Read ba_nl.fm text version

Gebruiksaanwijzing

SECUTESTâ...

Testinstrument DIN VDE 0701, 0702, 0751 en IEC 601

3-348-765-05 7/7.00

10

9

8

7

6

5

4

RS232

SONDE

5

4

11

VDE 0702

VDE 0701 T. 240 T. 200 T. 1 T. 260

3

3 2 1

2

12 13

VDE 0751 IEC 601 1

DIN VDE 0404

MENUE 230 V Applied Parts A C E G I

VBG 4 MPG

SECUTESTâ

B D F H K

14

15

16 17

18

25 23 22 24 22 21 20 19 26 27

2

GOSSEN-METRAWATT GMBH

28

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

Bus voor aansluiting van de beschermingsleiding van het te testen apparaat Bus voor aansluiting van de nulleider van het te testen apparaat Bus voor aansluiting van de fase van het te testen apparaat Bus voor sondeaansluiting Bus voor sondeaansluiting Funktieschakelaar Toets voor keuze menu resp. parameter Toets voor keuze menu resp. parameter LCD- display RS232 interface aansluiting Signaallamp voor fouten in de netaansluiting Toets ter bevestiging of volgende teststap Toets Hulpteksten/Aansluitschema's i Toets om de functie-test te starten Signaallamp van de functie-test Aarde PA potentiaalnul bij SECUTESTâ0751/601

17 Aarde BE bij SECUTESTâ0751/601 18 Aansluitbussen voor aanwendingsgedeelten bij SECUTESTâ0751/601 19 Drukknoppen (links/rechts) om de vergrendeling van de draagbeugel op te heffen 20 Veiligheidswandcontactdoos voor service-doeleinden, b.v. om PC of printer aan te sluiten (optie) 21 Veiligheidswandcontactdoos (testwandcontactdoos) voor de aansluiting van het te testen apparaat 22 Drukknoppen (links en rechts) om de vergrendeling van het deksel op te heffen 23 Deksel 24 Vak voor sonde en toebehoren 25 Dekselschotje 26 Draaggreep, tevens beugel voor gekantelde opstelling 27 Sonde met testpunt 28 Kabelset KS13 (optie) bestaande uit een koppelcontactstop met 3 vast aangesloten leidingen, 3 meetsnoeren, 3 opsteekbare krokodillenbekken en 2 opsteekbare testpunten

GOSSEN-METRAWATT GMBH

3

Inhoud

Pagina

Inhoud

Pagina

Toepassing .....................................................................................8 Testen van de elektrische veiligheid van elektrische apparaten conform DIN VDE 0701/0702 ...........................................................8 1.1.1 Hoogspanningstest conform DIN VDE 0701 deel 260 (SECUTEST,07 ... DC) .......................................................................8 1.2 Testen van de elektrische veiligheid van elektrische medische apparaten conform DIN VDE 0751/IEC 601 (optie SECUTEST,0751/601) .............8 1.3 Functietest .......................................................................................9 1.4 Multimeterfuncties ...........................................................................9 1.4.1 Metingen met toebehoren .................................................................9 1.5 Rapportfuncties ................................................................................9 1.6 Toegestane keurmerken ..................................................................9 2 2.1 3 3.1 3.2 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 5

4

1 1.1

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 6

Beschermingsklassen .....................................................................14 Apparaten met beschermingsklasse I .............................................14 Apparaten met beschermingsklasse II ............................................14 Apparaten met beschermingsklasse III ............................................14 Aanwendingsgedeelten (elektrische medische apparaten) .................14 Aanwendingsgedeelten van het type B (Body) .................................14 Aanwendingsgedeelten van het type BF (Body Float) .......................14 Aanwendingsgedeelten van het type CF (Cardiac Float) ...................14

Veiligheidsvoorschriften en -maatregelen ...................................10 Aanwijzingen voor de hoogspanningstest (optie SECUTEST,07 ... DC) 10 Inbedrijfname ...............................................................................11 Aansluiten op het 230 V net ............................................................11 Automatische herkenning van fouten in de netaansluiting .................12 Algemene aanwijzingen ...............................................................12 Informatie voor de gebruiker ...........................................................12 Automatische keuze van de beschermingsklasse ..............................12 Manuele of automatische testprocedure ..........................................12 Hulpfunctie ....................................................................................12 Contrastinstelling ...........................................................................13 Parameters voor de meting configureren .........................................13 Parameters voor apparaten configureren .........................................13 Grenswaarden instellen ..................................................................13 Instellingen opslaan ........................................................................14 Classificatie voor te testen apparaten .........................................14

Beschrijving van afzonderlijke metingen, definities en afkortingen 15 6.1 Weerstand beschermingsleiding RSL van apparaten .........................15 6.2 Isolatieweerstand RISO ...................................................................................... 15 6.3 Definities van stromen ....................................................................15 6.3.1 Vervangende lekstromen ................................................................15 6.3.2 Lekstromen ...................................................................................16 6.3.3 Aanraakstroom ISONDE (test spanningsloosheid) ...............................17 6.4 Lijst met afkortingen .......................................................................17 7 7.1 7.2 Aansluiten testobject ...................................................................18 Meting aanraakstroom (spanningsloosheid) .....................................18 Meting met hoogspanning (SECUTEST,07 ... DC) ..............................18

GOSSEN-METRAWATT GMBH

Inhoud

Pagina

Inhoud

Pagina

Afzonderlijke metingen en functietest ........................................ 18 Parameter configureren .................................................................. 19 Weerstand beschermingsleiding RSL . ............................................. 20 Maximaal toegestane grenswaarden van de weerstand van de beschermingsleiding bij aansluitkabels tot 5 m lengte ..................... 21 8.3 Isolatieweerstand RISO . .................................................................. 22 8.3.1 Minimaal toelaatbare grenswaarden van de isolatieweerstand ......... 23 8.4 Lekstroom IABL. .................................................................................................. 24 8.4.1 Aardlekstroom ISL (optie SECU 601) ................................................................................... 24 8.4.2 Lekstroom behuizing IGA. . .............................................................. 24 8.4.3 Lekstroom patiënt IPA (optie SECU 601). ........................................ 24 8.4.4 Hulpstroom patiënt IPH (optie SECU 601) ........................................ 24 8.4.5 Verschilstroom IDI. . ........................................................................ 25 8.4.6 IB9 stroom conform DIN VDE 0751 afb. 9 (SECUTEST,0751/601) ...... 25 8.5 Ompolen net bij meting van lekstromen .......................................... 25 8.6 Beoordeling meetwaarden bij afzonderlijke metingen ....................... 25 8.7 Vervangende lekstroom IEA . ........................................................... 25 8.7.1 Grenswaarden van lekstromen ........................................................ 26 8.8 Hoogspanningstest (SECUTEST,07 ... DC) ....................................... 27 8.9 Functietest .................................................................................... 28 8.10 Spanningsmeting ........................................................................... 30 8.10.1 Sondenspanning USonde ­ max. 300 V ............................................ 30 8.10.2 Wissel-/ gelijkspanning UAC/DC ­ max. 253 V (optie) ........................ 30 8.11 Weerstand R (optie) ...................................................................... 31 8.12 Metingen met toebehoren .............................................................. 32 8.12.1 Wisselstroom IZ .................................................................................................. 32 8.12.2 Weerstand beschermingsleiding RSL ............................................................ 32 8.12.3 Temperatuur T (optie) .................................................................... 33 9 Testen van apparaten conform DIN VDE 0701 deel 1, 200 en 260 .. 34

8 8.1 8.2 8.2.1

9.1 9.1.1 9.1.2 9.1.3 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8 9.9 10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5

Vastleggen testverloop ................................................................... 34 Configureren meetparameters (optie) ............................................. 35 Instellen en activeren grenswaarden (optie) ..................................... 36 Opslaan instellingen ....................................................................... 36 Aansluiten testobject ...................................................................... 36 Uitvoeren visuele controle .............................................................. 36 Meting van de weerstand van de beschermingsleiding van apparaten met de beschermingsklasse I ................................................................ 37 Meting van de isolatieweerstand .................................................... 37 Test kortsluiting ............................................................................ 37 Hoogspanningstest (SECUTEST,07 ... DC) als aanvulling op de test DIN VDE 0701 deel 260 ............................ 38 Testresultaat ................................................................................. 39 Functietest ................................................................................... 39

Testen van apparaten conform DIN VDE 0701 deel 240 ............. 40 Vastleggen testverloop ................................................................... 40 Aansluiten testobject ...................................................................... 40 Uitvoeren visuele controle .............................................................. 41 Test kortsluiting ............................................................................. 41 Meting van de weerstand van de beschermingsleiding van apparaten met de beschermingsklasse I ................................................................ 41 10.6 Meting van de lekstroom van de behuizing I .................................... 41 10.7 Testresultaat ................................................................................. 41 10.8 Functietest ................................................................................... 41

GOSSEN-METRAWATT GMBH

5

Inhoud

Pagina

Inhoud

Pagina

11 Testen van apparaten conform DIN VDE 0702 .............................42 11.1 Vastleggen testverloop ....................................................................42 11.1.1 Configureren meetparameters (optie) ..............................................43 11.1.2 Instellen en activeren grenswaarden (optie) ......................................43 11.1.3 Opslaan instellingen .......................................................................43 11.2 Aansluiten testobject ......................................................................44 11.3 Uitvoeren visuele controle ...............................................................44 11.4 Meting van de weerstand van de beschermingsleiding van apparaten met de beschermingsklasse I ....................................44 11.5 Meting van de isolatieweerstand .....................................................45 11.6 Test kortsluiting .............................................................................45 11.7 Testresultaat .................................................................................45 11.8 Functietest .....................................................................................45 12 Test verlengkabels conform VDE 0701 deel 1 en VDE 0702 (optie adapter EL 1) .....................................................46

13 Testen conform DIN VDE 0751 (SECUTEST,0751/601) .................48 13.1 Vastleggen testverloop ....................................................................48 13.1.1 Configureren meetparameters ........................................................49 13.1.2 Instellen en activeren grenswaarden ................................................49 13.1.3 Opslaan instellingen .......................................................................49 13.2 Aansluiten testobject ......................................................................50 13.3 Uitvoeren visuele controle ...............................................................50 13.4 Test kortsluiting van het te testen apparaat ......................................50 13.5 Meting van de weerstand van de beschermingsleiding van apparaten met de beschermingsklasse I .................................................................50 13.6 Meting van de isolatieweerstand .....................................................51 13.7 Meting van de vervangende lekstroom apparaten (IEGA) ....................51 13.8 Meting van de vervangende lekstroom patiënt ( IEPA ) voor het type F 51 13.9 Testresultaat ..................................................................................51 13.10 Funktionstest .................................................................................51

6

14 Testen conform IEC 601 (optie SECU 601) ...................................52 14.1 Vastleggen testverloop ...................................................................52 14.1.1 Configureren aanwendingsgedeelten ..............................................53 14.1.2 Configureren meetparameters ........................................................53 14.1.3 Instellen en activeren grenswaarden ................................................54 14.1.4 Testvoorwaarden ...........................................................................54 14.1.5 Opslaan instellingen .......................................................................54 14.2 Aansluiten testobject ......................................................................54 14.3 Uitvoeren visuele controle ...............................................................55 14.4 Test kortsluiting aan het te testen apparaat .....................................55 14.5 Meting van de weerstand van de beschermingsleiding van apparaten met de beschermingsklasse I ................................................................55 14.6 Meting van de isolatieweerstand ....................................................55 14.7 Ompolen van de netvoeding ............................................................56 14.8 Voorwaarden "Eerste fout" ..............................................................56 14.9 Meting van de aardlekstroom ..........................................................56 14.10 Meting van de lekstroom behuizing .................................................56 14.11 Test van geïsoleerde aanwendingsgedeelten van het type BF of CF ...56 14.11.1Meting van de lekstroom patiënt ....................................................57 14.11.2Meting van de hulpstroom patiënt ..................................................57 14.12 Testresultaat .................................................................................57 14.13 Functietest .....................................................................................58 15 16 Modem (optie DFÜmed) ...............................................................58 Afstandsbediening (optie SK5) .....................................................59

17 Gegevensbank (optie DBmed) ......................................................59 17.1 Vastleggen testverloop via PC-programma .......................................59 17.2 Opslaan testresultaten in de SECUTEST, ..........................................59

GOSSEN-METRAWATT GMBH

Inhoud

Pagina

Inhoud

Pagina

18 Technische specificaties ............................................................ 60 18.1 Hoogspanningstes (SECUTEST,07 ... DC) ......................................... 62 19 Interface RS232 ........................................................................... 63 19.1 Overdracht van meetresultaten naar de SECUTEST,PSI ..................... 63 19.2 PC koppeling ................................................................................. 63 19.2.1 Verwerken van meetresultaten met software ................................... 63 19.2.2 Het sturen van interfaceopdrachten ................................................. 63 19.3 Interfacedefinities en -rapporten ..................................................... 63 20 20.1 20.2 20.3 20.4 Annex .......................................................................................... 64 Vaststellen van de minimale meetwaarden ...................................... 64 Overdracht gegevens naar PC programma´s .................................... 64 Testresultaat in het testrapport printen ............................................ 64 Automatisch testverloop om lekstroom en vervangende lekstroom vast te stellen (SECUTEST,0751/601) ................................................................... 66 Onderhoud van de behuizing ....................................................... 67 Reparaties en onderdelen ........................................................... 67 Produktondersteuning ................................................................. 67

21 22 23

GOSSEN-METRAWATT GMBH

7

1

Toepassing

Dit wordt door de volgende eigenschappen bereikt: 1. de permanente kortsluitstroom is kleiner dan 3 mA (DC) 2. de ontladingsenergie (bij 5,25 kV) is kleiner dan 350 mJ Om ondanks de geringe permanente kortsluitstroom aan de voorschriften voor een hoogspanningstest te voldoen, worden de oplaadcondensatoren via relatief kleine beschermingsweerstanden aan de testwandcontactdoos (L, N) aangesloten. Hierdoor ontstaat een buitengewoon hoge piekwaarde van ca. 5 A (bij 5 kV) in de kortsluitstroom. Deze leidt tot een duidelijk hoor- en zichtbare vonk. 1.2 Testen van de elektrische veiligheid van elektrische medische apparaten conform DIN VDE 0751/IEC 601 (optie SECUTESTâ0751/601) Het testinstrument SECUTESTâ0751/601 is bedoeld om snel en veilig gerepareerde of gewijzigde elektrische medische apparaten en aanwendingsgedeelten hiervan (b.v. aansluitingen patiënt) te testen volgens DIN VDE 0751. Bovendien kan de veiligheidstechnische toestand van deze apparaten en aanwendingsgedeelten bij inspectie, onderhoud of veiligheidstechnische controles conform MPG/MedGV getest en geprotocolleerd worden. Het nakomen van de voorschriften voor de technische veiligheid waarborgt de gebruiker van het testinstrument een veilige omgang met elektrische medische apparatuur. Tevens wordt de veiligheid van de patiënten gewaarborgd. Om volgende redenen zijn de eisen voor de technische veiligheid bij elektrische medische apparaten bijzonder hoog: · de door apparaten voor onderzoek, controle en behandeling veroorzaakte minimale stromen, die door het lichaam van de patiënt vloeien, kunnen reeds een risico voor de gezondheid van de patiënt vormen. Bij onmiddellijk gebruik aan het hart kan, ten gevolgen van de hoge stroomgevoeligheid van het hart, een bijzonder gevaarlijke situatie ontstaan. · de mogelijkheid, dat levensbehoudende apparaten uitvallen. · bijzondere omstandigheden bij de patiënt: verminderde of ontbrekende huidweerstand, zwakke afweer bij analgesie, ontbrekende afweer bij anesthesie

Het testinstrument mag niet voor het testen aan elektrische installaties gebruikt worden! 1.1 Testen van de elektrische veiligheid van elektrische apparaten conform DIN VDE 0701/0702 Het testinstrument SECUTESTâ is bedoeld om snel en veilig gerepareerde of gewijzigde elektrische apparaten te testen conform DIN VDE 0701 en voor herhalingstesten conform DIN VDE 0702. Overeenkomstig deze voorschriften moeten de volgende metingen uitgevoerd worden: · de weerstand van de beschermingsleiding · de isolatieweerstand · de vervangende lekstroom · verschilstroom en · de aanraakstroom (bij dataverwerkende apparaten en bureau- apparatuur de spanningsloosheid van aanraakbare geleidende delen) Het instrument bewaakt voortdurend de netaansluiting. Het signaleert een foutieve of gevaarlijke aansluiting en blokkeert bij gevaar de meting. Hoogspanningstest conform DIN VDE 0701 deel 260 (SECUTESTâ07 ... DC) Te testen zijn uitsluitend apparaten met de beschermingsklasse I of II, die aan de testwandcontactdoos aangesloten kunnen worden. De hoogspanningstest wordt uitgevoerd met gelijkspanning. Om aan de eisen voor wisselspanning te voldoen, wordt met 1,5-voudige gelijkspanning getest. Met deze factor wordt bij de test reeds rekening gehouden. Zo leidt een ingestelde nominale spanning van 3,5 kV tot een uitgangsgelijkspanning van 5,25 kV. Tijdens de testduur wordt de uitgangsspanning gemeten en het minimum bepaald. De minimale spanning wordt als testresultaat beschouwd. Is deze kleiner dan de gekozen testspanning, dan wordt de test als afgekeurd beoordeeld. Met de omrekenfactor is bij controle en calibratie van de SECUTESTâ07 ... DC rekening te houden. Het apparaat is dusdanig geconstrueerd, dat de speciale voorzorgsmaatregelen conform het voorschrift DIN VDE 0104 (hoogspanningstests) niet nagekomen moeten worden.

