Read toegankelijkheid : KB 9+ mei 1977 text version

KB van 9.V.1977 genomen in uitvoering van de wet van 17.VII.1975 betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek

(BS 8.VI.1977)

Art. 1 Voor de toepassing van de wet van 17 juli 1975 betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek komen in aanmerking de handicaps die de bewegingsvrijheid van de personen die erdoor getroffen zijn, ernstig belemmeren. Art. 2 De gebouwen bedoeld in artikel 1 van de wet van 17 juli 1975 betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek zijn :

1. 2. 3. 4. 5. de gebouwen voor recreatieve en socio-culturele activiteiten gebouwen bestemd voor het uitoefenen van de eredienst bejaardentehuizen en tehuizen voor gehandicapten inrichtingen voor sport en openluchtleven handelszaken en horecabedrijven waarvan de oppervlakte, voor het publiek toegankelijk, groter is dan 150 m² 6. ziekenhuizen en centra voor medische, psychische, gezins- en sociale hulp 7. niet gelijkvloerse parkeerruimten, dat zijn ondergrondse of op een verdieping gelegen parkeerruimten met meer dan 100 parkeerplaatsen 8. openbare toiletten 9. post-, telegraaf- en telefoonkantoren, banken en andere financiële instellingen 10. kantoorgebouwen, gerechtshoven en gemeentehuizen 11. straf- en wederopvoedingsinrichtingen 12. schoolgebouwen, internaten en studenten verblijven 13. gebouwen van de luchthaven 14. stationsgebouwen, permanent bediend door personeel van de NMBS 15. stationsgebouwen voor het stedelijk openbaar vervoer Art. 3 1. Wat betreft de gebouwen vermeld onder 1 tot 8 van artikel 2, wordt een bouwvergunning of een vergunning voor belangrijke verbouwingswerken enkel afgegeven wanneer zij over hun gehele, voor het publiek toegankelijke oppervlakte, voldoen aan de normen vastgesteld in artikelen 4 en 5. 2. Wat betreft de gebouwen vermeld onder 9 tot 13 van artikel 2, wordt een bouwvergunning of een vergunning voor belangrijke verbouwingswerken enkel afgegeven wanneer ten minste één verdieping of ten minste 10 pct. van de voor het publiek toegankelijke oppervlakte en de bijbehorende toegangswegen voldoen aan de normen vastgesteld in de artikelen 4 en 5. 3. Wat betreft de gebouwen vermeld onder 14 en 15 van artikel 2, wordt een bouwvergunning of een vergunning voor belangrijke verbouwingswerken enkel afgegeven wanneer de voor het publiek toegankelijke oppervlakte voldoet aan de normen vastgesteld in artikel 6.

Art. 4 De normen met betrekking tot de toegang zijn de volgende : 1. voor de parkeerruimten gelden de volgende regels : ten minste 1 op 25 parkeerplaatsen zijn bestemd voor voertuigen die door gehandicapten gebruikt worden : die parkeerplaatsen zijn minstens 3 m breed en bevinden zich bij voorkeur op de hoeken; in geval van boxen is de minimum breedte 3,30 m. 2. voor de toegang tot de gebouwen dienen de volgende normen in acht genomen te worden : i. de toegangsweg van de straat of van de parkeerruimten naar tenminste één ingang van het gebouw dient bij voorkeur horizontaal te liggen en minimum 1,20 m breed te zijn. ii. de hellende toegangswegen voldoen aan de volgende voorwaarden : a. de helling bedraagt hoogstens 7 pct voor een maximale lengte van 5 m en hoogstens 5 pct voor een maximale lengte van 10 m in één stuk b. de breedte van het hellend vlak bedraagt minimum 1,20 m c. bovenaan en onderaan elk hellend vlak dient een bordes van minimum 1,20 m aangelegd d. aan de open zijkanten van het hellend vlak en van het bordes die boven de begane grond uitsteken, dient een stoepband aangelegd, waarvan de hoogte minimum 0,05 m bedraagt e. het hellend vlak en het bordes zijn aan weerskanten voorzien van een ononderbroken leuning, welke een hechte steun biedt en een vorm heeft die een gemakkelijk glijden van de hand erover mogelijk maakt. Die leuning bestaat uit twee leuningsregels die zich respectievelijk op een hoogte van 0,75 en 0,90 m bevinden 3. de trappen voldoen aan de volgende voorwaarden : a. de traptreden zijn maximum 0,15 m hoog en minimum 1,20 diep, b. de trap is voorzien van leuningsregels als beschreven in 2e 4. voldoet één toegangsweg aan de voorwaarden bepaald bij 2 of 3 dan zijn de andere toegangswegen er niet aan onderworpen. 5. het oppervlak van de toegangswegen is ruw en, in geval van tegelwerk, gelijkmatig tot aan het oppervlak opgevuld 6. tenminste één toegangsdeur heeft een vrije doorgangsbreedte van minimum 0,90 m en indien zij van een automatische deursluiter voorzien is, heeft deze een minimale weerstand; de draaikruisdeuren zijn uitgesloten, de breedte van de deurwand aanliggend bij de deurknop is minstens 0,50 m 7. de nooduitgang voldoet aan dezelfde voorwaarden als de ingang.

