Read Uitvoeringsvoorschriften aanhalen van bouten in flensverbindingen text version

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

NORM:

UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN AANHALEN VAN BOUTEN IN FLENSVERBINDINGEN (PERNIS/MOERDIJK)

Doel / scope Doel

Wec : Veiligheidsrapport : WWW-Aannemers : Noodplan : FCM gerelateerd :

Nee Nee Ja Nee Nee

Comm. Index : Risico : Classificatie : HSE kritisch :

B/C H Unrestricted Ja

Het doel van deze norm/standaard is dat de handelingen voor het uitvoeren van de werkzaamheden op de juiste wijze worden uitgevoerd en dat daarbij de risico's tot een minimum worden beperkt en optimaal dichte flensverbindingen worden verkregen. Scope De scope is van toepassing voor handelingen ten aanzien van het aanbrengen van boutspanning in flensverbindingen. Doelgroep Toetsers Een ieder die betrokken is bij het monteren en demonteren van flensverbindingen. Moerdijk: Mechanical Engineers DMS/942, Specialist Eng Inspection DMS/941. Pernis: Maintenance Supervisor CVP DMS/724, Field Supervisor C&W RHP DMS/7235, Construction Supervisor DMS/7371, Construction Manager DMS/737, Site Turnaround Manager DMS/739, Event Manager DMS/734, AIM Projects Team Lead DMS/73132.

Risico

Hoog. Risico's zijn afgedekt middels dit voorschrift en door training en toepassing van dit voorschrift. Laatst e revisie E Datum Reden

Revisie info

01-10-2012

Technisch flenslabel opgenomen, Aanhaalmomenten beschikbaar voor standaard 150# - 300# flenzen, Proces vastgelegd voor opslaan van afgetekende flensprotocollen in AIM.

Meer revisie info

Inhoudsopgave

1. 2. 3.

SAMENVATTING ........................................................................... 2 CONTEXT, REFERENTIES, DEFINITIES...................................... 2 ACTIVITEITENBESCHRIJVING..................................................... 3

3.1 3.2 3.3 FITTEN ..................................................................................................... 3 METHODIEK EN CRITERIA VOOR HET AANHALEN ............................ 4 GECONTROLEERD AANBRENGEN VAN BOUTSPANNING ................ 6

4.

BIJLAGEN .................................................................................... 10

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 FIGUREN ............................................................................................... 11 FLENSPROTOCOL / DS1 / PM_C_MANR041 ...................................... 12 AANHAALMOMENTEN VOOR STANDAARD ANSI B16.5 FLENZEN . 13 TECHNISCH FLENSLABEL .................................................................. 14 OVERZICHTSLIJST VOOR OPSLAAN FLENSPROTOCOLLEN IN AIM ................................................................................................................ 14

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 1 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

1.

SAMENVATTING

In deze norm/standaard worden de uitvoeringsvoorschriften beschreven voor het fitten en aanbrengen van boutspanning in flensverbindingen.

2.

CONTEXT, REFERENTIES, DEFINITIES

ASME B16.5 Pipe Flanges and Flanged Fittings. ASME PCC-1 Guidelines for pressure boundery bolted flange joint assembly. DEP 31.29.00.10 Gen Installation of rotating equipment. DEP 70.08.10.11 Gen Equipment and tools for maintenance: Mechanical maintenance equipment, tools and bolt tensioning. DEP 31.38.01.11 Gen Piping General requirements. BBS 04.00.3041 Pakkingselectie voor pijpleidingflenzen en statischequipment overzicht. BBS 04.00.3091 Ontwerpen van boutverbindingen. BBS 02.05.2039 EDMS; Specificatie tekenen met Autocad. ESA European sealing association puplication no. 009/98.