8

1.1.1

GOSSEN-METRAWATT GMBH

Volgens de voorschriften conform DIN VDE 0751 worden gemeten: · weerstand beschermingsleiding · vervangende lekstroom apparaat · vervangende lekstroom patiënt · vervangende lekstroom apparaat in functie (zie hfdst. 6.3.2 afb. 9) Volgens de voorschriften conform IEC 601 worden gemeten: · weerstand beschermingsleiding · aardlekstroom · lekstroom behuizing · lekstroom patiënt · hulpstroom patiënt 1.3 Functietest Via de geïntegreerde testwandcontactdoos kan het te testen object met netspanning getest worden. De functietest kan onmiddellijk na een succesvolle test conform DIN VDE 0701, 0702, 0751 of IEC 601 plaats vinden. Hierbij worden gemeten, resp. automatisch berekend: · Netspanning · Verschilstroom · Opgenomen stroom · Werkelijk- en schijnbaar vermogen · Arbeidsfactor · Opgenomen vermogen · Inschakelduur 1.4 Multimeterfuncties Bovendien kan het testinstrument gebruikt worden voor het meten van: · Stroom · Gelijk- en wisselspanning · Weerstand · en het bepalen van de fase.

1.4.1 Metingen met toebehoren · Wisselstroom via tang stroomomvormer · Weerstand beschermingsleiding via tang stroomomvormer · Temperatuur via Pt 100 of Pt 1000 1.5 Rapportfuncties Met de SECUTESTâ kunt U alle voor een testcertificaat vereiste waarden voor elektrische apparatuur meten. De mogelijkheid om in het deksel een printer met geheugen, geïntegreerde interface en toetsenbord (optie) aan te brengen vergroot het gebruiksgemak van de SECUTESTâPSI. Met het meet- en testcertificaat, dat direct via de SECUTESTâPSI module of via de PC geprint of in de PC opgeslagen kan worden, kunnen alle gemeten waarden gedocumenteerd en gearchiveerd worden. De printeradapter DA-II (optie) maakt een directe aansluiting van externe printers mogelijk. Het meet- en testcertificaat is voor de gebruiker van elektrische medische apparaten ­ ziekenhuis, arts ­ het bewijs voor een regelmatig onderhoud en regelmatige controle. 1.6 Toegestane keurmerken

GOSSEN-METRAWATT GMBH

9

2

Het testinstrument SECUTESTâ is overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften IEC 61010-1 / DIN EN 61010-1 / VDE 0411-1, DIN VDE 0404 en DIN VDE 0104 (alleen SECUTESTâ07 ... DC) gefabriceerd en getest. Bij aan de bestemming aangepast gebruik is de veiligheid van gebruiker, testinstrument en het te testen object (verplaatsbare elektrische, of elektrische medische apparaten) gewaarborgd. Lees de gebruiksaanwijzing voor ingebruikname zorgvuldig en in zijn geheel door. Volg deze altijd in alle punten op. Stel deze voor alle gebruikers ter beschikking.

Veiligheidsvoorschriften en -maatregelen

Het meet- en testinstrument mag niet gebruikt worden wanneer: · het zichtbaar beschadigd is · de aansluitkabels of meetsnoeren en aansluitingen voor de patiënt beschadigd zijn · het niet meer correct functioneert · er sprake is van transportschade In deze gevallen moet het instrument buiten bedrijf gesteld en tegen hernieuwd gebruik beveiligd worden. Betekenis van de symbolen op het instrument De symbolen op het instrument hebben de volgende betekenis: Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning

Aanwijzing De producent of importeur van elektrische medische apparaten dient gegevens omtrent het onderhoud door geschoold personeel ter beschikking te stellen.

Let op de volgende veiligheidsmaatregelen: · Het instrument mag alleen aan een 230 V net, dat met een beveiliging van max. 16 A nom. is gezekerd, aangesloten worden. · Metingen aan elektrische installaties zijn niet toegestaan. · Houdt er rekening mee, dat aan te testen objecten onvoorziene spanningen kunnen optreden. (Condensatoren kunnen b.v. gevaarlijk hoog geladen zijn). · Controleer of de aansluitkabels niet beschadigd zijn door b.v. defecte isolatie, onderbreking etc. · Houdt de testpen van de sonde vast als U deze b. v. in een bus gestoken heeft. Bij een trekbelasting van het krulsnoer kan men door de terugspringende testsonde geblesseerd worden.

!

2.1

Waarschuwing voor een gevaar (Let op, gebruiksaanwijzing raadplegen!)

Testwandcontactdoos Aanwijzingen voor de hoogspanningstest (optie SECUTESTâ07 ... DC)

Aangezien de hoogspanningstest direct via de testwandcontactdoos moet plaatsvinden, mag de kabelset KS13 ofd. niet bij deze test gebruikt worden.

!

!

LET OP! Een functietest mag pas dan uitgevoerd worden, wanneer het testobject de veiligheidstest conform DIN VDE 0701, 0702, 0751 of IEC 601 met goed gevolg doorstaan heeft!

LET OP! Houdt het de testen object tijdens de test niet in de hand. Dit geldt speciaal voor apparaten met de beschermingsklasse II. Zorg ervoor, dat het de testen object tijdens de test geen contact met voorwerpen of personen heeft.

10

GOSSEN-METRAWATT GMBH

Het uitsluiten van aansprakelijkheid Bij overslag is het mogelijk, dat PC´s, die in de buurt gebruikt worden, crashen en hun geheugen verliezen. Dit is ook mogelijk zonder een bestaande RS232-verbinding. Voor de HV-test dienen derhalve alle gegevens en programma´s beveiligd en de PC´s evt. uitgeschakeld te worden. Bij het uitvoeren van de hoogspanningstest is de producent van het testinstrument niet aansprakelijk te stellen voor directe of indirecte beschadigingen aan PC´s, periferie of gegevensbank. Eveneens is de producent niet aansprakelijk te stellen voor defecten aan testobjecten, die door de hoogspanningstest ontstaan zijn. Een defect kan normalerwijze alleen aan een niet normgerecht, reeds beschadigd of niet correct gerepareerd testobject optreden, aangezien de hoogspanningstest als type/ afzonderlijke test in de normen IEC 61010-1 / EN 61010-1 / VDE 0411 deel 1 en DIN VDE 0700 voorschrift is.

U L ­ N = 230 V

L1 N groen-geel PE L1 L2 L3 N PE groen-geel

3

3.1

Inbedrijfname

Aansluiten op het 230 V net

L1 L2 L3 N groen-geel

í Sluit het testinstrument met de netstekker (16) op het 230 V net aan. Wanneer er geen wandcontactdoos of alleen een draaistroom-aansluiting ter beschikking staat, kan de aansluiting van fase, nul en aarde met behulp van de koppelcontactstop gerealiseerd worden. Deze heeft 3 vaste aansluitkabels en is een onderdeel van de als optie leverbare kabelset KS13 (25).

!

LET OP! De netaansluiting moet beveiligd zijn. De nominaalstroom van de gebruikte veiligheid mag max. 16 A zijn! De krokodillenbekken van de koppelcontactstopdoos mogen alleen in spanningsloze toestand worden aangesloten!

Aansluiten op het 230 V net

GOSSEN-METRAWATT GMBH

11

3.2 Automatische herkenning van fouten in de netaansluiting Het testinstrument herkent automatisch fouten in de netaansluiting wanneer aan voorwaarden, zoals in de tabel vermeld, is voldaan. U wordt over de fout geïnformeerd en de meting wordt bij gevaar geblokkeerd.

Soort netAansluiting

4

Algemene aanwijzingen

Melding

Voorwaarde

Metingen

Spanning op PE t.o.v. het vingercontact Beschermingsleiding PE en fase L verwisseld en / of nulleider N onderbroken Aanraakspanning op Beschermingsleiding PE t.o.v. nulleider N of fase L Netspanning te laag

1)

Tekst in LCD display Lamp

Toets indrukken U > 40 V Spanning op fase PE > 100 V

4.1 Informatie voor de gebruiker Het meten en testen met de SECUTESTâ gaat eenvoudig en snel. De geïntegreerde gebruiksaanwijzing informeert in alle meetfuncties over de te maken aansluitingen, noodzakelijke handelingen, bedieningsfouten, gemeten waarden, etc. Alle informaties en meetresultaten worden op een LCD-display met puntmatrix (9) als tekst weergegeven. 4.1.1 Automatische keuze van de beschermingsklasse Afhankelijk van de teststekker of de aansluiting van het de testen object herkent het testinstrument de actuele beschermingsklasse en adviseert deze voor de meting. 4.1.2 Manuele of automatische testprocedure Afhankelijk van de instelling van het menu Set-up, wordt na plaatsgevonden meting, automatisch of na manuele opdracht, naar de volgende meting verder geschakeld. Voor de meeste tests en metingen voldoet de geïntegreerde aanwijzing voor de gebruiker. Desalniettemin dient U de inhoud van deze gebruiksaanwijzing te lezen en op te volgen. 4.2 Hulpfunctie In alle meet- en testfuncties en in praktisch alle instellingen kunt U hulpteksten oproepen en in het LCD display (9) weergeven. Voor de aansluiting van de testobjecten aan de SECUTESTâ zijn de betreffende aansluitschema´s zichtbaar weer te geven.

geblokkeerd

!

gaat branden Tekst in LCD display Lamp

geblokkeerd

U > 25 V

geblokkeerd, blokkering is op te heffen 1)

!

gaat branden

UL-N < 180 V

mogelijk

In MENU ­ set-up ­ configureren ­ U PE­N test

!

LET OP! Bij netaansluitfouten, zoals in de eerste twee gevallen omschreven, moet het instrument direct van het net ontkoppeld worden. Zorg ervoor, dat de fout verholpen wordt! Aanwijzing Een spanning op de beschermingsleiding PE van het net kan een foutieve meetwaarde bij de test op spanningsloosheid of bij metingen van de lekstroom tot gevolg hebben.

í Druk de toets (13)

12

í Druk nogmaals de toets om de hulpfunctie te verlaten.

Aanwijzing Tijdens de meting kan "Hulp" alleen door constant de toets (13) te drukken opgeroepen worden.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

4.3

Contrastinstelling

IT-net

netompoling menu "Setup" kiezen classificatie SK III U net d.m.v. bevestiging door ENTER wordt "terug" aangegeven auto testmethode

activeren contrastinstelling RISO meting

biedt, door het onderdrukken van de test UPE-N, de mogelijkheid in IT netten te testen (metingen van lekstroom kunnen anders tot foutieve meetresultaten leiden) iedere keer, wanneer de netspanning op de testwandcontactdoos wordt uitgeschakeld, worden L en N verwisseld bij het overschrijden van de grenswaarden worden omtrent de classificatie vragen gesteld bij actieve testobjecten wordt de voedingsspanning i.p.v. de isolatieweerstand gemeten het testinstrument herkent, of het zich om een inschakelbaar of niet inschakelbaar apparaat handelt. Dienovereenkomstig wordt dan de lekstroom en de verschilstroom of de isolatieweerstand en de vervangende lekstroom gemeten maakt de meting van de isolatieweerstand mogelijk

toets ingedrukt houden

4.5 Parameters voor apparaten configureren In het menu "Setup" van de funktieschakelaarpositie "MENU" kunnen de parameters voor apparaten resp. functies in- of uitgeschakeld worden, zie hfdst. 8.1, blz. 19. 4.6 Grenswaarden instellen In het onderhavige testinstrument zijn in de fabriek de grenswaarden voor de op dat tijdstip geldende DIN VDE voorschriften opgeslagen. Indien gewenst kunnen deze waarden via het MENU "Setup" voor de betreffende testvoorschriften resp. funktieschakelaarpositie zichtbaar gemaakt en veranderd worden, echter slechts dusdanig, dat de test t.o.v. de betr. DIN resp. IEC voorschriften strenger gehandhaafd wordt. Het testinstrument neemt nieuw ingegeven grenswaarden meteen over. Permanent opgeslagen worden deze echter pas na het activeren van "opslaan" in het Menu "Setup". Als, ondanks de individueel ingestelde grenswaarden, weer de grenswaarden conform DIN VDE gelden moeten, dan dient in het submenu "Grenswaarden" menupunt "alle waarden conform DIN VDE" gekozen en met ENTER bevestigd te worden.

contrast instellen 4.4 Parameters voor de meting configureren In het menu "Configureren", dat via "MENU - Setup" opgeroepen kan worden, is het mogelijk de parameters resp. de functies in- of uit te schakelen. Parameters voor de meting en hun betekenis visuele controle eerste test, mits ingeschakeld automatisch testen uit iedere volgende teststap moet met ENTER worden gestart autostore slaat automatisch elk rapport in de PSI module onder een opvolgend nummer op

GOSSEN-METRAWATT GMBH

13

In het geval dat de grenswaarden in de DIN VDE voorschriften gewijzigd worden, kunnen deze via het RS232 interface (10) veranderd worden. 4.7 Instellingen opslaan Niet alleen alle instellingen en wijzigingen, die in de menu's "CONFIGUREREN", "GRENSWAARDEN" en "NULPUNT" (temperatuurmeting) ingegeven zijn, maar ook het ingestelde contrast blijven zolang, tot de funktieschakelaar gedraaid of het instrument van het net gescheiden wordt, bewaard. Moeten alle instellingen en wijzigingen, ook nadat het instrument van het net gescheiden wordt, bewaard blijven, dan dienen deze in het menu "SETUP" of d.m.v. de schakelaarpositie opgeslagen te worden.

5.2

Aanwendingsgedeelten (elektrische medische apparaten)

5.2.1 Aanwendingsgedeelten van het type B (Body) Apparaten van dit type zijn zowel voor uit- als inwendig gebruik bij de patiënt, uitgezonderd voor het onmiddellijk gebruik aan het hart, geschikt. Deze apparaten garanderen voldoende beveiliging tegen elektrische stroomstoten, in het bijzonder met betrekking op: · betrouwbare lekstromen · betrouwbare verbinding van de beschermingsleiding, mits aanwezig Volgende beschermingsklassen zijn toegestaan: I, II, III of zulke met interne elektrische stroombron. 5.2.2 Aanwendingsgedeelten van het type BF (Body Float) Apparaten van het type B, echter met geïsoleerd aanwendingsgedeelte van het type F. 5.2.3 Aanwendingsgedeelten van het type CF (Cardiac Float) Apparaten van dit type zijn voor onmiddellijk gebruik aan het hart geschikt. Het geïsoleerde aanwendingsgedeelte moet aardingsvrij zijn. Volgende beschermingsklassen zijn toegestaan: I, II of zulke met interne elektrische stroombron.

5

Classificatie voor te testen apparaten

5.1 Beschermingsklassen De apparaten met de volgende beschermingsklassen beschikken over een basisisolatie en garanderen t.g.v. diverse extra voorzieningen, beveiliging tegen elektrische stroomstoten. 5.1.1 Apparaten met beschermingsklasse I Aanraakbare geleidende delen zijn aan de beschermingsleiding aangesloten; derhalve kunnen deze bij uitvallen van de basisisolatie niet onder spanning staan. (Herkenbaar aan randaardestekker) 5.1.2 Apparaten met beschermingsklasse II Deze apparaten beschikken over een dubbele of versterkte isolatie. (Herkenbaar door aangegotenstekker) 5.1.3 Apparaten met beschermingsklasse III Deze apparaten worden met veiligheidsspannning (SELV) gevoed. Bovendien worden geen spanningen geproduceerd, die hoger liggen dan die van de SELV. Deze apparaten mogen niet aan het net aangesloten worden. De aansluiting aan het testinstrument mag alleen via de bussen 1 tot 3 plaatsvinden.