Art. 5 De normen voor het binnenverkeer en ­accomodaties zijn de volgende : 1. voor de gangen, sassen en overlopen : de vrije doorgangsbreedte is minstens 1,50 m 2. voor de eventuele liften : i. minstens één lift is toegankelijk voor gehandicapten ii. liften, bestemd voor gehandicapten voldoen aan de volgende voorwaarden : a. de minimale afmetingen van de kabineruimte zijn : · diepte, d.w.z. de afstand van de binnenkant van de liftdeur tot de tegenoverliggende liftdeur tot de tegenoverliggende liftwand : 1,30 m · breedte, d.w.z. de afstand tussen de tegenoverstaande zijwanden naast de liftdeur : 1 m

3.

4.

5. 6.

7.

b. de liftdeur, de schachtdeur of de deur die voor beide dienst doet, is een schuifdeur waarvan de doorgangsbreedte tenminste 0,80 m bedraagt, ze is voorzien van een gevoelige rand die bij aanraking de deur automatisch opent c. langs de wanden van de liftcabine is een handgreep regel aangebracht op 0,90 m hoogte, gemeten vanaf de cabine vloer d. het mechanisme van de lift maakt een peiling stelling mogelijk tot op 0,02 m nauwkeurig e. alle bedieningsknoppen binnen de cabine ruimte zijn dubbel voorzien; een reeks aan iedere zijde van de deur; ze dienen in te springen en zich op een hoogte van maximum 1,30 m te bevinden. Naast of op iedere bedieningsknop wordt de aanduiding van zijn functie zorgvuldig gegraveerd of uitstulpend aangebracht. De knoppen die niet van het electronische type zijn, hebben een ronde of rechthoekige vorm en de minimale afmeting bedraagt 15 mm. voor de binnendeuren : Alle binnendeuren van lokalen voor het publiek voldoen aan de volgende voorwaarden : i. de vrije doorgangsbreedte bedraagt minstens 0,80 m ii. de breedte van de muurwand aanliggend aan de deurknop is minstens 0,50 m iii. is de deur van een drempel voorzien, dan steekt deze aan beide zijden niet meer dan 0,02 m boven het vloeroppervlak uit iv. automatisch sluitende deuren zijn voorzien van een vertragingsmechanisme v. beglaasde deuren zijn van veiligheidsglas voorzien voor het trappenhuis : het trappenhuis voldoet aan de volgende voorwaarden : i. de traptreden zijn maximum 0,18 m hoog en minimum 0,23 m diep, op de looplijn gemeten ii. iedere trap is langs beide kanten voorzien van een trappeleuning met doorlopende handgreep. Deze steekt 0,40 m voorbij het begin- en eindpunt van de trap uit voor de loketten : i. de loketten bevinden zich op een maximum hoogte van 1,15 m ii. de ruimte tussen loket en afbakening bedraagt minimum 0,90 m voor de publieke telefoons : i. de hoorn van minstens één toestel bevindt zich op een hoogte van maximum 1,15 m ii. de ruimte naast en onder het toestel dient vrij te zijn voor de sanitaire accommodatie : i. WC-lokalen a. Waar toiletten voor het publiek toegankelijk gesteld worden, is minstens 1 wc voor gehandicapten b. De minimum afmetingen zijn tenminste 1,50 x 1,50 m c. De deur is een naar buiten opendraaiende deur met een bijkomend verticaal handvat op een hoogte van 90 cm en op 0,25 m van de scharnierzijde d. De vrije doorgangsbreedte van de deur bedraagt minimum 0,80 m e. De hoogte van het zitvlak van de WC-pot gemeten vanaf de vloer, bedraagt 0,50 m à 0,55 m f. Aan weerszijden van de WC-pot zijn handvatten voorzien op een hoogte van 0,85 m en over een minimum lengte van 0,50 m ii. wastafels § de ruimte onder de wastafel is vrij § de benedenrand van de spiegel bevindt zich op een hoogte van maximum 1,10 m