Kritische flensverbinding Geselecteerde flensverbinding waarvan de bouten gecontroleerd aangehaald moeten worden. Fitten Het totaal aan handelingen die voorafgaan aan het aanbrengen van de boutspanning bij een flensverbinding en waarbij een volgens specificatie uitgelijnde flensverbinding met voorgeschreven materialen wordt verkregen. Gecontroleerd aanbrengen van een boutspanning Met behulp van gekalibreerd gereedschap een gespecificeerd en in documenten geborgde boutspanning in een boutverbinding aanbrengen, waarbij het eindresultaat is vastgelegd, gecontroleerd, en geborgd in documenten. Vijzelen Met behulp van gekalibreerd hydraulisch gereedschap door boutverlenging een gespecificeerde boutspanning in een boutverbinding aanbrengen. A druk Aanbrengdruk, de druk in het hydraulische gereedschap waarmee de gespecificeerde maximale boutspanning wordt aangebracht. B druk Een bij 50% vijzelen door de contractor te bepalen druk in het hydraulische gereedschap waarmee een gelijkmatige boutspanning in alle stud van de flensverbinding wordt verkregen (meestal 1020% lager dan de A-druk). C druk Checkdruk, de druk in het hydraulische gereedschap waarmee wordt gecontroleerd of de gespecificeerde controle boutspanning aanwezig is. Hotbolten Het tijdens bedrijfscondities verder aanhalen van bouten van flensverbindingen, vaak om een beginnende lekkage te verhelpen Torquen Met behulp van gekalibreerd hydraulisch-, pneumatisch-, elektrisch- of handgereedschap een moment creëren waarbij een gespecificeerde boutspanning in een boutverbinding benaderd wordt.

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 2 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

Standaard flens Een flens die voldoet aan een aanvaarde norm (bijvoorbeeld ASME B16.5, B16.47). Non-standaard flens Een voor een speciaal doel ontworpen en berekende flens. ASME DEP IPC : : : American Society of Mechanical Engineers Design and Engineering Practice Integrated Piping Classes

3.

3.1 3.1.1

ACTIVITEITENBESCHRIJVING

FITTEN Protocol Voor aanvang van werkzaamheden waarbij de boutspanning gecontroleerd wordt aangebracht, is het flensprotocol /DS1/PM_C_MANR041 uit GSAP de basis waarmee wordt gewerkt. Zie bijlage 4.2. Op dit document staat alle relevante informatie die nodig is om een optimale flensverbinding te verkrijgen. Voor pakking en pakkingvlakken zie voorschrift 04.00.3041. N.B.: Verwijzing naar dit protocol is niet van toepassing voor de chemische fabrieken vanMoerdijk. Schroefdraad en schroefdraadbehandeling studbolts a. Schroefdraad dient onbeschadigd te zijn en bij hergebruik nog binnen de specificatie van de draad te liggen. Studs met een blijvende verlenging 2% rek zijn afgekeurd. De blijvende verlenging kan voor studs 1" UNC t/m 4" UNS gecontroleerd worden met een kaliber dat verkrijgbaar is onder MESC-nr. 83.52.60.500.9. b. Als anti-vreet pasta is Molycote P37 voorgeschreven. Voor de specificatie zie § 3.1.2. Verdunnen van de anti-vreet pasta met kruipolie, gasolie of smeerolie is niet toegestaan. Molycote P37 is echter niet toegestaan voor gebruik in systemen waarvoor geldt dat het gebruik van smeermiddelen is verboden zoals bijvoorbeeld in zuurstof- en hogedruk luchtsystemen. Schroefdraad moet schoon en vetvrij zijn voordat een anti-vreet pasta wordt aangebracht. Bij hergebruik van de studs kan voor het reinigen volstaan worden met grondig borstelen met een staalborstel. Anti-vreet pasta wordt alleen aangebracht op de schroefdraad van het gedeelte van de stud waarmee de moeren in contact komen. De kant van de moer die op de flens komt aan te liggen (spiegelvlak) wordt eveneens voorzien van een laag anti-vreet pasta.

c.

d.

Uitstekende lengten studbolts (zie bijlage 4.1, figuur 1) De studbolts dienen aan één zijde van de flensverbinding door de moer heen te steken met maximaal 2 draadgangen buiten de moer. Aan de andere zijde zal de resterende draad door de moer heen stekenVoor studbolts welke gevijzeld moeten worden, dient het draadgedeelte met ongeveer 1,5 maal de boutdiameter aan één zijde boven de moer uit te steken. Flensfacing Voor de maximaal aanvaardbare beschadiging van de flensfacing wordt verwezen naar ASME B16.5.

