Read folder1928.pdf text version

Patiënteninformatie | locatie Hilversum

Zorgpad Cervicale Hernia en/of Kanaalstenose

Informatie over een operatie aan een nekhernia en/of kanaalstenose

Inhoudsopgave 1. 2. Algemene informatie Zorgpad Cervicale Hernia en/of Kanaalstenose 2.1 Wat vooraf gaat 2.1.1 Polikliniek Neurologie 2.1.2 Patiënteninschrijving voor opname 2.1.3 Pré-operatieve polikliniek 2.1.4 De operatiedatum 2.2 Dag vóór de operatie 2.3 De operatiedag (donderdag) 2.3.1 De operatie 2.3.2 Na de operatie 2.4 Eerste dag na de operatie 2.5 Tweede dag na de operatie 2.6 Derde dag na de operatie 2.7 Na ontslag 2.7.1 Regels 2.7.2 Adviezen 2.7.3 Zitten 2.7.4 Tillen 2.7.5 Vervoer 2.7.6 Huishoudelijke activiteiten 2.7.7 Werk 2.7.8 Pijnmedicatie 2.7.9 Sport 2.8 Fysiotherapie na de operatie

Bladzijde 4 8 9 9 9 9 10 10 12 13 15 16 17 18 19 20 20 21 21 22 22 22 22 22 23 23 24

Tot slot Ruimte voor aantekeningen

3

Zorgpad Cervicale Hernia en/ of Kanaalstenose

Informatie over een operatie aan een nekhernia en/of kanaalstenose

Voorwoord In verband met een hernia of kanaalstenose in de nek heeft uw neurochirurg, dr. Amelink, op basis van uw klachten en zijn nader onderzoek, geadviseerd een operatie aan de nek te ondergaan. Voor u ligt het zorgpad Cervicale Hernia en/of Kanaalstenose. Onder een zorgpad verstaan wij binnen Tergooiziekenhuizen het totale zorgtraject dat onze patiënt doorloopt. Van het eerste contact op de polikliniek tot na de operatie. Het zorgpad is, ter informatie voor u, op papier gezet, zodat u elk gewenst moment kunt nalezen wat de volgende stap in uw zorgtraject zal zijn. Of het nu gaat om een stap op het pad voor de operatie of om een stap die u zet na de operatie, u vindt het in dit boekje terug. Namens het gehele team van de afdeling Neurologie/Neurochirurgie wensen wij u een voorspoedig herstel toe. 1. Algemene informatie Om u inzicht in uw aandoening te geven, kunt u hieronder lezen wat een hernia of stenose in de nek precies inhoudt. Hernia Een nekhernia heet voluit een cervicale hernia nucleï pulposi. Dat betekent zoveel als een uitstulping van de weke kern van de

4

tussenwervelschijf. De tussenwervelschijven liggen tussen de wervels in en vormen, samen met die wervels, de wervelkolom. Een tussenwervelschijf is eigenlijk een flexibele verbinding tussen twee wervels. Mede hierdoor kunnen de afzonderlijke wervels in de wervelkolom ten opzichte van elkaar bewegen. De tussenwervelschijf bestaat uit een stevige ring waarop de wervels steunen. Binnenin die ring bevindt zich de weke kern (zie figuur 1).

Figuur 1 Door een meestal onbekende oorzaak kan de weke kern van de tussenwervelschijf beschadigd raken/zijn. Hierdoor kunnen stukken weefsel van de kern loslaten en door een zwakke plek - in de stevige ring van de tussenwervelschijf - aan de achterzijde in het wervelkanaal gaan uitpuilen. Die uitpuiling is de hernia (zie figuur 2).