14

GOSSEN-METRAWATT GMBH

6 6.1

Beschrijving van afzonderlijke metingen, definities en afkortingen Weerstand beschermingsleiding RSL van apparaten

De weerstand van de beschermingsleiding is de som van de volgende weerstanden: · Weerstand van de leider van de aansluitkabel of van de aansluitkabel van het apparaat · Overgangsweerstand van de steek- en klemverbindigingen · evt. weerstand van de verlengkabel

6.2 Isolatieweerstand RISO Beschermingsklasse I De meting vindt plaats tussen de kortgesloten netaansluitingen en de beschermingsleiding. Beschermingsklasse II en III De meting vindt plaats tussen de kortgesloten netaansluitingen en de van buiten met de sonde aanraakbare geleidende delen.

bij SK

II

6.3

Gemeten wordt telkens · tussen ieder aanraakbaar geleidend deel van de behuizing en de beschermingscontacten van de net-, apparatenstekkers (bij afneembare netaansluitkabels) of de aansluiting van de beschermingsleiding bij vast geïnstalleerde apparaten · bij aansluitkabels van apparaten tussen de beschermingscontacten van de netstekker en de beschermingscontacten van de aansluitstekker van het apparaat · bij verlengkabels tussen de beschermingscontacten van de netstekker en de beschermingscontacten van de koppeling Zie hfdst. 12, blz. 46 voor het testen van de verlengkabels. De bij uitlevering geldende teststromen, alsmede de toegestane grenswaarden zijn onder "Afzonderlijke metingen", hfdst. 8.2, blz. 20 aangegeven.

Aanwijzing Tijdens de meting van de isolatieweerstand moeten alle schakelaars aan het te testen apparaat op "AAN" staan. Dit geldt eveneens voor temperatuur geregelde schakelaars of temperatuurregelaars. Bij apparaten met programmaschakelaars moet in alle programmastappen gemeten te worden. Definities van stromen

6.3.1 Vervangende lekstromen Algemeen: De meting van de vervangende lekstroom is verplicht · bij apparaten met de beschermingsklasse I (DIN VDE 0701), waarbij t.g.v. reparatie of wijziging, ontstoringscondensatoren ingebouwd of nieuw aangebracht werden, of die met verwarmingselementen, waarbij een isolatieweerstand van < 0,5 M gemeten wordt, uitgerust zijn · bij elektronische apparaten (DIN VDE 0701 deel 200), waarbij koppelcondensatoren gebruikt worden en de isolatieweerstand < 0,5 M bij apparaten met de beschermingsklasse I en < 2 M bij apparaten met de beschermingsklasse II, bedraagt · bij elektrische medische apparaten conform DIN VDE 0751 deel 1

GOSSEN-METRAWATT GMBH

15

Vervangende lekstroom apparaten IEGA Voorwaarde: Een hoogohmse spanningsbron Sonde wordt tussen de kortgesloten PAT polen van het net en de (onderling verbonden) aanraakbare me230 V Testobject talen delen van de behuizing gelegd. De aansluitingen voor de patiënt worden eveneens kortgeL mA sloten en aan hetzelfde aansluitN punt aan de behuizing gelegd. Meting: De via de isolatie van het testobject vloeiende stroom wordt gemeten. Vervangende lekstroom patiënt IEPA (SECUTESTâ0751/601) Voorwaarde: Een hoogohmse spanningsbron wordt tussen de kortgesloten L aansluitingen aan de patiënt en N de (onderling verbonden) aanSonde raakbare metalen delen van de 230 V Testobject behuizing gelegd. De polen van het net worden eveneens kortgesloten en aan hetzelfde aansluitpunt gelegd. PAT mA Meting: De via de isolatie van het testobject vloeiende stroom wordt gemeten. De meting vindt steeds plaats m.b.v. een stroombegrensde AC-bron. De waarden zijn aan 1.06/1.10 - voudige waarden gelijk gemaakt. Verschillende netspanningen worden gecompenseerd.

6.3.2 Lekstromen Algemeen: Stroom, die in een apparaat zonder fouten naar de aarde of naar een vreemd geleidend deel vloeit. Aardlekstroom ISL (stroom beschermingsleiding) (optie SECU 601) Stroom, die van een voedingseenheid via de isolatie naar de beschermingsleiding en de aarde vloeit. Lekstroom behuizing IGA (sondenstroom, aanraakstroom) Stroom, die van de delen van de behuizing, die niet met de beschermingsleiding verbonden zijn, 2 L1 door een van buiten aanliggende µ N leidende verbinding, naar de aarde of een ander deel van de 3 behuizing vloeit. De stroom, die 1 Test-wandcontactdoos (zonder randaarde) via de beschermingsleiding vloeit 2 Patient-aansluitleidingen(geisoleerd sensoris in dit geval niet inbegrepen.

deel) Secutest 0751/601 3 Behuizing testobject Lekstroom patiënt IPA (optie SECU 601) Stroom, die van het aanwendingsgedeelte via de patiënt naar de aarde vloeit. De stroom kan ook door een abusievelijk vreemde spanning aan de patiënt veroorzaakt zijn en via deze en een geïsoleerd, volledig zwevend aanwendingsgedeelte van het type F naar de aarde vloeien. De beschikbare stroom patiënt is in beide gevallen niet inbegrepen.

Hulpstroom patiënt IPH (optie SECU 601) Stroom, die tussen de electroden van het aanwendingsgedeelte door de patiënt vloeit. Aan de bestemming aangepast gebruik is voorwaarde. De stroom mag verder geen fysiologische uitwerkingen hebben. Dit is b.v. het geval bij opgenomen stroom van versterkers of bij stromen bij de impedantie-plethysmographie. Verschilstroom IDI Som van de momentele waarden van de stromen, die aan de netaansluiting van het apparaat door de fasen L en N vloeien (ook reststroom genoemd). De verschilstroom is, als er een defect optreedt, praktisch identiek met de foutstroom. Foutstroom: stroom, die door een isolatiefout veroorzaakt wordt en via het defecte gedeelte vloeit.

16

GOSSEN-METRAWATT GMBH

Lekstroom IB9 (SECUTESTâ0751/601) De stroom IB9 wordt in de SECUTESTâ0751/601 als som uit de achter elkaar in beide richtingen gepoolde lekstroom behuizing en lekstroom patiënt weergegeven.

IT-Netz

1 (N) L (L) N 1 Test-wandcontactdoos zonder randaarde 2 Sensordeel 3 Behuizing testobject 4 Meetschakeling 3 2

IB9 µ 4

VDE 0751 blz. 9

6.3.3 Aanraakstroom ISONDE (test spanningsloosheid) Stroom, die tijdens het gebruik van het apparaat, van de aanraakbare geleidende delen, die niet met de beschermingsleiding verbonden zijn, via de gebruiker naar de aarde kan vloeien (ook lichaamsstroom genoemd). 6.4 Lijst met afkortingen AE voorwaarde voor fout: aanwendingsgedeelte geaard B, BF, CF classificatie voor aanwendingsgedeelten BE bedrijfsaarde Imax maximale foutstroom (in functietest)t) GE voorwaarde voor fout: behuizing geaard IABL lekstroom ISL en IGA + IPA IB9 IDI Verschilstroom IEGA vervangende lekstroom apparaten vervangende lekstroom patiënt IEPA I , IGA lekstroom behuizing INAT Inat = netspanning op sensordeel(patient lekstroommeting IPA lekstroom patiënt IPH hulpstroom patiënt ISL aardlekstroom (stroom in beschermingsleiding) aanraakstroom (test spanningsloosheid) ISonde

IVmax IZ L LF MedGV MPG MSELV N NC P PA R RSL RISO S SELV SFC SL UAC/DC UL-N USonde t Temp W ZVEH

het IT-net heeft geen directe verbinding tussen actieve leidingen en geaarde delen; de behuizingen van elektrische apparaten zijn geaard max. verbruikstroom (in functietest) tangstroom fase Vermogensfaktor voorschriften voor medische apparatuur wet voor medische producten medische veiligheidsspanning nulleider normale voorwaarden (Normal Condition) werkelijk vermogen functie aarde (potentiaal vereffening) weerstand weerstand beschermingsleiding isolatieweerstand schijnbaar vermogen veiligheidsspanning eerste fout ­ voorwaarde (Single Fault Condition) beschermingsleiding wissel-/gelijkspanning netspanning sondespanning inschakelduur temperatuur opgenomen energie centrale organisatie van duitse elektriciens

GOSSEN-METRAWATT GMBH

17

7

Aansluiten testobject

8

Afzonderlijke metingen en functietest

í Sluit het te testen object conform de schakelingen in het navolgende hoofdstuk aan. Schakelafbeeldingen vindt U ook in de hulpfunctie. De aansluiting is afhankelijk van de soort van het testobject en zijn aansluiting, resp. zijn beschermingsklasse.

Aanwijzing Voor alle metingen dient het testobject ingeschakeld te zijn. Met schakelaars, relais, temperatuurregelaars etc. dient daarbij rekening gehouden te worden.

7.1 Meting aanraakstroom (spanningsloosheid) Let er op, dat de aangeraakte delen niet geaard zijn. 7.2 Meting met hoogspanning (SECUTESTâ07 ... DC) LET OP! Aangezien de hoogspanningstest direct via de testwandcontactdoos dient plaats te vinden, mag tijdens deze test de kabelset KS13 ofd. niet gebruikt worden.

!

Naast de automatisch verlopende tests en de tests met uitgekozen beschermingsklassen resp. apparaten-groepen, kunt U de volgende meetwaarden afzonderlijk zonder waardering meten: · weerstand beschermingsleiding "RSL" · isolatieweerstand "RISO" · lekstroom "Ilek" · vervangende lekstroom "IEA" · functietest · spanning "USonde" tussen sonde en PE van het testinstrument · wissel- / gelijkspanning "UAC/DC" · weerstand "R" Meting met toebehoren (keuze opties) · wisselstroom "IZ" met tang stroom-/spanningsomvormer · weerstand beschermingsleiding RSL met tang stroom-/spanningsomvormer · temperatuur "Temp" met Pt 100 of Pt 1000

MENU

kiezen

bevestigen

18

GOSSEN-METRAWATT GMBH

eerste fout

Instellingen x / ­ / ... = Functie in- / uitgeschakeld / submenu auto klasse PSI verlichting verlichting van het LCD display. Hier bestaan drie mogelijkheden, die via de cursortoetsen gekozen kunnen worden: X: permanent ingeschakeld , -: uitgeschakeld cijfers 1 ... 9: duur in minuten, waarna de verlichting automatisch uitgeschakeld wordt. deze functie kan m.b.v. een upgrade-programma b.v. Z853K geactiveerd worden, zie Modem (optie DFÜmed) blz. 58. als deze functie ingeschakeld is, wordt in iedere stand van de schakelaar een uitgebreid medisch rapport gemaakt. Voordeel: in het medische rapport, dat via de interface RS232 opgeroepen kan worden, staan meer informaties over het testverloop (b.v. testvoorschrift, fouten etc.), zie hfdst. 20.2, blz. 64. Het ID-nr. kan tijdens het begin van de test ingegeven worden en wordt door de PSI module overgenomen. zie onder hier kan een opgeslagen rapport uit een lijst d.m.v. de ID-nummers gekozen en nogmaals weergegeven worden, zie hfdst. 20.3. functies voor de service na opgave code

meettijd incl. gebruiksfout IT-net signaaltoon verloop

modem ...

alleen X-protocol

signaaltoon meten

auto meetpunt

testmethode ... protocollen ...

service ...

als "de eerste fout" voorwaarde ingeschakeld is, wordt de test na het optreden van een fout meteen als niet goedgekeurd beëindigd. de testresultaten (goed-, afgekeurd) van de verschillende schakelaarposities worden automatisch in 8 kanalen van de statistiek ondergebracht. duur van een afzonderlijke test (0 ... 9 s, x = 10 s) het meetresultaat wordt met de gebruiksfout (bedrijfsmeetafwijking) gecorrigeerd weergegeven uitleg zie blz. 35. acustisch signaal bij: verkeerde aansluiting van het testobject, fout in het voedingsnet, volgende teststap acustisch signaal bij: schommelingen in de meetwaarden ompolen van de teststroom deze functie kan m.b.v. een upgrade programma b.v. Z745K geactiveerd worden, zie Afstandsbediening (optie SK5) blz. 59. Een signaaltoon geeft aan, of de sonde met de beschermingsleiding verbonden is. Het testverloop vindt automatisch plaats. Snel achtereenvolgende signaaltonen: Sonde aan SL, langzaam achtereenvolgende signaaltonen: meetpunt wisselen.

19

GOSSEN-METRAWATT GMBH

MENU

8.1 Parameter configureren In het menu SETUP kunnen algemene parameters geconfigureerd en opgeslagen worden. Setup

Testmethode Instellingen x / ­ = functie in- / uitgeschakeld

8.2 Weerstand beschermingsleiding RSL . Bij aansluiting van het testobject wordt de weerstand tussen de aansluiting van de beschermingsleiding aan de testwandcontactdoos resp. aan de bus SL en de aansluiting van de sonde aan het testobject (contact geleidende delen van de behuizing) gemeten. Apparaten met de beschermingsklasse I voor enkelfasige aansluiting met stekker (aan testwandcontactdoos)

Uitzondering: vast geïnstalleerde apparaten met de beschermingsklasse I

!

LET OP! Voor aansluiten van het testapparaat het net uitschakelen!

í Verwijder de zekeringen van de netaansluiting in het testobject en scheidt de aansluiting van de nulleider in het testobject. í Verbindt voor de meting van de weerstand van de beschermingsleiding de sonde met een met de beschermingsleiding verbonden geleidend deel van de behuizing.

í Verbindt voor de meting van de weerstand van de beschermingsleiding de sonde met een met de beschermingsleiding verbonden geleidend deel van de behuizing.

Apparaten met de beschermingsklasse I voor enkel- of meerfasige aansluiting zonder stekker (aan testbussen)

20

GOSSEN-METRAWATT GMBH

RSL

8.2.1

Maximaal toegestane grenswaarden van de weerstand van de beschermingsleiding bij aansluitkabels tot 5 m lengte

Teststroom Nullastspanning RSL BehuizingStekkerapparaat RSL Behuizing Netstekker

("Aan testwandcontactdoos: SK I/II " wordt niet bij de afzonderlijke meting aangegeven, alleen tijdens het automatisch testverloop)

Testnorm

De sterkte van de teststroom 3), alsmede de polariteit van de teststroom kan door drukken van de toetsen resp. omgeschakeld worden. Gedurende de meting moet de aansluitkabel op diverse plaatsen over de gehele lengte ­ bij ingebouwde apparaten alleen voor zover de leiding tijdens de reparatie, wijziging of test toegankelijk is ­ bewogen worden. Treedt bij de manuele test op geleiding een verandering in de weerstand op, dan moet ervan uit gegaan worden, dat de beschermingsleiding beschadigd of een aansluiting niet meer in orde is. Bij de meting van de beschermingsleiding is ook een nulpuntbalancering mogelijk. Deze verhoogt alle volgende meetwaarden met een offset dusdanig, dat voor een referentiepunt, dat met de beschermingsleiding verbonden is, 0 aangegeven wordt. Het met de sonde aanraken van met dit referentiepunt geleidend verbonden testpunten, leidt tot weergave van de weerstanden tussen het referentiepunt en deze testpunten. Voor de nulpuntbalancering moet tijdens de meting de knop voor het vrijgeven van het net bediend worden. De vastgestelde waarde kan overgenomen (deze waarde blijft zolang opgeslagen, totdat het apparaat van het net verwijderd wordt), permanent opgeslagen of gewist worden. De testtijd bedraagt max. 30 sec. bij 10 A3) teststroom. Na afloop van de meettijd wordt de laatst gemeten waarde ingevroren, "Data Hold, meting uitgeschakeld" verschijnt. Bij warm worden van het testinstrument kan een herhaling van de test pas na een pauze van 1 minuut gestart worden.

VDE 0701 deel 1 VDE 0701 deel 200/240 VDE 0702 VDE 0751 IEC 601 10 A~ 3) 200 mA max. 6 V

1 geadv. richtnorm 0,3 1) 0,3 0,2 0,1

RSL per volgende 5 m

1 geadv. richtnorm 0,3 1) 0,3 0,3 0,2 2)

RSL per volgende 7,5 m

VDE 0701 deel 260 VDE 0702

1) 2) 3)

10 A~ 3) 200 mA

max. 6 V

0,1 --

-- 0,1

Voor vaste aansluiting bij dataverwerkende apparaten mag deze waarde max. 1 bedragen (DIN VDE 0701 deel 240). Kabel vast aangesloten. Optie 25 A~ alleen bij SECUTESTâ07 ... P

GOSSEN-METRAWATT GMBH

21

MENU

Aanwijzing Indien de test niet succesvol uitgevoerd is, kan bij de test met 10 A AC 3) de laatste meting herhaald worden.

8.3 Isolatieweerstand RISO . Bij het aansluiten van het testobject wordt de weerstand tussen de aan de testwandcontactdoos resp. aan de bussen N en L aangesloten (kortgesloten) fasen en de aansluiting van de sonde aan het testobject gemeten.

Apparaten voor enkel- of meerfasige aansluiting zonder stekker (aan testbussen)

Aanwijzing Bij de meting van de isolatieweerstand moeten alle schakelaars van het apparaat op "aan" staan. Dit geldt ook voor temperatuur geregelde schakelaars of temperatuurregelaars. Bij apparaten met programmaschakelaars moet in alle programmastappen gemeten worden.

Apparaten voor enkelfasige aansluiting met stekker (aan testwandcontactdoos)

Uitzondering: vast geïnstalleerde apparaten met de beschermingsklasse I

!