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 3 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

3.1.2

Anti-"vreet" pasta Als smeermiddel is alleen Molykote P37 toegestaan. Specificatie Middel Temperatuurbereik Molykote P37 30°C tot + 1100°C MESC nr. 889628.318.9 (0.5 kg) MESC nr. 889628.319.9 (1 kg) N.B.: Geen smeermiddel toepassen hogedrukluchtsystemen! in schroefverbindingen bij zuurstofen

3.1.3

Scheefstand flenzen (Zie bijlage 4.1, figuur 2). Static-equipment/leiding flenzen Bij de montage wordt de scheefstand van het flenzenpaar gemeten nadat met het voorgeschreven gereedschap maximaal de helft van de bouten op 50% van de benodigde boutspanning is getrokken. In deze positie wordt op 4, over de omtrek gelijkverdeelde plaatsen, de waarden K1 t/m K4 gemeten. Het verschil tussen K1-K3 en K2-K4 mag de waarde M zoals in tabel 12.1, tabel 12.2 en tabel 12.3 van DEP 31.38.01.11-Gen niet overschrijden. Indien ook na controle van de supporting de scheefstand van de flenzen niet acceptabel is, moeten de flenzen opnieuw aan de leiding gelast worden. Bij gelined piping moet de spool vervangen worden. Wanneer bij de montage blijkt dat er veel kracht (meer dan gebruikelijk) nodig is om het flenzenpaar naar elkaar toe te trekken vanwege leidingspanningen, dan dient dit te worden doorgegeven aan de job-supervisor. Deze kan de situatie ter plaatse beoordelen en kan eventueel contact opnemen met de static equipment engineer voor passende maatregelen. Rotating equipment flenzen Voor flenzen die aan rotating equipment gemonteerd worden geldt dat de leidingspanning minimaal moet zijn. Daarom zijn de scheefstand toleranties nauwkeuriger. Dat wil zeggen voordat de flens gemonteerd wordt, dient de parallelliteit van leidingflens met de bouten handvast, dus in spanningsloze toestand ten opzichte van rotating equipment flens te voldoen aan DEP 31.29.00.10 Gen en aan DEP 31.38.01.11-Gen Appendix 12.

3.2

METHODIEK EN CRITERIA VOOR HET AANHALEN Uit veiligheidsoverwegingen mogen slagsleutels niet gebruikt worden. Als alternatief kan een zelfborgende backup spanner gebruikt worden welke voorkomt dat de moer aan de andere kant van de bout meedraait. Dit zal de kans op hand- en vingerverwondingen reduceren doordat niet meer handmatig de backup-spanner op zijn plaats gehouden dient te worden daar deze zelfborgend is. Indien het niet anders mogelijk is om een slagsleutel te gebruiken, moet de aanvrager van de werkvergunning hiervan in kennis worden gesteld en het gebruik van de slagsleutels in de werkvergunning worden vermeld.

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 4 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

Criteria voor aanhalen van flenzen Flensrating / Type Methodiek Flens protocol Input data Aanhalen tot guidering of tabel 4.3 raadplegen* Controle resultaat Visueel + aftekenen op technisch flenslabel **

150# -300# Handmatig of NEE volgens ANSI middels torquen * B16.5 flenzen van ½" t/m 24" 600# Gecontroleerd Volgens ANSI B16.5 flenzen van ½" t/m 24" Gelined Kunststof Alle overige flenzen * Gecontroleerd Gecontroleerd Gecontroleerd JA

Boutspanning (verkregen via GSAP Protocol + aftekenen static equipment engineer) laden op technisch flenslabel ** in GSAP Boutspanning (volgens opgaaf fabrikant) laden in GSAP Boutspanning (volgens opgaaf fabrikant) laden in GSAP GSAP Protocol + aftekenen op technisch flenslabel ** GSAP Protocol + aftekenen op technisch flenslabel **

JA JA JA

Boutspanning (verkregen via GSAP Protocol + aftekenen static equipment engineer) laden op technisch flenslabel ** in GSAP

De groep 150# - 300# flenzen worden voornamelijk handmatig vastgezet. Indien vanwege de boutdiameter besloten wordt om te gaan torquen, dan kan tabel 1 in bijlage 4.3 gebruikt worden voor het verkrijgen van het aanhaalmoment. (Bij bijvoorbeeld hot oil/slurry (hoge temperatuur-) systemen wordt vaak voor torquen gekozen daar dit de kwaliteit van de flensverbinding verbetert.) Voor de HF Alky-fabriek gelden hogere aanhaalmomenten vanwege de toepassing van non-standaard pakkingen. Zie hiervoor tabel 2 in bijlage 4.3.