5

Figuur 2 In het wervelkanaal bevinden zich onder meer zenuwen. In het bovenste deel van het wervelkanaal zijn dat de zenuwen die naar de armen, benen, de voeten en de blaas lopen. Door de hernia komen er één of meer zenuwen in de klem. Die kunnen dan geïrriteerd raken en pijn veroorzaken. Eventueel kunnen die zenuwen uitvallen, waardoor vermindering van gevoel en/of kracht in een arm of het been en de voet kan ontstaan. Soms kan een stoornis van de functie van de blaas, dus het plassen optreden. Stenose Cervicale kanaalstenose of vernauwing van het halswervelkanaal. Vernauwing van het halswervelkanaal komt, net zoals vernauwing van het lendenwervelkanaal, nogal eens voor en kan dan aanleiding geven tot klachten. Anatomie Binnenin de wervelkolom bevindt zich het ruggenmerg en de zenuwwortels. De wervelkolom bestaat uit 7 nek- (of cervicale-) wervels C1 t/m C7, 12 borst- (of thoracale-) wervels Th 1 t/m Th 12, 5 lenden- (of lumbale-) wervels L1 t/m L5, en het heiligbeen (of sacrum (S)) met het

6

staartbeentje (stuitje). Met uitzondering van de eerste twee halswervels zit er tussen iedere twee wervels een tussenwervelschijf. Dat de wervels gemakkelijk ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, is te danken aan de tussenwervelschijven die elastisch zijn, maar ook aan wervelgewrichten die iedere wervel beiderzijds aan de bovenliggende en onderliggende wervels verbinden. Verder wordt het wervelkanaal van boven naar beneden op ieder niveau gevormd door de wervelbogen, die vastzitten aan de wervellichamen. Aan de achterkant lopen deze uit in een uitsteeksel (het dooruitsteeksel).Binnen in het wervelkanaal loopt van boven naar beneden het ruggenmerg. Het ruggenmerg ligt binnen in een koker van hersenvliezen, de zogenoemde `durale zak', waarin het in hersenvocht (liquor) schokvrij is opgehangen. Op iedere hoogte ontspringen links en rechts uit het ruggenmerg de zenuwwortels die dan, omhuld door een manchet van hersenvlies, het wervelkanaal verlaten door openingen die begrensd worden door de wervelgewrichten van twee aangrenzende wervels. Oorzaak De wervelkolom kan vooral bij ouderen tekenen van slijtage vertonen. Slijtage is overigens een normaal verouderingsverschijnsel dat bij iedereen voorkomt, al is de mate waarin het optreedt, individueel anders. Deze slijtage, ook wel genoemd artrose, is bekend van allerlei gewrichten zoals de heup of de knie. Als reactie op artrose gaat het wervelbot woekeren, het wordt dikker, vooral bij de wervelgewrichten waar dikke richels ontstaan. Dit kan zich afspelen op één niveau bijvoorbeeld C5/6, maar meestal op meerdere hoogten, van C2 tot Th1. Uiteraard vernauwen de richels het wervelkanaal en kunnen ze daardoor het ruggenmerg verdrukken. Ook kunnen ze de openingen vernauwen waar de zenuwwortels uit het wervelkanaal treden. Omdat deze openingen bij de halswervelkolom niet zo wijd zijn, ontstaat al spoedig een beknelling van de uittredende zenuwwortels. Andere minder voorkomende oorzaken van de vernauwing van het halswervelkanaal zijn de zwelling van het ontstekingsweefsel bij reuma van de halswervelgewrichten en de

7

toestand na een letsel van halswervels waardoor een verschuiving van botfragmenten heeft plaatsgevonden. Vernauwing van het halswervelkanaal door het ontstaan van botrichels van de wervellichamen. In de uittredende zenuwwortels verlopen aftakkingen van de motorische en gevoelsbanen, waardoor beknelling van een wortel aanleiding kan geven tot pijn, verlamming en gevoelsstoornissen. De richel ter hoogte van C6/C7 geeft beknelling met indeuking van het ruggenmerg (myelopathie) met de daarin verlopende motorische en gevoelsbanen, waardoor de motorische en gevoelsfuncties bedreigd worden. De plaats van de pijn en de verschijnselen wijzen erop welke zenuw in de knel zit. Daarom vragen wij u uw klachten zo precies mogelijk aan te geven.