LET OP! Schakel voor aansluiting van het testinstrument het net van het testobject vrij!

í Verwijder de zekeringen van de netaansluitingen in het testobject en scheidt de aansluiting van de nulleider in het testobject. í Sluit om de isolatieweerstand te meten de sonde aan de fase L van het testobject aan.

22

GOSSEN-METRAWATT GMBH

RISO

8.3.1

Minimaal toelaatbare grenswaarden van de isolatieweerstand

Testspanning RISO

Testnorm

VDE 0701 deel 1/200/260 VDE 0702 500 V VDE 0751 12/84 1)

0,5 M 0,5 M 2 M

2 M 2 M 7 M

0,25 M 0,25 M --

70 M

1)

70 M

In de norm-uitgave 10.90 vervalt deze test.

De nominale spanning bedraagt hierbij 500 V. U kunt de nominale spanning in het bereik van 50 V tot 550 V instellen.

Aanwijzing Bij nieuwe isolatiemeting vanuit het menu is steeds 500 V als nominale spanning ingesteld. De nullastspanning is steeds hoger dan de nominale spanning.

Aanwijzingen betreffende de testnormen VDE 0701 en 0702 Wordt bij apparaten met de beschermingsklasse I, die over verwarmingselementen beschikken, onder de waarde 0,5 M gebleven, dan dient een meting van de vervangende lekstroom conform hfdst. 8.7, blz. 25 uitgevoerd te worden. Deze meting moet succesvol worden uitgevoerd. Als bij elektronische apparaten met de beschermingsklasse II de vereiste waarde van 2 M niet nagekomen wordt, is eveneens zo te handelen. Bij apparaten met de beschermingsklassen II en III en bij apparaten met een batterijvoeding moet elk aanraakbaar geleidend deel met de sonde aangeraakt en de isolatieweerstand gemeten worden. De meting van de isolatieweerstand vervalt bij apparaten met de beschermingsklasse III en bij apparaten met een batterijvoeding als deze aan de volgende specificaties voldoen ­ nominaal vermogen 20 VA ­ nominale spanning 42 V. Bij apparaten met een batterijvoeding moet de batterij tijdens de meting verwijderd resp. ontkoppeld worden.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

23

MENU

SK I

SK II

SK III

8.4 IABL

Lekstroom IABL.

8.4.2 Lekstroom behuizing IGA. . Stroom, die van de gedeelten van de behuizing, die niet met de beschermingsleiding verbonden zijn, door een externe geleidende verbinding naar de aarde of een ander gedeelte van de behuizing vloeit. De stroom, die via de beschermingsleiding vloeit, is niet inbegrepen.

8.4.1

Aardlekstroom ISL (optie SECU 601) Stroom, die van de voedingseenheid via de isolatie naar de beschermingsleiding en zo naar de aarde vloeit.

Lekstroom patiënt IPA (optie SECU 601). Stroom, die van het aanwendingsgedeelte via de patiënt naar de aarde vloeit. De stroom kan ook door een abusievelijk vreemde spanning aan de patiënt van buitenaf veroorzaakt worden en via deze en een geïsoleerd, volledig zwevend aanwendingsgedeelte van het type F naar de aarde vloeien. De beschikbare stroom patiënt is in beide gevallen niet inbegrepen.

8.4.3

!

LET OP! Tijdens deze meting is de beschermingsleiding onderbroken.

8.4.4 Hulpstroom patiënt IPH (optie SECU 601) Stroom, die tussen de electroden van het aanwendingsgedeelte door de patiënt vloeit. Aan de bestemming aangepast gebruik is voorwaarde. De stroom mag verder geen fysiologische uitwerkingen hebben. Dit is b.v. het geval bij opgenomen stromen van versterkers of bij stromen bij de impedantie-plethysmographie.

24

GOSSEN-METRAWATT GMBH

8.4.5 Verschilstroom IDI. . Som van de momentele waarden van de stromen, die aan de netaansluiting van het apparaat door de fasen L en N vloeien (ook reststroom genoemd). De verschilstroom is, als er een defect optreedt, praktisch identiek met de foutstroom. Foutstroom: stroom, die door een isolatiefout veroorzaakt wordt en via het defecte gedeelte vloeit.

8.4.6 IB9 stroom conform DIN VDE 0751 afb. 9 (SECUTESTâ0751/601) De stroom IB9 wordt in de SECUTESTâ0751/601 als som uit de achter elkaar in beide richtingen gepoolde lekstroom aan de behuizing en de patiënt weergegeven. Hierdoor worden relatief kleine, maar met betrekking tot de grenswaarde te hoge lekstromen aan de patiënt duidelijk herkend, die anders door te hoge aardlekstromen overlapt zouden worden.

8.6 Beoordeling meetwaarden bij afzonderlijke metingen Om zeker te zijn, dat de grenswaarden van de afzonderlijke metingen in ieder geval nagekomen worden, dient de meetfout van het apparaat ingecalculeerd te worden. M.b.v. de tabel in de aanhang kunt U voor de betr. meting de voorgeschreven minimale waarden, die het apparaat ­ rekening houdend met de gebruiksfout (bij nominale gebruiksvoorwaarden) ­ aangeven mag, om de vereiste grenswaarden niet te overschrijden (DIN VDE 0413, deel 1) vaststellen. Tussenwaarden kunt U interpoleren. Bij de automatische uitvoering houdt het testinstrument met de betr. meetfout rekening.

8.7

Vervangende lekstroom IEA .

Aansluiting Voor de aansluiting van het testobject, zie afbeeldingen voor de aansluiting in de hulpfunctie in het testinstrument. Aansluiting van vast geïnstalleerde apparaten met de beschermingsklasse I Bij vast geïnstalleerde testobjecten wordt de stroom tussen de, aan de fasen L en N aan te sluiten sonde en de aansluiting van beschermingsleiding PE van het testinstrument gemeten.

! !

LET OP! Tijdens deze meting is de beschermingsleiding onderbroken.

LET OP! Schakel het net uit voordat U het testinstrument aansluit!

GOSSEN-METRAWATT GMBH

25

MENU

8.5 Ompolen net bij meting van lekstromen Indien dit in het menu lekstromen in hfdst. 8.4, blz. 24 ingesteld werd, worden bij ieder inschakelen van de netspanning op de testwandcontactdoos L en N verwisseld.

í Verwijder de zekeringen van de netaansluiting in het testobject en scheidt de aansluiting van de nulleiding in het testobject. í Sluit om de vervangende lekstroom te meten de sonde aan de fase L en N van het testobject aan.

Vervangende lekstroom apparaten IEGA Gemeten wordt de vervangende lekstroom tussen de kortgesloten fasen N en L en het de beschermingsleiding PE. De weerstand van de meetschakeling bedraagt al naar gelang keuze 2 k voor VDE 0701/0702 of 1 k voor VDE 0751 voor de nabootsing van de gemiddelde weerstand patiënt.

IEA... Vervangende lekstroom patiënt IEPA (SECUTESTâ0751/601) Gemeten wordt de vervangende lekstroom tussen de kortgesloten fasen N en L en het aanwendingsgedeelte. De bussen A tot K voor de aanwendingsgedeelten aan het testinstrument zijn hiervoor onderling kortgesloten. Dit is een meting van vervangende lekstroom, waarbij stromen weergegeven worden, die bij een meting van lekstroom conform de voorschriften voor apparaten en bij 1,06-voudige nominale netspanning zouden vloeien. Een meting van de lekstroom conform de geldende voorschriften voor apparaten is meestal niet mogelijk, omdat daarvoor de apparaten of geïsoleerd geplaatst, of aan een van de aarde geïsoleerde spanningsbron aangesloten moeten worden.

8.7.1 Grenswaarden van lekstromen Zie menu "Instellen grenswaarden", voor DIN VDE 0751 hfdst. 13.1.2, blz. 49 en voor IEC 601 hfdst. 14.1.3, blz. 54.

26

GOSSEN-METRAWATT GMBH

LET OP HOOGSPANNING! Raak de testwandcontactdoos noch het te testen object tijdens de hoogspanningstest niet aan! Er bevindt zich een hoogspanning van max. 5,5 kV aan de uitgang van de testwandcontactdoos! Door uw lichaam kan een stroom vloeien, die weliswaar niet levensgevaarlijk is, de elektrische stoot is echter duidelijk voelbaar. Voor de beschermingsklasse I is de vorige test van de beschermingsleiding absoluut noodzakelijk, omdat bij een onderbreking van de beschermingsleiding de hoogspanningstest niet het totale dielectricum opeist en derhalve de testdiepte niet voldoet. Voorbereiding

í Zolang de toets ENTER ingedrukt blijft, wordt de testspanning op de testwandcontactdoos en zodoende op het te testen object geschakeld. Het inschakelen van de hoogspanning wordt acustisch gesignaleerd. Weergegeven worden de actueel gemeten minimale uitgangsspanning "UHV AC" (gemeten waarde gedeeld door 1,5), de testspanning "UDC" alsmede de resterende testtijd. í Na het loslaten van de toets wordt de equivalente AC-spanning, die tijdens de test optrad, weergegeven. Deze spanning wordt als testresultaat beschouwd. Als deze kleiner is dan de gekozen nominale spanning, wordt de test als niet succesvol beoordeeld. í Als U de test wenst te herhalen, druk dan de toets v. De test start weer met het aangeven van de nominale spanning.

í Beschermingsklasse I: Beschermingsklasse I: Er mag geen sonde op de aansluitbussen 4 en 5 zijn aangesloten. Beschermingsklasse II: Sluit de sonde aan de bussen 4 en 5 aan. í Beschermingsklasse II: Raak alle toegankelijke geleidende delen gelijktijdig aan, om onnodige lange testtijden en herhalingen te vermijden. Vermijd het sequentieele aftasten van afzonderlijke delen. í Draai de schakelaar op MENU. í Kies met de toets w het menu "HV-DC" en bevestig met ENTER.

!

!

LET OP! De patientsensor-delen mogen tijdens de hoogspanningstest niet zijn aangesloten!

Uitvoering

LET OP! Bij overslag wordt de test meteen, onder weergave van de spanning zijnde "UHV AC", beëindigd. Wordt het testobject tijdens de meting van de testwandcontactdoos verwijderd, dan wordt de test eveneens beëindigd. Volgende aanwijzing wordt weergegeven: "Let op, het testobject staat nog onder spanning!"

í Steek de netstekker van het te testen object in de testwandcontactdoos. í Als U het testobject nog niet ingeschakeld heeft, wordt U hieraan in het display herinnerd.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

27

MENU

8.8 Hoogspanningstest (SECUTESTâ07 ... DC) De hoogspanningstest kan alleen via de testwandcontactdoos plaatsvinden. Deze is tijdens de hoogspanningstest geaard.

í Kies de door U gewenste nominale spanning voor de HV via te toetsen vw uit. Deze nominale spanning wordt door het testinstrument met de factor 1,5 vermenigvuldigd en geeft de daadwerkelijke testspanning weer, zie hfdst. 1.1.1.

8.9 Functietest Onmiddellijk na een goedgekeurde zekerheidstest kan de functietest plaatsvinden, zonder dat de positie van de functieschakelaar (6) veranderd moet worden (dit is niet mogelijk bij apparaten met de beschermingsklasse III). Bovendien kan de functietest in de funktieschakelaarpositie MENU "functie" gestart worden.

!

LET OP! De functietest is alleen toegestaan, als het testobject succesvol de veiligheidstest conform DIN VDE 0701 resp. DIN VDE 0702 doorlopen heeft.

Aanwijzing De functietest is alleen mogelijk, als het testobject aan de testwandcontactdoos (21) aangesloten is.

Metingen De functietest impliceert volgende metingen: ­ Spanning U-LN tussen de fasen L en N ­ Verschilstroom I (gelijk met de foutstroom tussen L en N) ­ Opgenomen stroom IV ­ Werkelijk vermogen P ­ Schijnbaar vermogen S (berekend) ­ Arbeidsfactor LF (cos berekend, weergave > 10 W) ­ Opgenomen energie W ­ Inschakeltijd t van UL­N aan testwandcontactdoos (21) Bovendien worden volgende waarden in alle funktieschakelaarposities ­ uitgezonderd MENU ­ na beëindiging van de functietest weergegeven: ­ Max. verschilstroom Imax ­ Max. opgenomen stroom Ivmax ­ Max. werkelijk vermogen Pmax De arbeidsfactor wordt uit het werkelijk ­ en het schijnbaar vermogen berekend. Voor sinusvormige grootten (netspanning en opgenomen stroom) komt de arbeidsfactor met cos overeen.

!

LET OP! Start functietest Uit veiligheidsredenen moet het testobject voor begin van de functietest uitgeschakeld worden. Daardoor moet worden voorkomen, dat een testobject, waarvan bij gebruik gevaar kan uitgaan, b.v. een cirkelzaag of een slijpschijf, abusievelijk ingeschakeld wordt. Einde functietest Na beëindiging van de functietest moeten de testobjecten ­ vooral die met relatief hoge inductantie ­ via hun eigen schakelaar uitgeschakeld worden.

28

GOSSEN-METRAWATT GMBH

Functie

Test kortsluiting 1 Test, of de fasen N en L kortgesloten zijn. 2 Test, of de fasen N of L met de beschermingsleiding kortgesloten zijn.

Aanwijzing Het testinstrument herkent automatisch een kortsluiting aan het te testen object. Hiervan vindt een melding in het display (9) plaats. De functietest wordt geblokkeerd.

Met de toets (14) kan de testwandcontactdoos spanningsloos geschakeld, of met de toets (12) de functietest beëindigd worden.

Als het lampje (15) knippert kan via de toets (14) netspanning op de testwandcontactdoos geschakeld en de meting gestart worden. Als het lampje constant brandt ligt netspanning aan de testwandcontactdoos.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

29

MENU

8.10 8.10.1

Spanningsmeting Sondenspanning USonde ­ max. 300 V 8.10.2 Wissel-/ gelijkspanning UAC/DC ­ max. 253 V (optie)

Aansluiting Aansluiting

Gemeten wordt de spanning tussen de PE-netaansluiting van het testinstrument en de sonde. In deze meetschakeling kan de sonde ook als fasenzoeker gebruikt worden. USonde

Gelijk-, wissel- en mengspanningen tot 253 V tussen de aansluitbussen N (2) en L (3) kunnen gemeten worden. UAC/DC

30

GOSSEN-METRAWATT GMBH

8.11

Weerstand R (optie)

Tussen de bussen SL (1) en N (2) kunnen weerstanden tot 150 k gemeten worden. R

GOSSEN-METRAWATT GMBH

31

MENU

Aansluiting

8.12 8.12.1

Metingen met toebehoren Wisselstroom IZ 8.12.2 Weerstand beschermingsleiding RSL

Aansluiting

Aansluiting d.m.v. De tang stroom-/spanningsomvormer WZ12C kan de weerstand van de beschermingsleiding bepaald worden. SECUTESTâ0751/601P: Gebruik bovendien voor aanpassing van het meetbereik de shunt Z864A. P: Potentiaalleiding voor 4-pool-meting.

Met een aan de bussen N (2) en L (3) aangesloten tang stroom-/spanningsomvormer b.v. WZ12C kunnen in twee meetbereiken (1 mA ... 10 A ~, 1 A ... 120 A~) wisselstromen gemeten worden. IZ

RSL

meetbereik omschakelen

32

GOSSEN-METRAWATT GMBH

8.12.3 Temperatuur T (optie) Aansluiting

í Sluit de aansluitkabels van de voeler aan het einde kort en bepaal op de hierna beschreven methode de weerstand.

Nulpunt

Met een Pt100- of Pt1000-voeler (basisinstelling), die aan de bussen SL (1) en N (2) aangesloten kan worden, kunnen temperaturen in het bereik ­200 °C ... +850 °C gemeten worden. Temp U kunt de vastgestelde waarde direct opslaan (toets anderen. Het ingavemenu bereikt U via de toets . ) of deze eerst veren

í Verander de overgenomen waarde manuaal m.b.v. de toetsen .

í Druk de toets ten einde de waarde over te nemen en voor de weergave van verdere menufuncties in de voetnoot.

U kunt deze waarde permanent zekerstellen door "waarde opslaan" , voor "beëindiging uitbalancering" te drukken. De opdracht "Wissen waarde" bereikt U alleen via het menu "Veranderen waarde". Deze instelling ­ geen nulpuntbalancering ­ wordt tegelijkertijd gewaarborgd bij het gebruik van .

Via de toets "Meetbereik omschakelen" kiest U tussen Pt100 en Pt1000. De eenheid van de temperatuur kunt U in het setupmenu "TEMPERATUUR" fixeren. U kunt kiezen tussen de meetwaarden °C (Celsius), °F (Fahrenheit) en Kelvin. Via het setupmenu "TEMPERATUUR" bereikt U ook de nulpuntbalancering.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

33

MENU

Nulpuntbalancering De weerstand van de aansluitkabel kan hier uitgebalanceerd worden.