** Het technisch flenslabel wordt altijd toegepast, behalve tijdens routine maintenance (wat ingaat ná RFSU van een TA) voor 150# - 300# flenzen. Van de groep flenzen die gecontroleerd (middels protocol) moeten worden vastgezet dient in GSAP een minimale set aan data aanwezig te zijn. Het gaat dan ten minste om: flensdiameter, drukklasse, boutdiameter, bolt tension tighten en bolt tension check. Daarnaast is het voor het protocol belangrijk dat aangegeven wordt of het om een standaard flens gaat of niet. Indien de boutspanningen (bolt tension waarden) niet bekend zijn in GSAP dan kunnen deze verkregen worden via de static equipment engineer. Belangrijk is dat de boutspanningen daarna ook in GSAP worden ingevoerd voor toekomstig gebruik. Zodra de minimale set aan data is ingevoerd in GSAP kan GSAP een protocol aanmaken en berekenen wat het aanhaalmoment of vijzeldruk moet zijn. Indien een protocol per direct nodig is en deze niet beschikbaar is vanuit GSAP, dan kan er via de DMS/743 Mechanical Engineering intranet site een Excel-protocol worden ingevuld en uitgeprint. Dit protocol is alleen van toepassing voor standaard B16.5 flenzen waarbij alleen boutspanningen en aanhaalmomenten kunnen worden bepaald. Vijzeldrukken worden met dit Excel-protocol niet gegenereerd. Het is belangrijk dat na het aanmaken van het Excel-protocol de flensdata aangeboden wordt aan DMS/7313 (doc/data) middels een AMF formulier. DMS/7313 kan de data dan verwerken in GSAP waardoor deze bij een volgende klus ook weer beschikbaar is voor het genereren van een protocol.

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 5 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

Voor gecontroleerd aanhalen geldt: Boutdiameter < 1" 1"< 1½" 1½" Methodiek Torquen Torquen/vijzelen Vijzelen

Van bovenstaande tabel mag worden afgeweken daar het in de praktijk niet altijd mogelijk is om voor torqen of voor vijzelen te kiezen.

3.3 3.3.1

GECONTROLEERD AANBRENGEN VAN BOUTSPANNING Borgen van de boutspanning Voor alle flensverbindingen waarvan conform hoofdstuk 3.2 de boutspanning gecontroleerd wordt aangebracht, wordt de flensverbinding geïdentificeerd in een layer van de PEFS, voor uitvoering zie BBS document 02.05.2039. Wanneer het FLOC-nummer van een flens niet is weergegeven op de PEFS, dan dient de inhoudelijk beheerder hiervan op de hoogte te worden gebracht. De inhoudelijk beheerder dient de aanpassing middels redlining aan te (laten) brengen op de PEFS. DMS/7313 verzorgt vervolgens de as-built verwerking. De boutspanningen die benodigd zijn voor het verkrijgen van een optimale flensverbinding, worden berekend volgens de flensberekening en de methodiek zoals beschreven in BBS document 04.00.3091. Wanneer de functional location van een flens niet bekend is in GSAP dan kan deze worden aangevraagd via het AMF formulier (asset mutatie formulier) bij afdeling DMS/7313. Indien een flens wel bekend is in GSAP maar niet de minimaal vereiste data bevat voor het genereren van een protocol dan kan deze data worden aangevuld middels hetzelfde AMF formulier en ingediend bij afdeling DMS/7313.

3.3.2

Kwalificatie personeel en kalibratiegereedschap Kalibratie en onderhoud Het gecontroleerd aanbrengen van de boutspanningen kan alleen gebeuren met gekalibreerd gereedschap waarvan de kalibratierapportage maximaal 1 jaar oud is. De drukhoudende delen van vijzelequipement dienen tenminste jaarlijks te worden geïnspecteerd. Kalibratie rapportages dienen op verzoek te kunnen worden overlegd zonder dat vertraging in de werkzaamheden plaatsvindt. Kwalificatie personeel Flensverbindingen mogen alleen worden vastgezet door personeel voorzien van een flensmonteurs-certificaat geldig voor de toe te passen montage-techniek. Het flensmonteurscertificaat dient te voldoen aan de SSVV of gelijkwaardige keuringsinstantie. Zie hieronder een overzicht van erkende flensmonteur cursussen. Afhankelijk van het gewenste niveau voor flensmonteur kan een keuze gemaakt worden uit één van onderstaande cursussen. Werken aan flensverbindingen (SSVV) Flensmonteur basis (Deltalinqs) Flensmonteur gevorderd (Deltalinqs) Werken aan flensverbindingen volgens protocol (SSVV) Hoge druk flenzen module 1 & 2 (TEAM Industrial Services)