2. Zorgpad Cervicale Hernia en/of Kanaalstenose

Nadat u, samen met uw neurochirurg, heeft besloten tot een operatie, ontvangt u van de doktersassistentes neurologie deze patiënteninformatie over het zorgpad Cervicale Hernia of Kanaalstenose. Hieronder wordt stap voor stap beschreven wat er vanaf dat moment zal gaan gebeuren. Op de inhoud van de operatie zelf wordt niet

8

ingegaan. Elke operatie vereist een individuele aanpak. Wij adviseren u de bijzonderheden met uw neurochirurg te bespreken alvorens u toestemming verleent voor de operatie. 2.1 Wat vooraf gaat 2.1.1 Polikliniek Neurologie Van de doktersassistentes neurologie ontvangt u, naast deze patiënteninformatie, een aanvraagformulier voor opname. Met dit formulier gaat u naar de inschrijvingsbalie in de centrale hal, waar u door een medewerkers van de afdeling Opname wordt ingeschreven voor de operatie. 2.1.2 Patiënteninschrijving voor opname De medewerker verifieert tijdens het inschrijven uw persoonsgegevens en vraagt u hiertoe een geldig legitimatie- en verzekeringsbewijs te overleggen. U ontvangt een boekje met algemene ziekenhuisinformatie, informatie over en een afspraak voor de Pré-operatieve polikliniek. Dit is een polikliniek waar u wordt gescreend voor de operatie. Het doel van dit bezoek is om te bepalen of en onder welke voorwaarden u geopereerd kan worden. U ontvangt tevens een vragenlijst over uw gezondheidstoestand en een formulier waarop u een contactpersoon kunt aangeven. Wij verzoeken u beide formulieren ingevuld mee te nemen naar uw afspraak op de Pré-operatieve polikliniek. 2.1.3 Pré-operatieve polikliniek Op de dag van de afspraak meldt u zich bij de balie van de Pré-operatieve polikliniek; routenummer 94. Tijdens deze afspraak ontmoet u: - een doktersassistente die uw polsslag, bloeddruk en temperatuur meet en eventueel, afhankelijk van uw leeftijd en gezondheidstoestand, een ECG (hartfilmpje) maakt; - een anesthesist of nurse practitioner (academisch geschoolde

9

verpleegkundige met medische taken) die uw gezondheidstoestand onderzoekt, u informeert over de anesthesievorm en instructies geeft voor thuis; - een verpleegkundige die een intake gesprek met u houdt, inventariseert of u na de operatie verwacht thuis hulp nodig te hebben en u aanvullende informatie geeft. Als dat nodig is, spreekt de anesthesist/nurse practitioner een aantal aanvullende onderzoeken met u af. Het kan zijn dat hierdoor de operatie langer op zich laat wachten omdat er op uitslagen gewacht moet worden. Als er geen bijzonderheden zijn, wordt u goedgekeurd voor de operatie en wordt dit gemeld aan de afdeling Opname. Die plant een datum voor opname. Het bezoek aan de Pré-operatieve polikliniek kan ongeveer anderhalf uur in beslag nemen. 2.1.4 De operatiedatum De afdeling Opname geeft de operatiedatum telefonisch aan u door. Wij streven er naar om de wachttijd tussen uw goedkeuring en de operatie niet langer te maken dan twee weken. 2.2 Dag vóór de operatie Eén dag vóór de opname vindt op de afdeling Fysiotherapie een informatieochtend plaats. Alvorens u op deze afdeling komt, verzoeken wij u bloed te laten prikken bij het laboratorium, met het roze (kruisbloed) formulier wat u heeft ontvangen tijdens uw bezoek aan de Pré-operatieve polikliniek. Wij verwachten u deze ochtend van 10.00-12.00 uur op de afdeling Fysiotherapie. Tijdens deze informatieochtend spreekt u met een tweetal disciplines: - u heeft een gesprek met de arts-assistent Neurologie die u nogmaals controleert voor de operatie. Zij/hij vertelt u hoe laat u de dag erna wordt verwacht voor de operatie en of u nuchter moet zijn.

10

- u oefent samen met de fysiotherapeut hoe u na de operatie het beste kunt bewegen en mobiliseren en u neemt samen het mobilisatieschema door. Een nekkraag wordt besteld wanneer dit noodzakelijk is. De fysiotherapeut oefent met u alvast de volgende onderdelen: - draaien in bed: voorkomen van draaibewegingen van de nek; - van lig tot zit komen: via zijligging en met koppelbeweging van bovenlichaam met de benen

- van zit tot stand komen: - rug en nek recht houden, handen afsteunen op de bovenbenen.

Na de gesprekken mag u weer naar huis. Wij verwachten u de volgende dag op de verpleegafdeling op het, met de arts, afgesproken tijdstip.