9

Testen van apparaten conform DIN VDE 0701 deel 1, 200 en 260

Volgende metingen kunnen in deze funktieschakelaarposities plaatsvinden: · Meting beschermingsleiding RSL (vaste aansluiting of via stekker) ­ deel 1: teststroom: ±200 mA DC ­ deel 200: teststroom: ±200 mA DC ­ deel 260: teststroom: 10 A AC (SECUTESTâ07 ... P: 25 A AC) · Meting isolatieweerstand RISO · Hoogspanningstest ter completering deel 260 (SECUTESTâ07 ... DC) Deel 1 Navolgende gebruiks- en arbeidsapparatuur met de beschermingsklassen I tot III kunnen in deze funktie -schakelaarpositie getest worden, b.v.: · Apparaten met elektromotor · Apparaten met elektrische verwarmingselementen · Elektrisch gereedschap · Lampen Verlengkabels met de beschermingsklasse I kunnen eveneens getest worden, zie hfdst. 12, blz. 46. Conform DIN VDE 0701 deel 1 mag de weergegeven stroom tussen delen, welke in gebruik onder spanning staan en aanraakbare metalen delen 7 mA, bij apparaten met een verwarmingsvermogen 6 kW 15 mA niet overschrijden. Deel 200 In deze funktieschakelaarpositie kunnen aan het net aangesloten elektronische apparaten met de beschermingsklasse I tot III, b.v. audio- en video-electronica, getest worden: · Hifi- en TV-apparaten Bij aan het net aangesloten elektronische apparaten gelden conform DIN VDE 0701 deel 200 volgende max. waarden voor de vervangende lekstroom: ­ enkelfasig gevoede apparaten 1 mA ­ meerfasig gevoede apparaten 0,5 mA

Deel 260 Hier kan handbedreven elektrisch gereedschap getest worden: · Slijpschijf · Handcirkelzaag 9.1 Vastleggen testverloop Als het testverloop aan het testobject aangepast moet worden, dan kan dit zowel in het volgende menu, als in Setup en hier onder "configureren" plaatsvinden.

De volgende testparameters moeten voor ieder testverloop gecontroleerd en evt. aangepast worden. Derhalve worden deze waarden niet opgeslagen. klasse de beschermingsklasse van het aangesloten testobject wordt automatisch herkend. Deze kan manuaal veranderd worden. x: m.b.v. de adapter EL 1 (optie) kunnen verlengkabels of aansluitkabels, die langer dan 5 m zijn, separaat of in combinatie met een apparaat getest worden.

verlengkabel

Aanwijzing De test van de verlengkabel is uitsluitend in de schakelaarposities VDE 0701 deel 1 en VDE 0702 mogelijk. Mits U over de optie EL 1 beschikt, verwijzen wij naar hfdst. 12, blz. 46.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

34

Setup

9.1.1 Configureren meetparameters (optie) configureren

instellingen x / ­ = functie in- / uitgeschakeld opslaan alle posities in het menu SETUP, d.w.z. de configuratie van de parameters, alsmede de actuele grenswaarden kunnen hier ­ indien gewenst ­ opgeslagen worden. Deze waarden blijven ook na het omschakelen in een andere schakelaarpositie of het verwijderen van het net, bestaan. zie hfdst. 11.1.1, blz. 43. zie hfdst. 11.1.2, blz. 43. start met ID-nr. x: voor meetbegin wordt een verzoek tot ingave van het ID-nr. zichtbaar. Hier kunt U een individueel nummer via het toetsenbord van de PSI-module (optie) ingeven, via een bar codelezer of chipreader (optie) laten inlezen of uit een lijst de soort van Uw testobject direct uitkiezen. Bij foutieve opgave: Het wissen is slechts met hele regels en alleen via de toets aan het testinstrument mogelijk. ID-nr.=testverloop (optie DBmed) Zie hfdst. 17, blz. 59. visuele test manuaal verloop het menu "Visuele test" verschijnt aan het begin van het testverloop iedere teststap moet via bevestigd worden (testtijd bij automatisch verloop, zie testverloop hfdst. 8.1, blz. 19) aan het einde van de test worden de testgegevens automatisch in de PSI-module (optie) opgeslagen door het onderdrukken van de test van UPE-N , is het testen in IT-netten mogelijk. Bij de UPE-N test wordt getest, of zich aan PE een spanning bevindt. (Metingen lekstroom kunnen anders tot foutieve meetwaarden leiden) bij ieder inschakelen van de netspanning op de testwandcontactdoos worden L en N verwisseld bij het overschrijden van de grenswaarden worden vragen omtrent de classificatie gesteld bij actieve testobjecten wordt de voedingsspanning i.p.v. de isolatieweerstand gemeten

configureren ... grenswaarden ... gegevensbank ...

autostore

IT-net

ompoling net classificatie SK III UV

GOSSEN-METRAWATT GMBH

35

VDE 0701

9.1.2 Instellen en activeren grenswaarden (optie) Hier kunnen voor iedere meting grenswaarden, gescheiden naar de beschermingsklasse I en II, aangegeven worden. De grenswaarden kunnen alleen zodanig veranderd worden, dat de test t.o.v. DIN VDE 0701 strenger gehandhaafd wordt. Door het kiezen en bevestigen van "ALLE WAARDEN CONFORM DIN VDE" worden alle grenswaarden voor de betreffende beschermingsklasse op de stand van de laatste calibratie ingesteld. grenswaarden ...

9.2

Aansluiten testobject

í Sluit het testobject volgens een van de schakelingen uit hfdst. 7, blz. 18 aan het testinstrument aan. De betr. schakeling vindt U ook in het menu HULP. De aansluiting is afhankelijk van de soort van het testobject, zijn aansluiting resp. zijn beschermingsklasse en zijn veiligheidsklasse.

Aanwijzing Het testobject moet voor alle metingen ingeschakeld zijn. Met schakelaars, relais, temperatuurregelaars etc. is rekening te houden.

9.3 Uitvoeren visuele controle De visuele controle vindt alleen plaats, mits deze in het menu SETUP geactiveerd werd. grenswaarde kiezen

ingave activeren

defect deel kiezen

waarde veranderen

als defect markeren volgende teststap

ingave bevestigen 9.1.3 Opslaan instellingen Moeten de in de submenu´s van de SETUP gewijzigde parameters voor toekomstige metingen ter beschikking staan, dan dienen deze in het menu SETUP opgeslagen te worden: "OPSLAAN" kiezen en met bevestigen.

36

GOSSEN-METRAWATT GMBH

9.4

Meting van de weerstand van de beschermingsleiding van apparaten met de beschermingsklasse I

9.5

Meting van de isolatieweerstand

Na de isolatiemeting wordt het testobject automatisch ontladen. Als meerdere delen met de beschermingsleiding verbonden zijn, kan de test voor ieder deel herhaald worden. Het afvragen hiervan vindt alleen plaats als het testverloop manuaal ingesteld is.

9.6 Test kortsluiting 1 Test, of de fasen N en L kortgesloten zijn. 2 Test, of de fasen N en L met de beschermingsleiding kortgesloten zijn.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

37

VDE 0701

9.7

Hoogspanningstest (SECUTEST,07 ... DC) als aanvulling op de test DIN VDE 0701 deel 260 Uitvoering LET OP HOOGSPANNING! Raak de testwandcontactdoos noch het te testen object tijdens de hoogspanningstest niet aan! Er bevindt zich een hoogspanning van max. 5,5 kV aan de uitgang van de testwandcontactdoos! Door uw lichaam kan een stroom vloeien, die weliswaar niet levensgevaarlijk is, de elektrische stoot is echter duidelijk voelbaar. Voor de beschermingsklasse I is de vorige test van de beschermingsleiding absoluut noodzakelijk, omdat bij een onderbreking van de beschermingsleiding de hoogspanningstest niet het totale dielectricum opeist en derhalve de testdiepte niet voldoet.

í Start de hoogspanningstest, mits U "manuaal verloop" in het Setup ingesteld heeft, met ENTER. í Raak het testobject met de sonde aan.

Het inschakelen van de hoogspanning wordt acustisch gesignaleerd. De ingestelde nominale spanning van 3,5 kV leidt hier tot een uitgangsgelijkspanning van max. 5,25 kV (+0/­3%). De hoogspanningstest wordt na afloop van de testtijd automatisch beëindigd.

Voorbereiding

UHV DC: equivalente testspanning in DC UHV AC: gemeten DC-waarde gedeeld door 1,5

í Kies voor de instelling van de parameter voor de hoogspanningstest in het SETUP van de funktieschakelaarpositie "VDE 0701 deel 260" het menu HOOGSPANNING. í Geef de gewenste AC-nominale spanningen voor de beschermingsklasse I en II, alsmede de testtijd aan. De betreffende AC-nominale spanning wordt door het testinstrument met de factor 1,5 vermenigvuldigd en geeft de daadwerkelijke DC-testspanning aan, zie hfdst. 1.1.1. De ingestelde of automatisch herkende beschermingsklasse bepaalt de testspanning. í Sla de Setup-waarden op. í Sluit het testobject aan de testwandcontactdoos aan. í Beschermingsklasse I: Er mag geen sonde op de aansluitbussen 4 en 5 aangesloten zijn. Beschermingsklasse II: Sluit de sonde aan de bussen 4 en 5 aan.

Indien de waarde UHV AC kleiner is dan de gekozen nominale spanning UAC wordt de test als afgekeurd beoordeeld.

Aanwijzing Bij overslag wordt de spanning tijdens de overslag als minwaarde UHV AC in het testresultaat weergegeven. Bovendien wordt de reden voor het niet slagen van de test meegedeeld.

!

LET OP! Let erop, dat tijdens de hoogspanningstest de aanwendingsgedeelten van de SECUTEST,0751/601 niet aangesloten zijn!

38

GOSSEN-METRAWATT GMBH

Aanwijzing Als niet duidelijk is, of alle aanraakbare geleidende delen onderling resp. met de beschermingsleiding verbonden zijn, bestaat de mogelijkheid alle delen op de manuele wijze te testen.

Aanwijzing Bij ieder inschakelen van de netspanning op de testwandcontactdoos worden de fasen L en N automatisch omgepoold; dit moet in het Setup submenu "Configureren" ingesteld worden.

Na beëindiging van de functietest wordt het testresultaat, uitgebreid met de positie I, weergegeven.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

39

VDE 0701

9.8 Testresultaat Het automatisch testverloop leidt tot een correct resultaat, indien: Beschermingsklasse I: Bij de te testen objecten alle aanraakbare geleidende delen met de beschermingsleiding verbonden zijn. Beschermingsklasse II: Bij de te testen objecten alle aanraakbare geleidende delen onderling verbonden zijn.

9.9 Functietest De functietest kan onmiddellijk na een succesvolle veiligheidstest plaatsvinden. De knipperende signaallamp maakt U hierop attent. Bovendien kan de functietest ook in de funktieschakelaarpositie MENU gestart worden.

Uitvoeren functietest: zie hfdst. 8.9, blz. 28.

10

Testen van apparaten conform DIN VDE 0701 deel 240

EDV- / bureau-apparatuur

Deze schakelaarpositie biedt de mogelijkheid tests aan dataverwerkende apparaten en bureau-apparatuur met de beschermingsklassen I en II, zowel afzonderlijk als in verbond, uit te voeren. Volgende metingen zijn in deze schakelaarpositie mogelijk: · Meting beschermingsleiding RSL (vaste aansluiting of via stekker) teststroom: DC ±200 mA · Lekstroom behuizing I Conform DIN VDE 0701 deel 240 moet na onderhoud, reparatie en wijziging van dataverwerkende apparaten en bureau-apparatuur de beschermingsleiding van de apparaten getest en vastgesteld worden, of aanraakbare geleidende delen spanningsloos zijn. Dit geldt · bij apparaten met de beschermingsklasse I voor alle aanraakbare geleidende delen aan de gebruikerszijde, die niet met de beschermingsleiding verbonden zijn · bij apparaten met de beschermingsklasse II (veiligheids geïsoleerde apparaten) voor alle aanraakbare geleidende delen aan de gebruikerszijde, en wel in beide posities van de netstekker. 10.1 Vastleggen testverloop Voor testverloop zie hfdst. 9.1. Bijzondere parameters in verbond zowel apparaten met de beschermingsklasse I als ook II kunnen afzonderlijk of in verbond getest worden. Bij een verbond van apparaten met de beschermingsklasse I worden eerst alle verbindingen van de beschermingsleiding en daarna ­ zoals bij een apparaten-verbond met de beschermingsklasse II ­ alle aanraakbare geleidende delen getest. 10.2 Aansluiten testobject

vast geïnstalleerd of aan de wandcontactdoos van het net

aan de testwandcontactdoos van het

testinstrument

U kunt aan de eis om in beide posities van de netstekker te testen voldoen, door bij de aansluiting van het te testen object aan de testwandcontactdoos van het testinstrument, in "Setup ­ configureren" de netompoling "IN"- te schakelen. Bij ieder inschakelen via de toets (14) worden de fasen L en N aan de testwandcontactdoos omgepoold.

!

í Sluit het testinstrument en het te testen object als volgt aan: ­ oftewel beide aan separate stopcontacten aan het net. De stopcontacten waaraan testinstrument en het te testen object met de beschermingsklasse I aangesloten worden, moeten over hetzelfde potentiaal van de beschermingsleiding beschikken! ­ of het testinstrument aan het net en het te testen object aan de testwandcontactdoos van het testinstrument.

40

LET OP! De test met de netompoling resp. in beide posities van de netstekker heeft een onderbreking in de functie van de dataverwerkende apparaten resp. bureau-apparatuur ten gevolgen. Deze test is derhalve alleen na afspraak met de gebruiker uit te voeren. Een fout in het te testen object kan bij de test de FI-schakelaar van het net activeren en zo eveneens een onderbreking in de functie veroorzaken. De producent van het testinstrument verklaart zich niet verantwoordelijk voor het verlies van gegevens of andere schaden, die door het gebruik van het testinstrument ontstaan.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

10.3 Uitvoeren visuele controle Zie hfdst. 9.3, blz. 36. 10.4 Test kortsluiting Zie hfdst. 9.6, blz. 37. 10.5 Meting van de weerstand van de beschermingsleiding van apparaten met de beschermingsklasse I

Bij het testen van apparaten met de beschermingsklasse I dient eerst de weerstand van de beschermingsleiding te worden gemeten alvorens ­ zoals bij apparaten met de beschermingsklasse II ­ met de sonde alle aanraakbare geleidende delen afgetast moeten worden. Deze test kan bij manuaal verloop zo vaak als gewenst herhaald worden. 10.6 Meting van de lekstroom van de behuizing I Hiervoor wordt het te testen object twee maal ­ en wel iedere keer met omgepoolde netspanning ­ in bedrijf genomen.

Beschermingsklasse II: bij de te testen objecten alle aanraakbare geleidende delen onderling verbonden zijn. De gebruiksfout van het instrument is bij de weergegeven meetwaarden ingecalculeerd.

Aanwijzing Indien niet duidelijk is, of alle aanraakbare geleidende delen onderling resp. met de beschermingsleiding verbonden zijn, kan op manuele wijze getest worden.

10.8 Functietest Voor uitvoeren functietest, zie hfdst. 9.9, blz. 39.

Naast de meetwaarde wordt ook de testspanning (referentiespanning) en de actuele grenswaarde weergegeven.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

41

VDE 0701

10.7 Testresultaat Het automatisch testverloop leidt tot een correct resultaat, indien: Beschermingsklasse I: bij de te testen objecten alle aanraakbare geleidende delen met de beschermingsleiding verbonden zijn, na een test in verbond wordt bovendien de differentiële weerstand van de beschermingsleiding RSL weergegeven.

11

Testen van apparaten conform DIN VDE 0702

Setup

Volgende metingen kunnen in deze funktieschakelaarpositie uitgevoerd worden: · Meting beschermingsleiding RSL (vaste aansluiting of via stekker) Teststroom: DC ±200 mA · Isolatiemeting R.ISO (kan gedeactiveerd worden, b.v. bij gevaar spanningsgevoelige delen bij dataverwerkende apparaten te beschadigen) · Vervangende lekstroom of differentiële stroom

11.1 Vastleggen testverloop Als het testverloop aan het betr. testobject aangepast moet worden, dan kan dit met het menu "aan testwandcontactdoos", "Setup" en "configureren" plaatsvinden.

opslaan

configureren ... grenswaarden ... gegevensbank ...