De kwalificaties hebben een geldigheid van 5 jaar. Bewijzen van kwalificatie dienen op verzoek te kunnen worden overlegd zonder dat vertraging in de werkzaamheden plaatsvindt.

Filename: 04003014.docx Rev.: E Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74) Page: 6 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

3.3.3

Boutspanning Om een langdurig betrouwbare flensverbinding te verkrijgen dient de uitvoerende contractor een in alle bouten zo gelijke mogelijke boutspanning aan te brengen. Voor vijzelflenzen ligt deze boutspanning in de bandbreedte tussen de hierna volgende gespecificeerde boutspanningen: Aan te brengen boutspanning, op het protocol aangegeven als bolttension tighten in MPa Minimale boutspanning, op het protocol aangegeven als bolttension check in MPa

3.3.4

Bout aanhaalvolgorde bij het torquen Moeren aandraaien tot een maximum van 50% van het gespecificeerde aanhaalmoment tot de flensvlakken tegen de pakking liggen. De parallelliteit van de flensvlakken dient zich binnen de op het flensprotocol aangegeven tolerantie te bevinden. Bouten gelijkmatig kruislings volgens fig. 3a in bijlage 4.1 en in tenminste 4 etappes vastzetten. 1e rondgang: op ca. 50% van de gespecificeerde boutbelasting aanhalen. 2e rondgang: op ca. 80% van de gespecificeerde boutbelasting aanhalen. 3e rondgang: op gespecificeerde boutbelasting aanhalen. 4e rondgang: op gespecificeerde aanhaal boutbelasting aanhalen echter nu niet kruislings maar bout voor bout met de klok mee.

Bij flenzen met een rechthoekige- of vierkante doorsnede (zie fig. 3b in bijlage 4.1) dient vanuit het midden van de flens gewerkt te worden. Tijdens 1e ronde aanhalen op ca. 30% en erna op resp. 80% en 100%. 3.3.5 Hydraulische vijzels Het streven is, om door het zogenaamde 100% vijzelen, alle studs in de flensverbinding gelijktijdig te voorzien van de juiste boutspanning. In de praktijk blijkt dit veelal niet mogelijk en worden de studs in twee gelijke series, 50% vijzelen, op spanning gebracht. Opgemerkt dient te worden dat de toegepaste oliedrukken hoog zijn en passende maatregelen dienen te worden genomen om een veilige werksituatie te verkrijgen. 100% vijzelen (alle bouten tegelijkertijd) a. Vijzels op A-druk brengen. b. c. d. Voldoende tijd nemen voor het "zetten "van de flensverbinding. Moeren aandraaien en daarna de druk aflaten. Stap a. t/m c. nog twee maal (2x) herhalen.

50% vijzelen (de helft van de bouten om en om) a. De op de helft van de aanwezige studs de gelijkmatig over de studs verdeelde vijzels op A-druk brengen. b. c. d. e. f. g. h. Voldoende tijd nemen voor het "zetten" van de flensverbinding. Moeren aandraaien en daarna de druk aflaten. Stap a. t/m c nog twee maal (2x) herhalen. Vijzels omzetten op de overige studs en de vijzels op de B-druk zetten. Voldoende tijd nemen voor het "zetten "van de flensverbinding. Moeren aandraaien en daarna de druk aflaten. Stap e t/m g nog twee maal (2x) herhalen.