11

2.3 De operatiedag (donderdag) De dag vóór de operatie heeft u gehoord of u nuchter moet zijn voor de operatie. Nuchter betekent: vanaf 24.00 uur niets meer gegeten of gedronken en geen medicatie ingenomen. Ook kan het zijn dat u, omdat u wat later op de ochtend of in de middag wordt geopereerd, een licht ontbijt mag hebben. Een licht ontbijt betekent: om 07.00 uur een kopje thee met een beschuitje en, als u deze gebruikt, uw medicatie. Hierna mag u niets meer tot u nemen. Kaas/ melkproducten zijn niet toegestaan! Weet dat vertering van voedsel ongeveer zes tot acht uur duurt. Als u heeft gegeten, dan zal de operatie helaas moeten worden uitgesteld! En dan ... U meldt zich op de afgesproken tijd op de genoemde afdeling. Op de afdeling kunt u uw spullen in de daarvoor bestemde kastjes leggen. Wij adviseren u voor opname in het ziekenhuis mee te nemen: - ondergoed; - pyjama's; - ochtendjas; - tandenborstel + tandpasta; - shampoo/douchegel/zeep; - kam; - pantoffels; - goede loopschoenen. Handdoeken en washandjes krijgt u elke ochtend van de verpleegkundigen. Ongeveer een half uur voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u van de verpleegkundige:

12

- een operatiehemd aan; - een injectie tegen trombose = bloedstolseltjes (dit middel noemen we Fraxiparine®); - het verzoek uit te plassen op het toilet; - het verzoek sieraden, make-up en nagellak af te doen. Wij adviseren u overigens uw sieraden zoveel mogelijk thuis te laten. Als dit door de anesthesist met u is afgesproken, krijgt u van de verpleegkundige een tablet of injectie met een rustgevend middel ter voorbereiding op de narcose. Hier kan u een slaperig gevoel van krijgen en een droge mond. Na een telefoontje van de operatiekamer waarin zij u oproepen voor de operatie, brengt de verpleegkundige u naar de zogenoemde `Holding' (voorbereidingskamer van het operatiecomplex). Hier ontvangen de anesthesie assistenten u. Van hen krijgt u een infuus (vocht via een naald in de ader). Draagt u een kunstgebit of een bril, dan kunt u deze hier uit/ af doen. 2.3.1 De operatie Nekhernia Bij benadering van de achterzijde ligt u tijdens de operatie op uw buik op een speciale operatietafel. Bij benadering van de voorzijde ligt u tijdens de operatie op uw rug. De neurochirurg staat naast u en verlicht het operatiegebied met een hoofdlamp. Om de weefsels in het wervelkanaal goed te kunnen zien, doet hij de operatie met behulp van een vergrotende loep. Door het vergrote, driedimensionale beeld is het mogelijk zeer nauwkeurig te werken. Bij de operatie verwijdert de neurochirurg de hernia, daardoor komt de zenuw vrij. Meestal verdwijnen de klachten en verbetert neurologische uitval. Soms al heel snel, maar vaak duurt de verbetering wat langer, zelfs een aantal weken. Door de spieren van de doornuitsteeksels los te maken en ze opzij te houden, kan de achterzijde