De volgende testparameters moeten voor ieder testverloop gecontroleerd en evt. aangepast worden. Derhalve worden deze waarden niet opgeslagen. klasse de beschermingsklasse van het aangesloten testobject wordt automatisch herkend. Deze kan manuaal gewijzigd worden. x: m.b.v. de adapter EL 1 (optie) kunnen verlengkabels of aansluitkabels, die langer zijn dan 5 m, alleen of in combinatie met een apparaat getest worden. x: er vindt een meting van de isolatieweerstand plaats.

alle instellingen in het menu SETUP, d.w.z. de configuratie van de meetparameters en de actuele grenswaarden kunnen via deze opdracht opgeslagen worden. Deze waarden blijven ook na het omschakelen in een andere schakelaarpositie of het verwijderen van het net, bestaan. zie hfdst. 11.1.1, blz. 43. zie hfdst. 11.1.2, blz. 43. start miet ID-nr. x: voor meetbegin wordt een verzoek tot ingave van het ID-nr. zichtbaar. Hier kunt U een individueel nr. via het toetsenbord van de PSI-module (optie) ingeven, via een bar codelezer (optie) laten inlezen of direct uit een lijst de soort van Uw testobject uitkiezen. Bij foutieve ingave: Het wissen is slechts met hele regels en alleen via de toets aan het testinstrument mogelijk. ID-nr.=testverloop (optie DBmed) Zie hfdst. 17, blz. 59.

Verl. Ltg.

ISO-R

42

GOSSEN-METRAWATT GMBH

11.1.1 Configureren meetparameters (optie) configureren

11.1.2 Instellen en activeren grenswaarden (optie) Hier kunnen voor iedere meting grenswaarden, gescheiden naar beschermingsklasse I en II, aangegeven worden. De grenswaarden kunnen alleen dusdanig gewijzigd worden, dat de test t.o.v. DIN VDE 0702 strenger gehandhaafd wordt. Door het kiezen en bevestigen van "Alle waarden conform DIN VDE" worden alle grenswaarden voor de betr. beschermingsklasse op de stand van de laatste calibratie ingesteld. grenswaarden SK I

Instellingen x / ­ = functie in- / uitgeschakeld visuele test manuaal verloop het menu "visuele test" verschijnt aan het begin van het testverloop iedere teststap moet door gestart worden (testtijd bij automatisch verloop, zie hfdst. 8.1, blz. 19) aan het einde van de test worden de testgegevens automatisch in de PSI-module (optie) opgeslagen door het onderdrukken van de test van UPE-N , is het testen in IT-netten mogelijk. Bij de UPE-N test wordt getest, of zich aan PE een spanning bevindt. (Metingen lekstroom kunnen anders tot foutieve meetwaarden leiden) bij ieder inschakelen van de netspanning op de testwandcontactdoos worden L en N verwisseld. bij het overschrijden van de grenswaarden worden vragen omtrent de classificatie gesteld bij actieve objecten wordt de voedingsspanning i.p.v. de isolatieweerstand gemeten het testinstrument herkent, of het zich om een inschakelbaar of niet inschakelbaar apparaat handelt: dienovereenkomstig wordt de lek- en de verschilstroom of de isolatieweerstand en de vervangende lekstroom gemeten

grenswaarde kiezen

autostore

ingave activeren

IT-net

waarde veranderen

ompoling net classificatie SK III UV auto testmethode

ingave bevestigen 11.1.3 Opslaan instellingen Moeten de in de submenu´s van Setup gewijzigde parameters voor toekomstige metingen ter beschikking staan, dan dienen deze in het menu SETUP opgeslagen te worden: "OPSLAAN" kiezen en met bevestigen.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

43

VDE 0702

11.2

Aansluiten testobject

11.4

í Sluit het testobject volgens een van de schakelingen uit hfdst. 7, blz. 18 aan het testinstrument aan. De betr. schakeling vindt U tevens in het menu HULP. De aansluiting is afhankelijk van de soort van het testobject, zijn aansluitingen resp. zijn beschermingsklasse en zijn veiligheidsklasse.

Meting van de weerstand van de beschermingsleiding van apparaten met de beschermingsklasse I

Aanwijzing Het testobject dient voor alle metingen ingeschakeld te zijn. Met schakelaars, relais, temperatuurregelaars etc. is hierbij rekening te houden.

11.3 Uitvoeren visuele controle Visuele controle vindt alleen plaats, mits deze in het menu SETUP geactiveerd werd.

Als er meerdere aanraakbare geleidende delen aanwezig zijn, kan de test voor ieder deel herhaald worden. Het afvragen hiervan vindt alleen plaats, als het testverloop "manuaal" ingesteld is.

defect deel kiezen

als defect markeren volgende teststap

44

GOSSEN-METRAWATT GMBH

11.5 Meting van de isolatieweerstand De test van de isolatieweerstand wordt alleen uitgevoerd, mits deze in het menu SETUP geactiveerd werd.

11.7 Testresultaat Het automatisch testverloop leidt tot een correct resultaat, indien: Beschermingsklasse I: bij de te testen objecten alle aanraakbare geleidende delen met de beschermingsleiding verbonden zijn. Beschermingsklasse II: bij de te testen objecten alle aanraakbare geleidende delen onderling verbonden zijn.

Na de isolatiemeting wordt het meetobject automatisch ontladen. 11.6 1 2 Test kortsluiting Test, of de fasen N en L kortgesloten zijn. Test, of de fasen N en L met de beschermingsleiding kortgesloten zijn.

11.8 Functietest De functietest kan onmiddellijk na een succesvolle veiligheidstest plaatsvinden. De knipperende signaallamp maakt U hierop attent. Bovendien kan de functietest ook in de funktieschakelaarpositie MENU gestart worden.

Voor uitvoeren functietest, zie hfdst. 8.9, blz. 28.

Aanwijzing Bij ieder inschakelen van de netspanning op de testwandcontactdoos worden de fasen L en N automatisch omgepoold, mits dit in SETUP in het submenu "Configureren" is ingesteld.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

45

VDE 0702

Aanwijzing Indien niet duidelijk is, of alle aanraakbare geleidende delen onderling resp. met de beschermingsleiding verboden zijn, kan manuaal op de betr. andere beschermingsklasse omgeschakeld worden.

12

Test verlengkabels conform VDE 0701 deel 1 en VDE 0702 (optie adapter EL 1)

Uitvoeren van de test

í Verlengkabel met EL 1 (zie afb.) verbinden. í Kies in het menu "op test-wcd" met de cursor voor de test "Verl.kab." en bevestig met . í Kies met de toets í Met de toets

" Test starten". het meetverloop starten. en aangeven. Met be-

Aansluitkabels tot 5 m lengte Bij apparaten met de beschermingsklasse I mag de weerstand van de beschermingsleiding tussen het beschermingscontact van de netstekker en alle aanraakbare metalen delen max. 0,3 bedragen. Voor vaste aansluitingen bij dataverwerkende apparaten mag deze waarde max. 1 bedragen (DIN VDE 0701 deel 240). Verlengkabels of aansluitkabels die langer dan 5 m zijn Per verdere m kabellengte mag de weerstand van de beschermingsleiding extra 0,1 naast de weerstand van de kabel (conform DIN VDE 0701 deel 1 van 1986) bedragen. Conform DIN VDE 0702 mag de extra weerstand van de kabel vanaf 5 m voor verdere 7,5 m 0,1 bedragen. Een controle van de weerstand voor kabels, die langer dan 5 m zijn, is derhalve te adviseren, zie ook grenswaarden blz. 21.

í Voer nu een visuele controle op de verlengkabel uit en bevestig deze. í De lengte van de kabels via de toetsen vestigen.

í Voor de test conform DIN VDE 0701 deel 1 moet de dwarse doorsnede gemarkeerd worden. Bevestig met .

Aanwijzing Om enkelfasige verlengkabels op kortsluiting en onderbreking te testen, dient U over het toebehoor adapter EL 1 te beschikken.

Aansluiten van de verlengkabel

SONDE 5 4 (21)

SECUTEST

EL1

46

Aanwijzing De toetsen in de greep van de adapter hebben geen functie.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

GOSSEN-METRAWATT GMBH

47

VDE 0702

13

Testen conform DIN VDE 0751 (SECUTESTâ0751/601)

ISO-R

In deze funktieschakelaarpositie kunnen volgende metingen plaatsvinden: · Meting beschermingsleiding RSL, teststroom:10 A AC (SECUTESTâ0751/601P: 25 A AC) · Isolatiemeting RISO (kan extra geactiveerd worden) · Vervangende lekstroom apparaten IEGA · Vervangende lekstroom patiënt IEPA · Lekstroom volgens afb. 9 13.1 Vastleggen testverloop Als het testverloop aan het betr. te testen object aangepast moet worden, kan dit in het menu "Aan de testwandcontactdoos", "Setup" en "Configureren" plaatsvinden. De volgende testparameters moeten voor ieder testverloop gecontroleerd en evt. aangepast worden. Derhalve worden deze waarden niet opgeslagen. klasse de beschermingsklasse van het aangesloten testobject (SK I of SK II) wordt automatisch herkend. Als niet duidelijk is, of alle aanraakbare geleidende delen onderling resp. met de beschermingsleiding verbonden zijn, kan manuaal op de betr. andere beschermingsklasse omgeschakeld worden. AwT-type x: dienen aangesloten aanwendingsgedeelten getest te worden, dan moet de betr. veiligheidsklasse manuaal aangegeven worden. bouwjaar geef hier aan, of het testobject voor 1982 of na 1982 gefabriceerd is. Heeft U de instelling in voor 1982 gewijzigd, dan volgt de vraag, of het testobject over een schakelaar om alpolig van het net te verwijderen beschikt. Bij alpolige netschakelaars geldt de dubbele grenswaarde, hiermee wordt automatisch rekening gehouden. type kies uit een lijst het type van Uw testobject. Al naar gelang het bouwjaar verschijnt hier een andere lijst.

x: er vindt een extra meting van de isolatieweerstand plaats, zie hfdst. 13.1.1, blz. 49.

Setup

opslaan

configureren ... grenswaarden ... gegevensbank ...

R-SL met tang

alle instellingen in het menu SETUP, d.w.z. de configuratie van de meetparameters en de actuele grenswaarden, kunnen via deze opdracht opgeslagen worden. Deze waarden blijven ook na het omschakelen in een andere schakelaarpositie of het verwijderen van het net, bewaard. zie hfdst. 13.1.1, blz. 49. zie hfdst. 13.1.2, blz. 49. start met ID-nr. Voor meetbegin wordt een verzoek tot ingave van het ID-nr. zichtbaar. Hier kunt U een individueel nr. via het toetsenbord van de PSI-module (optie) ingeven, via een barcodeChipreader (optie) laten inlezen of uit een lijst de soort van Uw te testen object direct uitkiezen. Bij foutieve ingave: Het wissen is slechts met hele regels en alleen via de toets aan het testinstrument mogelijk. ID-nr.=testverloop (optie DBmed) Zie hfdst. 17, blz. 59. de weerstand van de beschermingsleiding kan m.b.v. de stroomtang Z3510 gemeten worden.

48

GOSSEN-METRAWATT GMBH

13.1.1 Configureren meetparameters configureren . . .

Instellingen x / ­ = functie in- / uitgeschakeld visuele test het menu "Visuele test" verschijnt aan het begin van het testverloop manuaal verloop iedere teststap moet door gestart worden (testtijd bij automatisch verloop, zie hfdst. 8.1, blz. 19). autostore aan het einde van de test worden de testgegevens automatisch in de PSI-module (optie) opgeslagen IT-net door het onderdrukken van de test van UPE-N is het testen in IT-netten mogelijk. Bij de UPE-N test wordt getest, of zich aan PE een spanning bevindt. (Metingen van lekstroom kunnen anders tot foutieve meetwaarden leiden). auto-testmethode het testinstrument herkent, of het zich om een inschakelbaar of niet inschakelbaar apparaat handelt: dienovereenkomstig wordt de lekstroom volgens afb. 9, of de isolatieweerstand en de vervangende lekstromen gemeten. ISO-R er vindt een extra meting van de isolatieweerstand plaats. adapter voor contactdoos de grenswaarden voor vast aangesloten apparaten worden geactiveerd. Een normalerwijze vast geïnstalleerd testobject kan via een adapter aan de testwandcontactdoos aangesloten worden. Bij deze testmethode kan geen spanning op de testwandcontactdoos geschakeld worden. Eerst gemeten waarden een menu ter ingave van de eerst gemeten waarde verschijnt tijdens het testverloop.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

13.1.2 Instellen en activeren grenswaarden Hier kunnen voor iedere meting grenswaarden, gescheiden naar beschermingsklasse I en II, aangegeven worden. De grenswaarden kunnen alleen zodanig veranderd worden, dat de test t.o.v. DIN VDE 0751 strenger gehandhaafd wordt. Door kiezen en bevestigen van "Alle waarden conform DIN VDE" worden alle grenswaarden voor de betr. beschermingsklasse op de stand van de laatste calibratie ingesteld. grenswaarden SK . . .

grenswaarden kiezen

ingave activeren

waarde veranderen

ingave bevestigen 13.1.3 Opslaan instellingen Moeten de in de submenu´s van SETUP gewijzigde parameters voor toekomstige metingen ter beschikking staan, dan dienen deze in het menu SETUP opgeslagen te worden: opslaan kiezen en met bevestigen.

49

VDE 0751

13.2

Aansluiten testobject

13.4 1 2

Test kortsluiting van het te testen apparaat Test, of de fasen N en L kortgesloten zijn. Test, of de fasen N of L met de beschermingsleiding kortgesloten zijn.

í Sluit het testobject conform een van de schakelingen uit hfdst. 7, blz. 18 aan het testinstrument aan. De betr. schakeling vindt U ook in menu HULP. De aansluiting is afhankelijk van de soort van het testobject, zijn aansluiting resp. zijn beschermingsklasse en zijn veiligheidsklasse.

!

LET OP! Sluit bij de test conform DIN VDE 0751 het testobject uitsluitend via de testwandcontactdoos aan het testinstrument aan. Aanwijzing Het testobject moet voor alle metingen ingeschakeld zijn. Met schakelaars, relais, temperatuurregelaars etc. is hierbij rekening te houden.

13.5

Meting van de weerstand van de beschermingsleiding van apparaten met de beschermingsklasse I

13.3 Uitvoeren visuele controle De visuele controle vindt alleen plaats, mits deze in het menu SETUP geactiveerd werd, zie hfdst. 13.1.1, blz. 49.

defect deel kiezen

als defect markeren volgende teststap

Bij Secutest 0751/0601P: 25A ~ teststroom, standaard 10A~

50

GOSSEN-METRAWATT GMBH

13.6 Meting van de isolatieweerstand Als op de startzijde van de parameter ISO-R aangekruist werd, verschijnt het ingave menu voor de eerst gemeten waarde. Zie hfdst. 8.3, blz. 22. Na de isolatiemeting wordt het meetobject automatisch ontladen. 13.7 Meting van de vervangende lekstroom apparaten (IEGA)

13.9 Testresultaat Het automatisch testverloop leidt tot een correct resultaat, indien: Beschermingsklasse I: bij de testobjecten alle aanraakbare geleidende delen met de beschermingsleiding verbonden zijn. Beschermingsklasse II: bij de testobjecten alle aanraakbare geleidende delen onderling verbonden zijn.

Als in het menu "configureren van de parameter" eerst gemeten waarde aangekruist werd, verschijnt het ingave menu voor de eerst gemeten waarde. Naast de meetwaarde wordt ook de testspanning (referentiespanning) weergegeven. 13.8 Meting van de vervangende lekstroom patiënt ( IEPA ) voor het type F Deze meting vindt plaats, als een geïsoleerd aanwendingsgedeelte van het type F herkend wordt, d.w.z. indien de specificatie BF of CF aan de parameter "Klasse" toegewezen is.

Aanwijzing Als niet duidelijk is, of alle aanraakbare geleidende delen onderling resp. met de beschermingsleiding verbonden zijn, kan manuaal op de betr. andere beschermingsklasse omgeschakeld worden.

Als in het menu "configureren van de parameter" eerst gemeten waarde aangekruist werd, verschijnt het ingave menu voor de eerst gemeten waarde. Naast de meetwaarde wordt ook de testspanning (referentiespanning) weergegeven.

Uitvoeren functietest, zie hfdst. 8.9, blz. 28.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

51

VDE 0751

13.10 Funktionstest De functietest kan onmiddellijk na een succesvolle veiligheidstest plaatsvinden. De knipperende signaallamp maakt U hierop attent. Bovendien kan de functietest ook in de funktieschakelaarpositie MENU gestart worden.

