met bijbehorend rendement en risico: 1. Nederlands aandelenfonds: rendement 15,2%, risico 17,1% 2. Obligatie beleggingspool: rendement 7,6%, risico 3,7% 3. Alles-in-één-fonds: rendement 11,4%, risico 6,8% 4. Liquiditeitenfonds: rendement 3,2%, risico 1,0% 5. Europees aandelenfonds: rendement 20%, risico 9,8% Welke van onderstaande combinaties past het best bij een neutraal risicoprofiel? A. B. C. Een combinatie van 1 en 5. Een combinatie van 2 en 3. Een combinatie van 2 en 4.

©

NIBE-SVV, 2008

8

Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur

38.

Als de rentetarieven voor langere periodes hoger zijn dan voor kortere periodes, dan A. B. C. heeft de yieldcurve een stijgend verloop. blijft de yieldcurve gelijk. heeft de yieldcurve een dalend verloop.

39.

In het algemeen zijn de kosten van beleggen via een beleggingsfonds A. B. C. lager dan de kosten van direct beleggen. Dit komt onder andere door het bewaarloon. gelijk aan de kosten van direct beleggen. hoger dan de kosten van direct beleggen. Dit komt onder ander door managementfee.

40.

Waardoor kan de toelaatbare risicograad van een belegger veranderen? A. B. C. Uitsluitend door een verandering in de beleggingshorizon. Uitsluitend door een verandering in het vermogensdoel. Door verandering in de beleggingshorizon, het vermogensdoel én de toenemende beleggingservaring.

n

©

NIBE-SVV, 2008 9

Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur

Antwoorden Wft-Beleggen/DSI Financieel Adviseur 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. A A B B C C B C C B B C B C B C B B C C C A A A C A C B A B C C A B C C B A C C

U dient 28 van de 40 vragen goed te hebben om te slagen.

©

NIBE-SVV, 2008

10

Information

10 pages

Find more like this

Report File (DMCA)

Our content is added by our users. We aim to remove reported files within 1 working day. Please use this link to notify us:

Report this file as copyright or inappropriate

115125


You might also be interested in

BETA