Read DEELNEMERSREGLEMENT text version

E.J. Daalder Rechten studeren om advocaat te worden Om nu te zeggen dat ik er welbewust voor heb gekozen rechten te gaan studeren, nou nee. De keuze voor deze studie was voornamelijk een negatieve: er was geen andere studie die mij bijzonder aantrok en met rechten kon je alle kanten op. Afkomstig uit een academisch milieu trok voornamelijk het wetenschappelijke van de studie mij wel aan. Ik verkeerde in de veronderstelling dat rechten een abstracte, technische studie was, waarbij je zou leren hoe je via de wet en de rechtspraak het antwoord op een vraag eenvoudig te vinden. Nadat ik nog net met de studie was begonnen, vroeg mijn vader mij het antwoord op wat een eenvoudige casus leek: wat gebeurt er als een bank, die aan iemand een hypothecaire lening heeft verstrekt met een looptijd van twintig jaar, failliet gaat? Naarstig bladerde ik in mijn Rode Kluwer, ergens in het derde boek van het oude BW, maar tevergeefs. Nergens kon ook maar het begin van het antwoord worden gevonden. Na enige tijd zag ik dat rechten meer is dan de wet en de rechtspraak en de digitale toepassing daarvan. Twee jaar in de rechtswinkel bracht mij in aanraking met echte problemen, die op colleges of in de handboeken nooit aan de orde kwamen. Ik zag hoe het recht mensen, die in de problemen zitten kan helpen, maar zeker ook wanneer dat niet het geval was. Onrecht bleek niet altijd door toepassing van het recht te keren. Nadat ik een kort geding had mogen bijwonen, besloot ik advocaat te worden. Daarbij koos ik bewust voor een groot Haags kantoor. Daar zaten immers de cassatieadvocaten en die mochten zich uitleven in lange, tenminste wetenschappelijk getinte, processtukken. Ook dat viel tegen: de meeste cassatiedossiers die ik onder ogen kreeg, bevatten niet of nauwelijks rechtsvragen. En toen ik van mijn patroon op eigen naam beroep in cassatie mocht instellen tegen een arrest van het Hof waarin de alimentatie van een vrouw jaren na de echtscheiding werd beëindigd, maakte ik een middel met weliswaar allerhande motiveringsklachten, maar zonder een rechtsklacht. Zonder dat ik daar iets aan had bijgedragen kreeg mijn cliënte van de Hoge Raad gelijk: de Hoge Raad formuleerde uit zichzelf een algemeen kader voor de beoordeling van langdurige alimentaties en liet mijn motiveringsklachten voor wat ze waren.1 Vanaf dat moment ging ik beseffen dat het recht meer is dan louter toepassing van de wet en de rechtspraak. Ik leerde dat het recht niet op zichzelf staat, maar

1 HR 11 februari 1982, NJ 1983, 596

in een maatschappelijke omgeving opereert. Het werd mij verder duidelijk dat het recht zich ontwikkelt afhankelijk van die maatschappelijke omgeving. Verder kunnen ontwikkelingen in het ene rechtsgebied ook doorwerken naar een ander terrein. Zo kunnen aan het bestuursrecht behoorlijkheids- en zorgvuldigheidsnormen worden ontleend die ook goed kunnen worden toegepast in de verhouding tussen burgers en grote ondernemingen. Daarnaast bleek het recht veel minder digitaal dan ik aanvankelijk dacht. Het antwoord op een rechtsvraag is niet altijd terug te vinden in de wet of de rechtspraak. Daarom vormen elektronische hulpmiddelen, zoals CD-roms met rechtspraak, niet meer dan een technisch hulpmiddel. Ook de werkelijkheid blijkt van belang. Zo is een uitspraak van de rechter meestal niet meer dan een beslissing in een concreet geschil tussen twee of meer partijen, waarbij wat de partijen wel, maar zeker ook wat zij niet ter onderbouwing van hun gelijk hebben aangevoerd, grotendeels bepalend is voor de uitkomst van het proces en de overwegingen in de uitspraak. Het recht biedt verder mogelijkheden om buiten de rechter om tot een voor alle partijen bevredigende oplossing te komen. Iedere advocaat of andere rechtshulpverlener kan en moet daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Simpel kan dat door de cliënt te adviseren om niet te gaan procederen. Moeilijker is het om dan toch de cliënt tevreden te houden. Dat kan vaak door het bedenken van alternatieven, die in de richting van een oplossing gaan. Andere technieken dan boze brieven en het opstellen van processtukken kunnen worden gebruikt: overleg, mediation, etc. Sociale vaardigheden, inzicht in wat een ander beweegt en wat omgaat in de wederpartij en zijn advocaat zijn belangrijk. Kortom: het is niet zo eenvoudig om een goed advocaat te zijn. Wat is daarvoor nodig? In mijn opvatting is het belangrijkste een goede, parate basiskennis van het recht. Een goed jurist moet kennis hebben van tenminste de basisbeginselen van het civiele recht, het strafrecht, het bestuursrecht, het handelsrecht en het personen- en familierecht. Rechtsgebieden lopen in elkaar over. Zo kan de wijze waarop de strafrechtjurist een probleem oplost richtinggevend zijn voor de oplossing van een bestuursrechtelijk probleem. Advocaten moeten daarnaast de verschillende procesrechten kennen. Dat leren ze weliswaar op de beroepsopleiding, maar ook hier is basiskennis onmisbaar. In de tweede plaats moet een advocaat beschikken over een goed