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 7 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

3.3.6

Eindafname Scheefstand Na het gecontroleerd aanbrengen van boutspanningen volgt de eindafname door de Pernis/Moerdijk supervisor in stappen zoals die op het flensprotocol zijn opgegeven. Hierbij wordt scheefstand met behulp van de waarden L1 t/m L4 gecontroleerd (zie figuur 2 in bijlage 4.1). De maximale scheefstand, L1-L3 of L2-L4 van de flens, mag dan niet meer zijn dan de opgegeven waarden op het protocol. Deze opgegeven waarden komen overeen met de maximale toelaatbare scheefstand conform hiervoor genoemde DEP Gen's. Checkdruk bij vijzelen Na het vijzelen wordt bij tenminste 2 paar tegenover elkaar gelegen studs de losbreekdruk oftewel de checkdruk bepaald. Deze wordt bepaald door in langzame stappen de vijzeldruk te introduceren en te bepalen bij welke vijzeldruk de moeren kunnen worden losgedraaid. De gemeten vijzeldruk moet minimaal de op het protocol aangegeven check tension zijn. De checkdruk zal alleen bepaald e worden bij het 50% vijzelen waarbij de check zal plaatsvinden op de 1 serie bouten die zijn vastgezet op de "A" druk. Bij stap F op het protocol wordt de gemeten checkdruk genoteerd. Borging eindtoestand Volgens specificatie aangebrachte en door Shell Pernis geaccepteerde flensverbindingen worden voorzien van een aan de flensverbinding doelmatig aangebracht geel-kleurig flenslabel. Dit label wordt het "technisch flenslabel" genoemd en is weergegeven in bijlage 4.4. Het technisch flenslabel wordt aangebracht door de partij die aan de flensverbinding gaat werken. Het label zal zowel bij geprotocolleerde als ongeprotocolleerde flensverbindingen worden toegepast. In het geval er twee partijen aan een flensverbinding werken, waar partij "A" de flensverbinding "klaar" zet (= inspecteren van pakkingvlak, nieuwe pakking(-en) en plaatsing bouten) en partij "B" de flensverbinding vastzet, dient zowel partij "A" als "B" het technisch label af te tekenen. In dat geval zal partij "A", na het installeren van de pakking(-en) en bouten het label aanbrengen. Bij een flensverbinding waarbij twee partijen werk verrichten, zal partij "A" zoals hierboven omschreven, op het technisch flenslabel aftekenen voor "Assembly inspection of flanged joint". Partij "B" zal op het label aftekenen voor "Tightening of flanged joint". Wanneer één partij de flensverbinding zowel monteert als vastzet, zal die partij voor beide delen aftekenen op het label. Indien besloten wordt om voor een 150#/300# flensverbinding te gaan torquen (zie toelichting in Hoofdstuk 3.2), zal op het technisch flenslabel de bijbehorende torque waarde worden genoteerd. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de beschikbare flens-labels die gehanteerd worden: 1. Technische flenslabels Een technisch flenslabel wordt aangebracht door de flensmonteur welke de flensverbinding volgens opgegeven opdracht/eisen heeft opgeleverd. 2. Operationele labels Operationele labels (te herkennen aan de wit, groene en rood gekleurde labels) worden door operatie aangebracht voor het afsteken/afblinden van leidingen en apparaten. Deze mogen alleen toegepast worden op afsteekflenzen, brilflenzen en blindplaten. Voor meer informatie over het gebruik van deze labels, zie BBS procedure 02.05.1013 "Openen en afsteken/afblinden van leidingen en apparaten (Pernis) en 02.03.1013 (Moerdijk). Bij afwijkingen of bij twijfel van type pakking of locatie van flensverbinding, dient contact te worden opgenomen met de supervisor en de verstrekker van de opdracht. Voor geprotocolleerde flensverbindingen geldt dat de flensmonteur het protocol aftekent als bewijs dat de door hem aangebrachte flensverbinding voldoet aan de specificaties zoals die op het flensprotocol staan vermeld. De aangewezen supervisor overtuigt zich ervan dat uitkomst van de controles voldoet aan de specificaties zoals die op het flensprotocol zijn vermeld en bevestigt dit met zijn handtekening en datum van afname. Dit door de flensmonteur en supervisor afgetekende flensprotocol zal worden opgeslagen in AIM. Zie hoofdstuk "Opslaan van afgetekende flensprotocollen".