14

Testen conform IEC 601 (optie SECU 601)

Setup

Deze optie kan m.b.v. het upgrade-programma Z853G geactiveerd worden. Volgende lek- en hulpstromen kunnen zowel in bedrijfstoestand als ook onder "Normaal- en eerste fout"- voorwaarden in deze schakelaarpositie gemeten worden: · Meting beschermingsleiding RSL, teststroom: 10 A AC (SECUTESTâ0751/601P: 25 A AC) · Aardlekstroom ISL · Lekstroom behuizing IGA · Lekstroom patiënt IPA (met nominale spanning aan aanwendingsgedeelte) · Hulpstroom patiënt IPH 14.1 Vastleggen testverloop Als het testverloop aan het betr. testobject aangepast moet worden, dan kan dit in het menu "aan de testwandcontactdoos", Setup en configureren plaatsvinden. De volgende testparameters moeten voor ieder testverloop gecontroleerd en evt. aangepast worden. Derhalve worden deze waarden niet opgeslagen. klasse de beschermingsklasse van het aangesloten testobject (SK I of SK II) worden automatisch herkend. Indien niet duidelijk is, of alle aanraakbare geleidende delen onderling resp. met de beschermingsleiding verbonden zijn, kan manuaal op de betr. andere beschermingsklasse omgeschakeld worden. Na het bevestigen van de beschermingsklasse door , kan één van de drie beschermingsklassen worden gekozen. type kies uit een lijst het type van Uw testobject. ISO-R x: er vindt een extra meting van de isolatieweerstand plaats. testvoorwaarden hier kunnen de testvoorwaarden geactiveerd worden, die U in het menu SETUP kunt ingeven zie hfdst. 14.1.4. aanw.ged. ... zie hfdst. 14.1.1, blz. 53.

opslaan

alle instellingen in het menu SETUP, d.w.z. de configuratie van de meetparameters, alsmede de actuele grenswaarden, kunnen via deze opdracht opgeslagen worden. Deze waarden blijven ook na omschakelen in een andere funktieschakelaarpositie of het verwijderen van het net, bewaard. configureren ... zie hfdst. 14.1.2, blz. 53. grenswaarden ... zie hfdst. 14.1.3, blz. 54. gegevensbank start met ID-nr. Voor meetbegin wordt een verzoek tot ingave van het ID-nr. zichtbaar. Hier kunt U een individueel nr. via het toetsenbord van de PSI-module (optie) ingeven, via een barcode- Chipreader (optie) laten inlezen of uit een lijst de soort van Uw te testen object direct uitkiezen. Bij foutieve ingave: Het wissen is slechts met hele regels en alleen via de toets aan het testinstrument mogelijk. ID-nr.=testverloop (optie DBmed) Zie hfdst. 17, blz. 59. testvoorwaarden ... zie hfdst. 14.1.4, blz. 54. aanw.ged. ... zie hfdst. 14.1.1, blz. 53.

52

GOSSEN-METRAWATT GMBH

14.1.1

Configureren aanwendingsgedeelten

Keuze in het menu "Aan de testwandcontactdoos" U kunt hier ingeven, of aanwendingsgedeelten getest moeten worden. Bovendien kunt U de bussen A - K tot groepen samensluiten, om deze gezamenlijk te testen. Aanw.ged....

14.1.2 Configureren meetparameters configureren . . .

Instellingen x / ­ = functie in- / uitgeschakeld visuele test manueel verloop autostore Vaste textcombinatie kiezen het menu "Visuele test" verschijnt aan het begin van het testverloop iedere teststap moet door gestart worden (testtijd bij automatisch verloop, zie hfdst. 8.1) am Ende der Prüfung werden die Prüfdaten automatisch im PSI-Modul gespeichert door het onderdrukken van de test van UPE-N is het testen in IT-netten mogelijk. Bij de UPE-N - test wordt getest of zich aan PE een spanning bevindt. (Metingen van lekstroom kunnen anders tot foutieve meetwaarden leiden) er vindt een extra meting van de isolatieweerstand plaats. de weerstand van de beschermingsleiding kan m.b.v. de stroomtang Z3510 bepaald worden. e lekstroom behuizing wordt bij SK I niet getest hier kunt U een tijd aangeven, vanaf welke de test na het inschakelen van het net, begint, b.v. om de meetwaarden binnen een aanloopfase van testobjecten te filteren.

í Kies met de cursor de testcombinatie met de groepen 1,2,5 of 10 patient-sensordelen uit en bevestig met í De groepen worden na deze keuze automatisch aan de de patientsensordelen toegekend.

Willekeurige testcombinaties instellen

IT-net

ISO-R R-SL met tang geen IGA bij SK I onderhoud net

í Kies met de cursor het betreffende patient-sensordeel in de kolom BU en bevestig met . M.b.v. de cursortoetsen kan in de kolom GRU aan elk patientsensordeel een willekeurige groep van 1 tot 10 sensordelen toegekend worden. Bevestig deze willekeurige instelling met .

Indien minstens één groepsnummer in ingegeven, dan word op de pagina "op test-wcd" de test voor patient-sensordelen vooraf ingesteld. Moet er geen test uitgevoerd worden met patient-sensordelen, dan moet de groepentoekenning via "wissen" ongedaan gemaakt worden. De kolom TYP wordt automatisch ingevuld, voorzover de beschermingsklasse op de pagina "op test-wcd" ingegeven is.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

53

IEC 601

14.1.3 Instellen en activeren grenswaarden Hier kunnen voor iedere meting grenswaarden, gescheiden naar de beschermingsklasse I en II, aangegeven worden. De grenswaarden kunnen alleen zodanig veranderd worden, dat de test t.o.v. IEC 601 strenger gehandhaafd wordt. Door kiezen en bevestigen van "Alle waarden conform DIN VDE" worden alle grenswaarden voor de betr. beschermingsklasse op de stand van de laatste calibratie ingesteld. grenswaarden . . .

14.1.4 Testvoorwaarden Om te configureren kiest U in het menu SETUP het submenu "Testvoorwaarden". testvoorwaarden . . .

Voor de betekenis van de testvoorwaarden zie menu HULP.

grenswaarden kiezen

14.1.5 Opslaan instellingen Moeten de in de submenu´s van SETUP gewijzigde parameters voor toekomstige metingen ter beschikking staan, dan dienen deze in het menu SETUP opgeslagen te worden: "opslaan" kiezen en met bevestigen. 14.2 Aansluiten testobject

ingave activeren

í Sluit het testobject conform een van de schakelingen uit hfdst. 7, blz. 18 aan het testinstrument aan. De betr. schakeling vindt U ook in menu Hulpteksten Aansluitschema's. De aansluiting is afhankelijk van de soort van het testobject, zijn aansluiting resp. zijn beschermingsklasse en zijn veiligheidsklasse.

waarde veranderen

!

ingave bevestigen

LET OP! Sluit bij de test conform IEC 601 het testobject uitsluitend via de testwandcontactdoos aan het testinstrument aan.

54

GOSSEN-METRAWATT GMBH

14.3 Uitvoeren visuele controle De visuele controle vindt alleen plaats, mits deze in het menu SETUP geactiveerd werd.

14.5

Meting van de weerstand van de beschermingsleiding van apparaten met de beschermingsklasse I

defect deel kiezen

als defect markeren volgende teststap Bij SECUTEST 0751/0601P: 25A~ teststroom, anders 10A~.

14.4 1 2

Test kortsluiting aan het te testen apparaat Test, of de fasen N en L kortgesloten zijn. Test, of de fasen N of L met de beschermingsleiding kortgesloten zijn.

14.6 Meting van de isolatieweerstand Als op de startzijde van de parameter ISO-R aangekruist werd, wordt de isolatieweerstandmeting conform hfdst. 8.3, blz. 22 uitgevoerd als ook de isolatieweerstandmeting op de patient-sensordelen t.o.v. de beschermingsleiding. Na de isolatiemeting wordt het meetobject automatisch ontladen.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

55

IEC 601

14.7 Ompolen van de netvoeding Als de gezamenlijke lekstromen onder alle voorwaarden voor een fout met normaal aangesloten en met verwisselde netpolen zijn getest, gelden de volgende tests als afgesloten.

14.9

Meting van de aardlekstroom

14.10 Nadat L en N door deze opdracht verwisseld werden, moeten de voorafgaande tests herhaald worden. Naast de "Eerste fout" voorwaarde wordt tevens de melding L/N weergegeven. 14.8 Voorwaarden "Eerste fout" De volgende foutvoorwaarden worden na het inschakelen van het net op het testobject achtereenvolgens voor iedere lekstroommeting gesimuleerd. De actuele voorwaarde wordt weergegeven. · normal condition · N onderbroken · SL onderbroken · net op aanwendingsgedeelte (alleen type BF of CF)

Meting van de lekstroom behuizing

14.11 Test van geïsoleerde aanwendingsgedeelten van het type BF of CF Voorwaarde voor het uitvoeren van de meting lekstroom patiënt en hulpstroom patiënt is de keuze van de beschermingsklasse BF of CF in het menu "Aan de testwandcontactdoos". Verder moet in dit menu het testen van de aanwendingsgedeelten geactiveerd zijn: Aanw. ged. ... X. De tot groepen samengevoegde testbussen voor aanwendingsgedeelten worden tijdens de metingen aan de aanwendingsgedeelten weergegeven. Speciale testvoorwaarden, die U in het menu "Aan de testwandcontactdoos" geactiveerd heeft, worden eveneens weergegeven.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

56

14.11.1 Meting van de lekstroom patiënt

14.12 Testresultaat Het automatisch testverloop leidt tot een correct resultaat, als: Beschermingsklasse I: bij de testobjecten alle aanraakbare geleidende delen met de beschermingsleiding verbonden zijn. Beschermingsklasse II: bij de testobjecten alle aanraakbare geleidende delen onderling verbonden zijn. De testresultaten zijn over meerdere pagina´s verdeeld. U kunt deze m.b.v. de cursortoets oproepen. De lekstromen worden omgerekend op een referentiespanning van 253 V weergegeven.

14.11.2 Meting van de hulpstroom patiënt

GOSSEN-METRAWATT GMBH

57

IEC 601

Aanwijzing Voor de meting van de hulpstroom patiënt zijn minstens twee aanwendingsgedeelten nodig. De meting vervalt, indien er slechts een of geen aanwendingsgedeelte ter beschikking staat.

Testresultaten met geïsoleerde aanwendingsgedeelten

15

Modem (optie DFÜmed)

Deze functie moet m.b.v. een upgrade-programma b.v. Z853K ontblokt worden. Verdere voorwaarden zijn, afgezien van het testinstrument en PC, twee modems. De modem biedt de volgende functies: · zenden van de rapportgegevens van het testinstrument via het telefoonnet naar de PC · afstandsbediening van het testinstrument vanuit de PC, b.v. metingen starten of rapporten lezen · opslaan van twee telefoonnummers (in de funktieschakelaarpositie MENU en hier in menu "Setup"), die door keuze in het menu direct gebruikt kunnen worden · ontvangbereid zijn voor afvragen gegevens. Indien de gezamenlijke grenswaarden niet worden overschreden, geldt de test als goedgekeurd.

14.13 Functietest De functietest kan direct na een goedgekeurde veiligheidstest plaatsvinden. De knipperende signaallamp maakt U hierop attent. De functietest kan eveneens in de funktieschakelaarpositie MENU gestart worden.

Uitvoeren functietest, zie hfdst. 8.9, blz. 28. Na beëindiging van de functietest wordt het testresultaat, uitgebreid met de positie I , weergegeven.

Bij bestaande verbinding wordt in de voetnoot "on-line" i.p.v. "off-line" weergegeven.

Aanwijzing De telefoonnummers kunnen alleen via een aangesloten PSImodule of een PC m.b.v. een terminal- of een aanwendingsprogramma in het menu "Modem Setup" ingegeven worden. Voor het bedrijf met een modem moet de interfacekabel direct aan de bus RS232 aan het testinstrument aangesloten worden. De bus aan de PSI-module is hiervoor niet geschikt.

58

GOSSEN-METRAWATT GMBH

16

Afstandsbediening (optie SK5)

Deze functie moet m.b.v. een upgrade-programma b.v. Z745K ontblokt worden. De meting van de beschermingsleiding wordt met de functie "Automatisch herkennen van het wisselen van de meetpositie" uitgebreid. Het testinstrument herkent tijdens de meting van de beschermingsleiding, of de beschermingsleiding met de sonde aangeraakt is en geeft de beide mogelijke toestanden door verschillende signaaltonen weer. Deze functie helpt U, als meerdere verbindingen van de beschermingsleiding getest moeten worden. Ze is in het menu "Setup testverloop" via de parameter "Auto meetpositie" in te stellen, zie tevens "Wijzigingen in de funktieschakelaarpositie MENU".

Voorbeeld: ID-nr. = 037890sk3r testverloop nummer 03 vindt plaats. testverloop 03 = het testverloop, dat op de 3. plaats van de lijst staat. Bestaat dit nummer niet, dan wordt de standaard-procedure uitgevoerd. 3. De uitgevoerde testverlopen worden als testresultaten in het testinstrument opgeslagen. In het submenu "instellingen testverloop" van het hoofdmenu in "Setup algemeen" kunnen de testresultaten op een later tijdsstip nogmaals weergegeven worden.

Aanwijzing De gegevensbank kan alleen m.b.v. een terminal- of een aanwendingsprogramma via een PC opgeslagen of gewist worden.

17

Gegevensbank (optie DBmed)

17.1 Vastleggen testverloop via PC-programma De functie moet m.b.v. een upgrade-programma b.v. Z853H ontblokt worden. In iedere funktieschakelaarpositie kunnen in het totaal tot 99 testverlopen van een PC via de RS232 interface naar het testinstrument SECUTESTâ geladen worden. Na uitvoering van de tests worden de testresultaten eveneens in dezelfde gegevensbank opgeslagen, mits geen PSI-module aangesloten is. De max. som voor testverlopen en testresultaten bedraagt 127. Bij aangesloten PSI-module worden de testresultaten aldaar opgeslagen. De gegevensbank kan op diverse manieren gebruikt worden: 1. De geladen testresultaten worden weergegeven (ID-nr. kiezen en dan "uit gegevensbank" bevestigen). Met de cursortoetsen kan het gewenste testverloop gekozen worden. 2. Mits in Setup "ID-nr. = testverloop" actief is (X), bestemmen de eerste beide cijfers het ID-nr. van het testverloop.

17.2 Opslaan testresultaten in de SECUTESTâ Deze functie moet m.b.v. een upgrade-programma b.v. Z853H ontblokt worden. Indien geen PSI-module aangesloten is, worden in het totaal tot 99 rapporten in het testinstrument opgeslagen. De rapporten kunnen hier nogmaals bekeken en b.v. via DA-med resp. DA-II of een bedrijfsprogramma geprint worden. De rapporten zijn chronologisch gerangschikt en worden met het ID-nr. weergegeven. Als er geen ID-nr. verstrekt werd, dan worden automatisch datum en tijd aangegeven.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

59

18

Functie

Technische specificaties

Meetgrootheid Oplos. Meetbereik/ vermonom. Gebruiksbereik gen 0,000 ... 2,100 2,11 ... 31,00 deel 260 0,000 ... 2,100 0,050 ... 1,500 M 1,01 ... 10,00 M 10,1 ... 310,0 M 0,00 ... 21,00 mA 20,1 ... 120,0 mA 1 m 10 m 1 m 1 k 10 k 100 k 10 µA 100 µA 1 µA 10 µA 1 m 1 µA 10 µA 100 µA 1 m 100 nA 1 µA 10 µA -- -- 50 ... 500 V DC 1,0 · UN ... 1,5 · UN > 1mA < 10 mA -- -- Nom. spanning UN -- -- Nullast- Nom.lek- Kortsluit Int. weerspanning stroom stroom stand U0 IN IK RI 4,5 ... 9 V DC < 6 V AC -- -- > 200 mA DC > 10 A AC4) >5 s -- -- Refer. weerstand RREF -- -- Overbelastbaarheid Gebruiksfout Eigenafwijking waarde 253 V Tijd cont.

Weerstand beschermingsl. app. RSL tests conform DIN VDE 0701 / 0702

±(5% v.M.+10 Digit)

> 10 D

±(2,5 % v.M.+5 Digit) > 10 Digit

geen beveiliging 5)

Isolatieweerstand RISO

Vervangende lekstroom IEA

230 V ­ 20/+10 % --

--

< 3,5 mA > 72 k 2 k

2 k

Aanraakstroom (Spanningsloosheid) 0 ... 3,500 mA ISonde Verschilstroom I tussen L en N 0,00 ... 31,00 mA conf DIN VDE 0702 Weerstand beschermingsl. app. RSL Vervangende lekstroom IEA Weerstand beschermingsl. app. RSL Lekstromen IABL 2) alle lekstromen IABL 0,000 ... 2,100 0,000 ... 2,100 mA 2,101 ... 21,00 mA 20,1 ... 120,0 mA 0,000 ... 2,100 0,0 ... 310,0 µA 0,210 ... 3,600 mA 3,10 ... > 15,00 mA

--

--

--

--

--

--

--

-- > 10 A AC 4)/ >5s

--

--

tests conform DIN VDE 0751

--

< 6 V AC

--

--

--

±(2,5 % v.M.+5 Digit) > 10 Digit ±(10 % v.M.+10Digit ±(10% v.M.+10 Digit) ) ±(2,5 % v.M.+5 Digit) ±(5% v.M.+10 Digit) > 10 Digit ±(2,5 % v.M.+5 Digit) ±(5% v.M.+10 Digit) > 10 Digit ±(10% ±(5 % v.M.+5 Digit) v.M.+10 Digit) > 10 Digit > 10 Digit ±(2,5 % ±(5% v.M.+10 Digit) v.M.+5 Digit) > 10 D > 10 Digit ±(5% v.M.+10 Digit) ±(2,5 % v.M.+5 Digit) > 10 Digit ±(2,5 % v.M.+5 Digit) > 10 Digit ±(2,5 % v.M.+5 Digit) > 10 Digit

253 V

cont.