2

analytisch vermogen. Juist omdat het `harde recht' niet altijd de oplossing aandraagt, moet hij door redeneren tot een oplossing voor een probleem kunnen komen. Daarvoor moet hij relevante van irrelevante feiten kunnen scheiden, algemene rechtsregels uit de wet, rechtspraak en literatuur kunnen halen en deze zo nodig toepassen, maar ook weten wanneer die regel niet of een andere regel juist wel analoog kan worden toegepast. Creativiteit is een van de belangrijkste eigenschappen van een advocaat. Verder moet een advocaat natuurlijk beschikken over vaardigheden als het goed kunnen communiceren met mensen, compassie en inlevingsvermogen hebben, het vermogen argumenten goed schriftelijk te verwoorden en te formuleren in het openbaar en zeker ook een goed besef van de maatschappelijke realiteit. Maar er is meer. Juristen hebben zelden de neiging de betekenis van het recht te relativeren. Ze stellen het recht boven alles. Onvrede over de gevolgen van de toepassing van het recht wordt vaak afgedaan met de mededeling dat het nu eenmaal `juridisch niet anders kan'. Te vaak beseffen juristen niet dat het recht pas echt werkt al het maatschappelijk ook wordt geaccepteerd. Voor de maatschappelijke acceptatie van het recht is nodig dat de jurist ­ en zeker ook de advocaat ­ beseft dat niet-juristen wel eens heel anders tegen het recht kunnen aankijken dan zij. Pas als dat besef steeds aanwezig is én daarnaar ook zonodig wordt gehandeld, toont degene die zijn of haar rechtenstudie heeft afgerond zich ook een goed jurist of advocaat. De lezer zal de vraag stellen of ik inmiddels het antwoord op de vraag van mijn vader weet. Ik denk dat het antwoord kan worden gevonden ergens in het faillissementsrecht (en niet in het BW) en dat de hypotheekverstrekker zich niet al te veel zorgen hoeft te maken. Maar aan het geven van een antwoord waag ik mij niet: inmiddels is de specialisering in de advocatuur zo ver doorgevoerd dat ik mij liever bij mijn (bestuursrechtelijke) leest houd. *****************************************************

Mr. E.J. Daalder is vanaf 1981 advocaat bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn. Vanaf 1999 is hij plaatsvervangend landsadvocaat. Hij studeerde in 1980 af (staats- en administratief recht Rijksuniversiteit Leiden). Daarna deed hij Master of laws (LLM) Columbia University New York. In 2005 is hij gepromoveerd in Leiden op het proefschrift Toegang tot overheidsinformatie.

3

Information

DEELNEMERSREGLEMENT

3 pages

Report File (DMCA)

Our content is added by our users. We aim to remove reported files within 1 working day. Please use this link to notify us:

Report this file as copyright or inappropriate

914845


You might also be interested in

BETA
RVR10030_folder scheiden.indd
DEELNEMERSREGLEMENT
pag1.indd
Libercas NL