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 8 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

Opmerking met betrekking tot werkwijze Shell Moerdijk Volgens specificatie aangebrachte en door Shell Moerdijk geaccepteerde flensverbindingen worden gecontroleerd door de betreffende supervisor en/of opdrachtgever. Het gecontroleerde flensprotocol wordt door de betreffende opdrachtgever bewaard. Alleen op uitdrukkelijk verzoek van de opdrachtgever worden flensverbindingen voorzien van een label. Opslaan van afgetekende flensprotocollen Afgetekende flensprotocollen worden door de OMC (en/of gedelegeerde) van de betreffende PE verzameld in ordners. Per ordner wordt een MS Excel overzichtslijst aangemaakt (zoals weergegeven in bijlage 4.5) met daarop de functional locations van de apparaten die betrekking hebben op de flensprotocollen in de ordner. Elke ordner wordt vervolgens gescand tot één enkele PDF file. De PDF file(s) worden vervolgens per stop of per onderhoudsjaar op een CD-ROM gebrand en verstuurd naar afdeling DMS/7313 (doc/data). Plaatsing op een transfer server gevolgd door een e-mail naar [email protected] is ook mogelijk. DMS/7313 zorgt er vervolgens voor dat de files in de dossier omgeving van AIM geplaatst worden als maintenance dossier of turnaround dossier onder autorisatiegroep NP02 en discipline OPERATION. Ook zal DMS/7313 zorgdragen dat de in de MS Excel overzichtslijst meegestuurde functional locations worden gelinkt aan de desbetreffende dossiers zodat gebruikers de protocollen kunnen vinden aan de hand van de gelinkte functional locations. 3.3.7 Conservering Om na de bedrijfsperiode het mogelijk te maken dat de verbinding eenvoudig kan worden losgemaakt dient het draadgedeelte waar de vijzels op worden aangebracht te worden geconserveerd met de voorgeschreven anti-vreet pasta of conserveringsmiddel en daarna te worden voorzien van een doelmatige beschermdop. Hotbolten Het tijdens bedrijfscondities verder aanhalen van bouten van flensverbindingen, vaak om een beginnende lekkage te verhelpen Indien de beginnende lekkage na 48 uur opgetreden is, is de kans op dicht krijgen van de flensverbinding klein. Voor het hotbolten dient de werktuigbouwkundige supervisor vooraf de static-equipment engineer van de werktuigbouwkundige vakdienst te raadplegen ten aanzien van de te volgen werkwijze/procedure. Door de static-equipment engineer van de werktuigbouwkundige vakdienst dient een berekening gemaakt te worden van de flensverbinding om het toe te passen aanhaalmoment/aanhaalspanning van de bouten te bepalen, rekening houdend met de operatie condities en verhoogde wrijvingscoëfficiënten. Wanneer hotbolten niet tot een lekvrije verbinding leidt of niet kan worden uitgevoerd, dient de ODA procedure gevolgd te worden of zal het betreffende equipment uit bedrijf genomen worden voor reparatie van de flensverbinding. Indien hotbolten toegepast gaat worden, dienen vooraf de volgende punten nagelopen te worden: Controle van de bouten, zoals losse bouten/moeren, juiste maatvoering, materiaal en montage. Controle van de pakking: is de juiste pakking, juiste maatvoering en het juiste materiaal toegepast. Controle van het protocol: is het juiste aanhaalmoment of de juiste boutspanning toegepast, is het protocol volledig ingevuld en afgetekend. Moerpositie t.o.v. de bout en flens aantekenen met krijt, viltstift etc. om later de verdraaiing op te meten indien verder aanhalen wordt geadviseerd.

3.3.8

Bovenstaande geldt voor alle flensverbindingen.

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 9 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

4.

BIJLAGEN

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 FIGUREN Flensprotocol / DS1 / PM_C_MANR041 AANHAALMOMENTEN VOOR STANDAARD ANSI B16.5 FLENZEN Technisch flenslabel Overzichtslijst voor opslaan flensprotocollen in AIM

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 10 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

4.1

FIGUREN Figuur 1

Figuur 2

Figuur 3a

Figuur 3b

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 11 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

4.2

FLENSPROTOCOL / DS1 / PM_C_MANR041

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 12 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

4.3

AANHAALMOMENTEN VOOR STANDAARD ANSI B16.5 FLENZEN Tabel 1: Aanhaalmomenten voor standaard flenzen