253 V

cont. cont.

2)

253 V

1)

1)

geen beveiliging 5)

--

230 V ­ 20/+10 %

--

< 3,5 mA > 72 k > 10 A AC4)/>5 s

1 k ±(5% v.M.+10 Digit) ±50 --

253 V

cont.

1) 3)

tests conform IEC 601

--

< 6 V AC

--

--

±(5% v.M.+10 Digit)

> 10 D

geen beveiliging 5)

110 % v.d. hoogste netspanning

--

--

1 k

--

±(5% v.M.+10 Digit)

253 V

cont.

1) 3)

1) 2) 3)

vanaf 25 mA; afschakelen door meting verschilstroom binnen 100 m sec alle lekstromen beh. aardlekstroom de meetkring wordt hoogohms, signalering in display

4) 5)

SECUTESTâ0751/601P: > 25 A; bij gebruik van sondenkabel SK5 is de kortsluitstroom < 25 A testtijd max. 40 sec.; bescherming tegen overhitten: meting kan pas na 1 min. opnieuw gestart worden GOSSEN-METRAWATT GMBH

60

Functie

Meetgrootheid Netspanning UL­N Opgenomen stroom IV

Oplos. Meetbereik/ vermonom. gebruiksbereik gen 207,0 ... 253,0 V 0 ... 16,00 A RMS 0 ... 3700 W 5) 0 ... 4000 VA 0,1 V 10 mA 1W 1 VA 0,01 10 µA

Nullastspanning U0 -- -- --

Kortsluit Int. weerstroom stand IK RI -- -- -- -- -- --

Meetafwijking in bedrijfstoestand -- -- --

Overbelastbaarheid Eigenafwijking waarde 253 V 20 A 253 V 20 A Tijd cont. 10 min cont. 10 min

±(2,5 %

v.M.+5 Digit) ±(2,5 % v.M.+5 Digit)

Functietest

Werkelijk vermogen P Schijnbaar vermog. S

±(5 % v.M.+10 Digit)

> 20 Digit

rekenwaarde UL­N · IV rekenwaarde P / S, weergave > 10 W

±(5 % v.M.+10 Digit)

> 20 Digit

UAC/DC

Vermogensfactor LF 0,00 ... 1,00 bjj sinusvorm: cos Verschilstroom I tussen L en N 0,00 ... 31,00 mA conf. DIN VDE 0702 Spanning 0 ... 253,0 V Veiligheidsspanning , und SK III Sondenspanning Weerstand Stroom via tang- stroom/ spanningsomvormer WZ12C Temperatuur met Pt100-/Pt1000voeler 0 ... 253,0 V , und 0 ... 150,0 k 0,000 ... 10,00 A 0 ... 100 A

±(10 % v.M.+5 Digit) ±(10%

v.M.+10 Digit) > 10 Digit --

--

--

--

±(5 % v.M.+5 Digit) ±(2,5 % v.M.+5 Digit) > 10 Digit ±(2,5 % v.M.+5 Digit) > 10 Digit ±(1 % v.M.+3 Digit) ±(3 % v.M.+10 Digit)

> 10 Digit zonder meettang

1)

1)

0,1 V

--

--

--

±(5% v.M.+10 Digit)

--

253 V

cont.

Usonde R Itang

0,1 V 100 1 mA 1A

-- < 20 V ­ -- --

-- 1,1 mA -- -- -- 1,5 M 1,5 M

253 V 253 V 253 V 253 V 10 V 10 V 10 V

cont. cont. cont. cont. cont. cont. cont.

-- -- --

temp.

5)

1 °C ­ 200 ... ­ 50 °C ­ 50,1 ... + 300,0 °C 0,1 °C 1 °C +300 ... +850 °C

< 20 V ­

1,1 mA

--

--

±(2 % v.M.+1 °C) ±(1 % v.M.+1 °C) ±(2 % v.M.+1 °C)

de gemeten waarde P en de berekende waarde S worden vergeleken, de kleinere waarde wordt weergegeven

Referentiebereiken Netspanning Netfrequentie Golfvorm Omgevingstemperatuur Luchtvochtigheid

GOSSEN-METRAWATT GMBH

Belastingsweerstanden 230 V ± 0,2% 50 Hz ± 2 Hz sinus (afwijking tussen effectieve en gelijkgerichte waarde < 0,5 %) + 23 °C ± 2 K 50% rel ± 5% Nominale gebruiksbereiken Netspanning Netfrequentie Golfvorm van de netsp. Temperatuurbereik

lineair 207 V ... 253 V 50 Hz ± 2 Hz sinus 0 °C ... + 50 °C

61

Omgevingsomstandigheden Opslagtemperatuur ­ 20 °C ... + 60 °C Werktemperatuur ­ 10 °C ... + 50 °C Nauwkeurigheidsbereik 0 °C ... + 50 °C Relat. luchtvochtigheid max. 75%, condensvorming is uit te sluiten Klimaatklasse 2z/0/50/­20/75% (in navolging van VDI/VDE 3540) Hoogte boven NN max. 2000 m Gebruik binnen Voedingsspanning Netspanning Netfrequentie Opgenomen vermogen bjj 10 A - test bjj 25 A - test bjj functietest 207 V ... 253 V 50 Hz ± 2 Hz ca. 30 VA ca. 95 VA, testtijd max. 40 sec. ca. 180 VA, testtijd max. 40 sec. continu max. 3600 VA, Het vermogen wordt alleen via het testinstrument toegevoerd. Schakelvermogen 16 A RS 232C, serieel, overeenkomstig DIN 19241 9600, N, 8, 1 9polige D- SUB- Bus

EMV Storingsuitstraling Storingsvastheid Mechanische opbouw Weergave Soort bescherming

EN 50081-1 EN 50082-1 meervoudige weergave door puntmatrix 128 x 128 punten behuizing IP 40 aansluitingen IP 20 volgens DIN VDE 0470 deel 1/EN 60529 SECUTESTâ0701/0702SII, SECUTESTâ0751/601S en P: LxBxH: 292 mm x 138 mm x 243 mm SECUTESTâ07 ... DC: LxBxH: 292 mm x 138 mm x 300 mm ca. 4,5 kg SECUTESTâ0701/0702SII: SECUTESTâ0700/0701S DC: ca. 5,24 kg SECUTESTâ0751/601S: ca. 4,5 kg SECUTESTâ0751/601P: ca. 5,5 kg SECUTESTâ0751/601P-DC: ca. 5,9 kg

Afmetingen

Gewicht

Interface RS232 Soort Formaat Aansluiting Elektrische veiligheid Beschermingsklasse

18.1

Hoogspanningstes (SECUTESTâ07 ... DC)

0,5 ... 0,99 kV 1 ... 3,5 kV ((UN~ · 1,5) · 1,011) + 60 V

Testbedrijf

Nominale spanning AC Nullastspanning DC Eigenafwijking Uo Nominale stroom Kortsluitstroom Bescherming tegen Vreemdspanningen UN~ instelbaar in 10 V stappen in 100V stappen Uo Uo conform DIN VDE 0104 Ontlaadstroom uit 6x2,7nF

II conform IEC 61010- 1/EN 61010- 1/ VDE 0411- 1, I in verbinding met hoogspanningstest Nominale spanning 230 V Testspanning 3,7 kV 50 Hz Overspanningscategorie II Vervuilingsgraad 2 Veiligheidsafschakeling bij een verschilstroom van het apparaat > 25 mA, afschakeltijd < 100 ms sondestroom > 10 mA, < 1 ms

± 1,5%

< 3,5 mA DC > 5 A bjj 5 kV geen

Meetbedrijf

Meetbereik 0 ... Uomav Aanwijsbereik 0,000 ... > 10,00 kV DC Eigenafwijking Uo

± 1,5%

62

GOSSEN-METRAWATT GMBH

19

Interface RS232

19.3 Interfacedefinities en -rapporten De interface van de SECUTESTâ voldoet aan de RS232-norm. Technische gegevens: baudrate 9600 Baud vast databits 8 bit pariteit geen stopbit 1 gegevensprotocol conform DIN 19244 X_ON / X_OFF-protocol Belegging van de 9-polige D-SUB-aansluitbus:

1: Extern In + 1 (alleen voor interne doeleinden) 2: TXD (uitgang zender) 3: RXD (ingang ontvanger) 4: Extern In + 5: Ground 6: +5 V (500 mA uitgang, alleen voor bar codelezer) 7: Ext. In ­ 8: Reset voor DA-II 9: +9 V (1,5 A uitgang, alleen voor PSI-module)

De bus (10) is bestemd voor het aansluiten van de module SECUTESTâPSI (optie), die in het deksel van de SECUTESTâ te integreren is, of voor het aansluiten van een PC of barcode- Chipreader. 19.1 Overdracht van meetresultaten naar de SECUTESTâPSI De meetresultaten van de tests - behalve afzonderlijke metingen (funktieschakelaarpositie MENU) en functietest ­ kunnen van de SECUTESTâ naar de module SECUTESTâPSI overgedragen, daar opgeslagen en ten alle tijden als meet- en testrapport en als rapport voor de statistiek geprint worden. 19.2 PC koppeling Het is mogelijk het instrument aan een IBM-compatibele PC aan te sluiten. Deze wordt aan de interface van het testinstrument of bij reeds geïnstalleerde module SECUTESTâPSI aan de bus voor de interface aangesloten. 19.2.1 Verwerken van meetresultaten met software Met gebruiksvriendelijke programma's zoals b. v. PC.doc of PC.base of SE-Q.base kunnen de meet- en testrapporten eenvoudig gemaakt en de meetgegevens bewaard worden. 19.2.2 Het sturen van interfaceopdrachten M.b.v. interfacerapporten kunnen alle toetsfuncties van de SECUTESTâ gesimuleerd en de volgende parameters opgevraagd worden: · Meetsoort en meetbereik · Testaansluiting · Status van de meting · Meetresultaten in detail

2

3

4

5

6

7

8

9

GOSSEN-METRAWATT GMBH

63

20

Annex

20.2 Overdracht gegevens naar PC programma´s Overdracht gegevens in SE-Q.base (med), PC.doc-win (med) etc.

Functie X-protocol Testgegevens in PSI-module 0701, 0702, 0751, 601 0701, 0702 0751, 601 niet mogelijk mogelijk mogelijk ­ (zonder) X (geactiveerd) Overdracht gegevens voor programma´s -med mogelijk voor programma´s -med mogelijk voor programma´s -med mogelijk

20.1 Vaststellen van de minimale meetwaarden Tabellen om de minimale waarden van de isolatieweerstand, resp. de maximale waarden van de weerstand van de beschermingsleiding, de vervangende lekstroom, de sondestroom en de verschilstroom vast te stellen, rekening houdend met de gebruiksfout van het instrument. RISO M RSL

Grenswaarde 0,100 0,250 0,500 1,000 2,000 5,000 7,000 10,00 20,00 75,00

1)

Min. waarde uitlezing 0,115 0,273 0,535 1,060 2,200 5,350 7,450 10,60 of 12,5 1) 23,00 83,50

Grenswaarde 0,100 0,200 0,300 0,400 0,500 0,600 0,700 0,800 0,900 1,000 1,100

Max. waarde uitlezing 0,085 0,180 0,275 0,370 0,465 0,560 0,655 0,750 0,845 0,940 1,035

20.3

Testresultaat in het testrapport printen

Aansluiten van een CENTRONICS-printer Verbindt het testinstrument m.b.v. de adapter DA-II met een CENTRONICS-printer via interface RS232. De PSI-module mag niet aangesloten zijn. Aansluiten van een PC voor het printen in de gegevensbank (terminalprogramma) Verbindt de PC m.b.v. een interfacekabel via de aansluiting RS232 van het testinstrument. De PSI-module mag niet aangesloten zijn. Vanuit ieder weergegeven testresultaat (1. pagina) kunt U naar het menu "Rapport" wisselen door middel van de toets .

afhankelijk van het oplossend vermogen

Grenswaarde 1,00 3,50 7,00 10,00 15,00 20,00

IEA mA Max. waarde uitlezing 0,85 3,23 6,55 9,40 14,15 18,90

ISonde mA GrensMax. waarde waarde uitlezing 0,100 0,085 0,250 0,227 0,500 0,465 1,000 0,940 2,000 1,890 3,500 3,315

I mA

Grenswaarde 0,25 0,50 1,00 2,00 3,50 5,00 7,00 10,00 15,00 20,00 25,00 Max. waarde uitlezing 0,12 0,35 0,80 1,70 3,05 4,40 6,20 8,90 13,40 17,90 22,40

64

GOSSEN-METRAWATT GMBH

Hier kunt U de meetresultaten van de actuele test opslaan, de actuele test in het betreffende rapportformulier printen, een reeds opgeslagen test kiezen (optie DBmed, zie hfdst. 17) alsmede alle opgeslagen meetresultaten printen. Al naar gelang de aansluiting vindt een print plaats via: · CENTRONICS printer (optie DA-II) · Terminalprogramma (DBmed) Het rapportformulier voldoet automatisch aan de norm van de gekozen schakelaarpositie. Printen via terminalprogramma Het betreffende rapport (rapportformulier met ingevulde meetgegevens) kan met een terminalprogramma opgeslagen worden. De volgende instellingen moeten eerst plaatsvinden: Voorbeeld voor Windows 3.11: Na het starten van de printprocedure via aan het testinstrument wordt het door de schakelaarpositie gefixeerde rapport in de betreffende gegevensbank opgeslagen.

Deze gegevensbank kan in ieder tekstverwerkend programma bewerkt worden. Bij het converteren van ASCII- in ANSI- tekens worden umlaute en bijzondere tekens zoals en µ weggelaten of foutief weergegeven. Bij het maken van eigen rapporten is het raadzaam geen grafische- en bijzondere tekens te gebruiken.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

65

20.4 Start lekstroom lekstroom of vervangende stroom ? vervangende lekstroom

Automatisch testverloop om lekstroom en vervangende lekstroom vast te stellen (SECUTESTâ0751/601)

type B, BF, CF ?

CF 0,5 0,1/ behuizing0,1 0,1 0,01 patiënt0,1 0,1 0,01 LET OP: tabel bevat alleen waarden voor standaard voorwaarden; voor SFC e.d. zie IEC 601-1, tab. 4

lekstroom aard-

B 0,5

BF 0,5

vervanvervangende lekstroom app. gende lekstroom app. of patiënt ? vervangende voldoet lekstroom patiënt aan VDE 0750/ IEC 601-1 voldoet nee ? aan VDE 0750/ ja IEC 601-1 ? ja

BF 5 CF 0,05 alleen geïsoleerde aanwendingsgedeelten 0,05 in de beschermingsleiding niet met de beschermingsleiding verbonden delen vast aangesloten mobiele röntgenapp. alsmede app. met gemineraliseerd verwarmingselement met extra beschermingsleiding 1

nee

intracardiaal gebruik ? ja

SK I 0,75 SK II 0,05

nee

0,5

SK I

10

SK I of SK II ?

SK II

Legende B, BF, CF M T SK Aanwendingsgedeelten Motor Transformator Beschermingsklasse

5

Alle lekstromen in mA

vast geïnstalleerd 3,5 verplaatsbaar 0,75 0,4 verplaatsbaar per M met meerdere M of T, of T max. 3 handapparaat 0,5

< 200 VA > 200 VA

0,25 0,5 0,25 verplaatsbaar per M met meerdere M of T, of T max. 1 handapparaat 1

U. Kammerhof

66

GOSSEN-METRAWATT GMBH

21

Onderhoud van de behuizing

23

Produktondersteuning

Een speciale verzorging van de behuizing is niet nodig. Let op een schoon oppervlak. Gebruik voor het reinigen een vochtige doek. Vermijdt het gebruik van poets-, schuur- of oplosmiddelen.

Neem voor reparaties en onderdelen contact op met: ABB Componenten BV Afdeling CVR Lylantse Baan 9 2908 LG Capelle a/d IJssel telefoon: 010 - 258 22 60 telefax: 010 - 458 65 59

22

Reparaties en onderdelen

Neem voor reparaties, kalibraties en onderdelen contact op met: ABB b.v. Low Voltage Benelux Afdeling reparatie/kalibratie Lylantsebaan 9 2908 LG Capelle a/d Ijssel Telefoon: 010 2582370 Fax: 010 4586559 Dit adres geldt uitsluitend voor Nederland. In het buitenland staan onze andere vestigingen of vertegenwoordigingen tot uw beschikking.

GOSSEN-METRAWATT GMBH

67

Gedrukt in Duitsland · Wijzigingen voorbehouden

ABB Componenten BV Lylantse Baan 9 2908 LG Capelle a/d IJssel Tel. 010 258 22 00 Fax 010 458 65 59

Information

ba_nl.fm

68 pages

Find more like this

Report File (DMCA)

Our content is added by our users. We aim to remove reported files within 1 working day. Please use this link to notify us:

Report this file as copyright or inappropriate

152251


You might also be interested in

BETA
ba_nl.fm