8. waar het publiek over zitplaatsen beschikt, zijn minstens twee percent bestemd voor gehandicapten Art. 6 1. voor de stationsgebouwen, permanent bediend door personeel van de NMBS zijn van toepassing : i. de normen met betrekking tot de toegang bedoeld in artikel 4 ii. de normen voor binnenverkeer en ­accommodatie bedoeld in artikel 5 met uitsluiting van §2 2. voor de stationsgebouwen voor het stedelijk openbaar vervoer zijn van toepas-sing i. de normen met betrekking tot de toegang bedoeld in artikel 4, met uitsluiting van § 2 ii. de normen voor het binnenverkeer en ­accommodatie bedoeld in artikel 5 Art. 7 1. op gebouwen en hun aanhorigheden en op accommodaties die aan de bij dit besluit gestelde voorwaarden beantwoorden, wordt het internationaal toegankelijkheidssymbool aangebracht. 2. Het internationaal toegankelijkheidssymbool bedoeld bij artikel 4 van de in artikel 2 vermelde wet van 17 juli 1975, bestaat in een plaat waarop in het wit op een blauwe achtergrond de silhouet is afgebeeld van een in een rolstoel zittend persoon. 3. Het wordt aangebracht op een goed zichtbare plaats aan de rechterzijde van de ingang, alsook aan de binnen- en buitenaccommodaties voor gehandicapten. 4. Het internationaal toegankelijkheidssymbool wordt toegekend door de overheid belast met het verlenen van bouwvergunningen. Art. 8 De Ministers of Staatssecretarissen die bevoegd zijn voor de ruimtelijke ordening en stedenbouw, ieder voor het gebied dat hem betreft, mogen afwijkingen toestaan op de lijst der gebouwen bedoeld in artikel 2, op de normen met betrekking tot de toegang bedoeld in artikel 4, op de normen van binnenverkeer en accommodaties bedoeld in artikel 5 en op de normen voor stationsgebouwen bedoeld in artikel 6, wanneer de plaatselijke omstandigheden of specifieke eisen van technische aard een bijzondere bouwwijze vorderen. Art. 9 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. Art. 10 Onze Minister van Brusselse Aangelegenheden, Onze Minister van Waalse Aangelegenheden, van Ruimtelijke Ordening en Huisvesting. Onze Minister van Verkeerswezen, Onze Minister van Openbare Werken, Onze Minister van Vlaamse Aangelegenheden, Onze Staatssecretaris voor Huisvesting en Onze Staatssecretaris voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Information

toegankelijkheid : KB 9+ mei 1977

4 pages

Report File (DMCA)

Our content is added by our users. We aim to remove reported files within 1 working day. Please use this link to notify us:

Report this file as copyright or inappropriate

477261


You might also be interested in

BETA
Aanpassing aan Federale wetgeving