13

van de wervels, en daarmee het wervelkanaal, worden bereikt. Om bij de hernia te komen moet het wervelkanaal worden geopend. Daarvoor is het meestal nodig om een kleine hoeveelheid van het bot van de achterzijde van het wervelkanaal weg te nemen. In het wervelkanaal wordt de zenuw naar het midden toe weggehouden, waardoor de hernia wordt bereikt. Om te voorkomen dat er opnieuw een hernia ontstaat, wordt samen met de hernia ook de beschadigde weke kern van de tussenwervelschijf zoveel mogelijk verwijderd. In de holte die daardoor ontstaat, groeit later weer nieuw weefsel, zodat de holte in de tussenwervelschijf weer wordt opgevuld. Cervicale stenose In principe bestaat de operatie uit het creëren van meer ruimte voor het ruggenmerg. Net zoals bij de nekhernia kan dit van de achterzijde, of van de voorzijde. Bij de benadering van achteren wordt bij de patiënt die op de buik ligt, een overlangse snede gemaakt midden op de nek over het gebied waar het wervelkanaal moet worden verwijd. Dat gebeurt meestal over meerdere niveaus, vanaf C2 tot en met C7. Door de achterste nekspieren af te schuiven worden de wervels vrijgelegd. De betreffende wervelbogen worden verwijderd (dit noemt men een laminectomie) en vervolgens de gele ligamenten. Als de durale zak bevrijd is, kan men waarnemen, dat deze zich duidelijk heeft ontplooid. Over de durale zak worden dan de afgeschoven nekspieren weer aan elkaar gehecht, wat voldoende bescherming biedt aan de durale zak met zijn inhoud ondanks dat er nu geen benige bedekking meer is. Als er behalve de kanaalstenose ook een hernia in het spel is, kan deze in dezelfde operatie worden verwijderd. Omdat het verwijderen van de wervelbogen de kans op instabiliteit kan doen ontstaan, zijn er enkele neurochirurgen die de verwijderde botstukjes weer terugzetten en met schroeven en plaatjes vastmaken, uiteraard in een positie waarin het wervelkanaal ruimer is (zogenaamde laminoplastie). Bij de benadering van voren ligt de patiënt op zijn rug op de operatietafel, met het gezicht recht omhoog. Er wordt een snee gemaakt in de hals,

14

naar de voorkeur van de operateur links of rechts van het midden. Dan worden de spieren en de andere structuren die in de hals verlopen (zoals de bloedvaten, de luchtpijp, de slokdarm en de stembandzenuwen) uiteen gehouden, om uiteindelijk precies op de voorkant van de halswervelkolom uit te komen. Hierna wordt ter hoogte van de botrichel de tussenwervelschijf verwijderd totdat men aan de achterkant ervan aan de voorzijde van het wervelkanaal is beland, waarna de botrichels die zich boven en beneden de tussenwervelschijf bevinden, worden verwijderd. Zonodig worden op andere hoogten waar zich ook botrichels bevinden na het verwijderen van de betreffende tussenwervelschijven deze richels verwijderd. De ontstane ruimte die is ontstaan na het verwijderen van een tussenwervelschijf kan worden opgevuld met een stuk bot (meestal eigen bot uit een bekkenkam, donorbot, botcement, of een `kooitje'van kunststof of van het metaal titanium). Bij uitzondering is het nodig om het wervellichaam zelf te verwijderen, als dit bijdraagt tot de vernauwing en te vervangen door de genoemde materialen. Soms worden wervellichamen met platen en schroeven aan elkaar vast gemaakt. 2.3.2 Na de operatie U wordt wakker op de uitslaapkamer (Recovery). Als u goed wakker bent, haalt de verpleegkundige van de afdeling u op. Zodra u op de afdeling bent, belt de verpleegkundige uw contactpersoon. Na de operatie heeft u een aantal slangetjes aan uw lichaam. Elk van deze slangetjes hebben een functie ten behoeve van uw herstel. - Het infuus; om voldoende vocht binnen te krijgen en om eventueel antimisselijkheid medicatie snel te kunnen toedienen, houdt u na de operatie een infuus in uw arm. - De wonddrain; in de operatiewond zit een slangetje dat zonodig bloed en wondvocht afvoert. - Een PCA pomp; na de operatie kunt u een speciale pomp hebben waarmee u zichzelf pijnmedicatie kunt toedienen. - Een katheter; soms heeft u na de operatie een slangetje in de blaas