Aanhaalmomenten voor standaard ANSI B16.5 flenzen Aanhaalmoment in Nm 150# 300# bout diam. aanhalen bout diam. aanhalen 4x1/2" 65 4x1/2" 65 4x1/2" 65 4x5/8" 105 4x1/2" 65 4x5/8" 105 4x1/2" 65 4x3/4" 180 4x5/8" 105 8x5/8" 105 4x5/8" 125 8x3/4" 220 8x5/8" 125 8x3/4" 220 8x3/4" 220 12x3/4" 220 8x3/4" 220 12x7/8" 345 12x7/8" 345 16x1" 520 12x7/8" 345 16x1 1/8" 755 12x1" 520 20x1 1/8" 755 20x1" 520 20x1 1/4" 1060 16x1 1/8" 755 24x1 1/4" 1060 20x1 1/8" 755 24x1 1/4" 1060 20x1 1/4" 885 24x1 1/2" 1570

flens diam. 1/2" 3/4" 1" 1 1/2" 2" 3" 4" 6" 8" 10" 12" 14" 16" 18" 20" 24"

Tabel 2, Aanhaalmomenten voor standaard flenzen in HF-Alky fabriek.

Aanhaalmomenten voor pakkingen met grafiet op de binnenring voor H.F.Alky - fabriek Alleen van toepassing voor standaard ANSI B16.5 flenzen met monel SPW-gaskets in piping class 11310, 31310, 36085. Aanhaalmoment in Nm 150# 300# flens diam. bout diam. aanhalen bout diam. aanhalen 1/2" 4x1/2" 65 4x1/2" 65 3/4" 4x1/2" 65 4x5/8" 125 1" 4x1/2" 65 4x5/8" 125 1 1/2" 4x1/2" 65 4x3/4" 230 2" 4x5/8" 125 8x5/8" 125 3" 4x5/8" 125 8x3/4" 230 4" 8x5/8" 125 8x3/4" 230 6" 8x3/4" 230 12x3/4" 230 8" 8x3/4" 230 12x7/8" 360 10" 12x7/8" 360 16x1" 540 12" 12x7/8" 360 16x1 1/8" 800 14" 12x1" 540 20x1 1/8" 800 16" 20x1" 540 20x1 1/4" 1130 18" 16x1 1/8" 800 24x1 1/4" 1130 20" 20x1 1/8" 800 24x1 1/4" 1130 24" 20x1 1/4" 1130 24x1 1/2" 1600

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 13 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

4.4

TECHNISCH FLENSLABEL

ASSEMBLY INSPECTION OF FLANGED JOINT

Flange number (if available):

Flangefacings clean and no damage: Gasket & boltmaterials acc. to specification:

YES / NO YES / NO

Name & signature mechanic:

Name & signature supervisor:

Company:

Date:

TIGHTENING OF FLANGED JOINT

Used torque value (if applicable) for 150# / 300# in Nm: Name & signature mechanic: Name & signature supervisor: Company:

Date:

4.5

OVERZICHTSLIJST VOOR OPSLAAN FLENSPROTOCOLLEN IN AIM

Overzichtslijst tbv opslaan van afgetekende flensprotocollen

Aan: [email protected] Van (naam & afdeling): Datum: Fabriek(-en): Stop gerelateerd (Ja/Nee?): FLOC-Nummers van equipment en/of leidingen N011-CD5-E804 N011-CD5-LP2041 .... .... .... .... .... .... .... .... .... .... .... .... .... ....

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 14 van 15 Niveau: 2

UNCONTROLLED INDIEN GEPRINT

BBS norm/standaard 04.00.3014

terug naar voorblad Revisie informatie Revisie A B C D Datum 26-04-2005 09-05-2006 3-12-2009 04-03-2010 Reden Eerste uitgave Gebruik back-up spanner opgenomen in hoofdstuk 5.2 naar aanleiding van VGWM incident onderzoek SNR Voorschrift gereviewed. Hotbolten (3.3.8) toegevoegd. Functies Pernis aangepast t.a.v. nieuwe FFO organisatie

Filename: 04003014.docx

Rev.: E

Inhoudelijk Beheerder: Mechanical Engineering Manager (DMS/743) SPFP MEA Eigenaar: Engineering Manager (DMS/74)

Page: 15 van 15 Niveau: 2

Information

Uitvoeringsvoorschriften aanhalen van bouten in flensverbindingen

15 pages

Report File (DMCA)

Our content is added by our users. We aim to remove reported files within 1 working day. Please use this link to notify us:

Report this file as copyright or inappropriate

550284


You might also be interested in

BETA
Uitvoeringsvoorschriften aanhalen van bouten in flensverbindingen