15

ingebracht gekregen, dit noemen we een katheter. Terug op de afdeling zijn er een aantal zaken voor u van belang. Deze worden hieronder beschreven. Allen dragen zij bij aan een spoedig herstel. - Na de operatie blijft u de eerste zes uur liggen in rugligging. - Als deze zes uur zijn verstreken, mag u afwisselen op de linker/ rechter zij en op de rug en de hoofdsteun maximaal 30º omhoog = 1 kussen. Tijdens het draaien houdt u de nek zo recht mogelijk, vermijd draaibewegingen met de nek. - Hoofd en nek goed ondersteunen met behulp van een opgerolde handdoek in de nek. - Blijft u niet te lang in dezelfde houding liggen. U moet elke twee uur draaien op de manier die u is aangeleerd. Als u bij het draaien hulp nodig heeft, vraagt u dan de verpleegkundige om u te helpen. - U mag niet op u buik liggen; - De verpleegkundige meet regelmatig uw polsslag, temperatuur en bloeddruk en vraagt u een cijfer te geven voor uw pijn. Dit cijfer kan variëren van 0 bij geen pijn tot 10 bij zeer hevige en ondragelijke pijn. U kunt zichzelf pijnmedicatie toedienen via de PCA pomp door op de knop van de afstandbediening te drukken. Als u geen PCA pomp heeft gekregen, kunt u de verpleegkundige om pijnmedicatie vragen. - U kunt na de operatie wat misselijk zijn. Geeft u dit aan bij de verpleegkundige. Zij kan u iets tegen de misselijkheid geven. - Wanneer het u niet lukt om op bed in een (vrouwen-)urinaal te plassen, krijgt u een katheter. - Als u niet misselijk bent, mag u 's avonds een broodmaaltijd nuttigen. 2.4 Eerste dag na de operatie - Van de verpleegkundige ontvangt u hulp bij de lichamelijke verzorging. - Uw infuus wordt verwijderd als u niet misselijk of pijnlijk bent en als uw bloeddruk goed is. - De verpleegkundige controleert uw polsslag, bloeddruk, temperatuur

16

en pijncijfer door deze bij u te meten (vier keer per dag). - Als de wonddrain minder dan 50 ml bloed en wondvocht heeft opgevangen, wordt deze in de middag verwijderd. - Wanneer de wonddrain wordt verwijderd, wordt uw wond opnieuw verbonden. - U krijgt van de verpleegkundige een injectie tegen trombose. - U mag normaal eten. Voor vandaag ziet het schema van de fysiotherapie er als volgt uit: Dag 1 Uit bed Max. 2 à 3 x 15 minuten Zitten Max. 5 minuten per keer Fysiotherapie - Eerste keer uit bed onder leiding van de fysiotherapie; - Leefregels doornemen Opmerkingen Eten in bed

- U gaat de eerste keer onder begeleiding van de fysiotherapeut uit bed, met of zonder nekkraag. Afhankelijk van hoe u zich voelt, gebeurt dit in de ochtend of de middag. Het kan zijn dat u misselijk bent of duizelig wordt bij het uit bed komen. Dit is meestal het gevolg van de narcose. Als het goed gaat, loopt u een kleine afstand en mag u vijf minuten op een stoel (met leuningen) zitten. Een belangrijke reden dat u de eerste dag na operatie al uit bed wordt gehaald, heeft te maken met het stimuleren van de bloedcirculatie. Dit verkleint de kans op trombose. - In overleg met de fysiotherapeut mag u er vandaag nog twee tot drie keer uit gedurende tien tot vijftien minuten. Wanneer u zonder hulp uit bed kunt komen, mag u zelfstandig naar het toilet. 2.5 Tweede dag na de operatie - Als dat nodig is, ontvangt u van de verpleegkundige hulp bij de lichamelijke verzorging. U mag zich ook zelfstandig wassen bij de wastafel of op de rand van het bed.

17

- De verpleegkundige controleert uw polsslag, bloeddruk, temperatuur en pijncijfer door deze bij u te meten (twee keer per dag). - De verpleegkundige verschoont uw wondverband. - U krijgt van de verpleegkundige een injectie tegen trombose. - De fysiotherapeut komt met u oefenen. Dit oefenen bestaat uit looptraining en, indien nodig, trappenlopen. - U mag normaal eten. - Als u om 16.00 uur nog geen ontlasting heeft gehad, geeft u dit dan aan bij de verpleegkundige. U ontvangt dan Bisacodyl®, een middel om de ontlasting op gang te brengen. - Als uw mobilisatie naar wens van de fysiotherapeut verloopt en uw operatiewond er goed uitziet, wordt het besluit genomen dat u morgen met ontslag mag. Probeer het mobiliseren over de dag te verspreiden. Bij toenemende pijn en/of uitstraling komt u minder vaak uit bed. Voor vandaag ziet het schema van de fysiotherapie er als volgt uit: Dag 2 Uit bed Max. 3 à 4 x 20 minuten Zitten Max. 10 minuten per keer Fysiotherapie Looptraining en, als dat nodig is, traplopen Opmerkingen Eten mag aan tafel

2.6 Derde dag na de operatie Vandaag mag u, als uw wond niet lekt, douchen. Van de verpleegkundige krijgt u daarna een schone pleister. Als u vandaag naar huis mag: - ontvangt u van de verpleegkundige een polikliniekafspraak voor controle bij dr. Amelink, zes weken na de operatie. Tijdens de controleafspraak kunnen de leefregels in overleg met de neurochirurg worden aangepast en kan er worden gesproken over de te hervatten werkzaamheden. Realiseert u zich echter wel dat verder herstel in het algemeen wel enkele maanden kost;

18

- als u hechtingen heeft, ontvangt u van de verpleegkundige een polikliniekafspraak om de hechtingen te laten verwijderen. Dit gebeurt bij de polikliniek Neurologie; - ontvangt u van de verpleegkundige verbandmiddelen en medicijnen. In geval van calamiteiten na ontslag, zoals wondlekkage en koorts kunt u contact opnemen met: - de afdeling Urologie/Neurochirurgie buiten kantoortijden (weekeinde en tussen 17.00 uur en 08.30 uur), T (035) 688 72 36; - de polikliniek Neurologie binnen kantoortijden (tussen 08.30 uur en 17.00 uur), T (035) 688 76 37. Als u vandaag niet met ontslag gaat, komt de fysiotherapeut bij u langs. Voor vandaag ziet het schema van de fysiotherapie er als volgt uit: Dag 3 Uit bed Max. 4 à 5 x 20 minuten Zitten Max. 15 minuten per keer Fysiotherapie Opmerkingen Looptraining/oefenen Eten aan tafel traplopen

2.7 Na ontslag De operatie is nu achter de rug. Het totale herstel zal nog enkele maanden duren. In de eerste twee maanden vindt het grootste deel van het herstel plaats. Dit is ook de meest kwetsbare periode voor uw nek. Het effect van de operatie is sterk afhankelijk van de wijze waarop u met uw nek(klachten) omgaat. Hieronder volgen leefregels en adviezen om zo verantwoord mogelijk met uw nek om te gaan. Hier ligt een stuk verantwoordelijkheid bij uzelf. Het is belangrijk om deze adviezen in uw leefpatroon in te bouwen. In het begin zal dat zeker moeite kosten, maar het is noodzakelijk om de kans op herhaling van klachten zo klein mogelijk te maken. Deze algemene leefregels en adviezen kunnen zonodig door de fysiotherapeut en/of de specialist individueel worden aangepast.

19

Voor de eerste week thuis kunt u het mobilisatieschema hieronder volgen. Mobilisatieschema na de opname: Dag 4 5 6 Verder Uit bed Max. 5 à 6 x 30 minuten uit bed Min. 4 x 1,5 uur bedrust Min. 3 x 1,5 uur bedrust Min. 3 x 1 uur bedrust Zitten Max. 15 minuten per keer Max. 20 minuten Max. 4 keer per dag Max. 20 minuten Max. 5 keer per dag Max. 30 minuten

2.7.1 Regels De eerste zes weken mag u niet: - langer dan 30 minuten achter elkaar zitten; - voorwerpen zwaarder dan 5 kg. tillen; - zelf autorijden (zie 2.7.5: vervoer); - buiten fietsen (wel een hometrainer; (zie 2.7.5: vervoer)); - belastende huishoudelijke activiteiten uitvoeren; - werken; - sporten; - zwemmen. 2.7.2 Adviezen - Neem de eerste zes weken na de operatie regelmatig rust door te gaan liggen. Wissel activiteiten en houdingen af. Voorkom gebogen en gedraaide houdingen. De mate van pijn/uitstraling is de eerste zes weken een goede graadmeter hoever u kunt gaan. - Voer uw algemene conditie stapsgewijs op door regelmatig te wandelen

20

en eventueel te fietsen op een hometrainer. Na zes weken mag u zwemmen en buiten fietsen, dit in overleg met uw fysiotherapeut en/ of specialist. Bij het zwemmen is rugzwemmen doorgaans minder belastend dan borstzwemmen. Vlinderslag wordt afgeraden. - Seks hoeft niet te worden gemeden. Houdingen die pijnklachten in de nek opleveren mijden. 2.7.3 Zitten Zitten is erg belastend voor de nek. Een goede zithouding is dus van belang. Houd uw hoofd recht. Het is beter om regelmatig korte tijd op te zitten dan in één keer bijvoorbeeld een uur. Zorg ervoor dat in lig uw hoofd en nek goed ondersteund is (bijvoorbeeld met een opgerolde handdoek in de nekholte). Houd uw hoofd ten opzichte van uw bovenlichaam recht. Vermijd een gedraaide houding. De eerst zes weken niet langer dan 20-30 minuten achter elkaar zitten. 2.7.4 Tillen Til niet voordat u met de fysiotherapeut de juiste tiltechniek heeft doorgenomen. De eerste zes weken na de operatie geen voorwerpen tillen zwaarder dan 5 kg. Daarna de last stapsgewijs verhogen. Bij enige keren per dag tillen de last beperken tot maximaal 25 kg.

-

Til adviezen: til met twee handen; til de last niet boven schouderhoogte; til de last rustig op en draag de last zo dicht mogelijk bij het lichaam; als u iets van de grond moet oppakken, hurk of kniel dan voor het voorwerp en houdt u rug en nek zo recht mogelijk.

21

2.7.5 Vervoer - In het algemeen de eerste zes weken niet zelf autorijden/buiten fietsen. - In overleg met uw fysiotherapeut mag u mogelijk, als er weinig klachten zijn en de revalidatie goed verloopt, na twee weken weer starten met een klein stukje zelf autorijden of buiten fietsen. - Meerijden in een auto is te allen tijde toegestaan. Als u meerijdt, dan niet langer dan 30 minuten achter elkaar. Bij het gaan zitten in de auto eerst zitten en dan de beide benen tegelijk indraaien. U kunt eventueel een plastic tas op de zitting leggen om het draaien makkelijker te maken. 2.7.6 Huishoudelijke activiteiten - De eerste zes weken na de operatie geen belastende huishoudelijke activiteiten zoals stofzuigen, dweilen, bedden verschonen, ramen lappen. Dit geldt ook voor klussen binnen/buitenhuis. - Lichte huishoudelijke activiteiten kunnen met de juiste techniek, in overleg met de fysiotherapeut, geleidelijk aan worden hervat. 2.7.7 Werk Tot de eerste poliklinische controle bij de specialist, doorgaans zes weken na de operatie, mag u niet werken. De specialist overlegt met u, en eventueel met de bedrijfsarts, het moment en de wijze van werkhervatting. De fysiotherapeut kan u adviezen geven betreffende de werkhouding. 2.7.8 Pijnmedicatie Een onderdeel van het genezingsproces is pijnmedicatie. Pijnmedicatie alleen in overleg met de arts. 2.7.9 Sport Tot de eerste poliklinische controle bij de specialist mag u niet sporten. In het vervolgtraject van de revalidatie mag met sporten worden gestart in overleg/onder begeleiding van de fysiotherapeut.

22

2.8 Fysiotherapie na de operatie Na de operatie raden wij in ieder geval twee maanden fysiotherapie aan. Juist in de eerste twee maanden is het belangrijk om in het herstel van uw nek te investeren en om terugval te voorkomen. Oefeningen voor de nek: - in rugligging, het hoofd ondersteund op een kussen. Hoofd afwisselend naar links en naar rechts draaien; - in ruglig of zit: intrekken van de kin (een onderkin maken). Wij raden ook aan om na deze twee maanden te blijven sporten/oefenen, bijvoorbeeld in een sportschool, een zwembad of een andere vorm van beweging die bij u past. Hierin geven wij zonodig advies. Tot slot Als u na het lezen van deze brochure nog vragen heeft, belt u dan met de polikliniek Neurologie/Neurochirurgie, T (035) 688 76 37. Voor vragen over fysiotherapie kunt u bellen naar de afdeling Fysiotherapie, T (035) 688 72 59.

23

Ruimte voor aantekeningen

24

25

Tergooiziekenhuizen Locatie Hilversum Van Riebeeckweg 212 1213 XZ Hilversum T (035) 688 77 77 www.tergooiziekenhuizen.nl

380208 29052009

www.tergooiziekenhuizen.nl

Information

28 pages

Find more like this

Report File (DMCA)

Our content is added by our users. We aim to remove reported files within 1 working day. Please use this link to notify us:

Report this file as copyright or inappropriate

357689