Read 9006924237_bw.indd text version

ThiemeMeulenhoff Zorg

Verpleegtechnische handelingen

Verpleegtechnische handelingen

Colofon

Auteurs Nienke Berens Jolanda Borsboom Ceciel Schelvis Cisca van der Span Gerda Verhey Petra Wolthuis Inhoudelijke redactie Drs. J.P. Vaessen H.J.M. van der Ham Ontwerp Omslag: Enof, Utrecht Binnenwerk: DeltaHage, Den Haag Fotografie Karin Ligthart, Amsterdam Overige foto's in deze uitgave Hans Brik, Callantsoog: p. 80, 87, 88, 135, 142, 164, 165, 266, 281 Pelgrimages, Heerewaarden: p. 160, 166 Zefa, Amsterdam: p, 214 NSvG, Utrecht: p, 243 Hoek Loos Medical BV, Eindhoven: p. 300 Lighthouse, Breda: p, 341, 345, 346

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 978 90 06 92423 7 Eerste druk, eerste oplage, 2010 © ThiemeMeulenhoff, Baarn/Utrecht/Zutphen, 2010 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.cedar.nl/pro). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

2

Inhoudsopgave

Woord vooraf

Thema 1

5 9 10 18 28 41 42 54 64 78 85 86 98 107 108 118 124 132 140 156 172 185 186 196 202 212 222

De gevolgen van de wet BIG voor de verzorgende praktijk 1 De wet BIG en de voorbehouden handeling 2 De betekenis van de voorbehouden handeling 3 De gevolgen van de wet BIG De zorgvrager met een maagsonde Het inbrengen van een maagsonde De verzorging van een maagsonde Het toedienen van sondevoeding Maagspoelen

Thema 2

1 2 3 4

Thema 3

De verzorging van een stoma en het spoelen van de darm 1 Een stoma verzorgen 2 Het spoelen van de darm of de stoma Medicijnen toedienen Het medicijngebruik controleren Het medicijngebruik registreren Medicijnen uitzetten en delen Medicijnen toedienen Medicijnen toedienen via de luchtwegen Medicijnen toedienen per injectie Rekenen Wondverzorging en compressietherapie Verzorging van rode wonden Verzorging van gele wonden Verzorging van zwarte wonden Zwachteltechnieken als compressietherapie Decubitus en/of smetten verzorgen

Thema 4

1 2 3 4 5 6 7

Thema 5

1 2 3 4 5

3

Thema 6

De verzorging van een tracheostoma en het uitzuigen van mond- en keelholte 1 De tracheostoma en tracheacanule verzorgen 2 De mond- en keelholte uitzuigen De zorgvrager met een blaaskatheter Katheteriseren van de blaas De zorg voor een blaaskatheter De verzorging van een suprapubische katheter Het spoelen van de blaas

233 234 248 259 260 272 280 288 295 296 309 310 321 322 341 342 354 367

Thema 7

1 2 3 4

Thema 8

Het toedienen van zuurstof 1 Het toedienen van zuurstof Warmte- en koudebehandeling en zorg voor de lichaamstemperatuur 1 Warmte- of koudebehandeling Laboratoriummonsters voor diagnostiek 1 Monsters nemen voor diagnostiek Reanimeren 1 Reanimeren Kernwoorden Index

Thema 9

Thema 10

Thema 11

4

Woord vooraf Over Thieme Meulenhoff Zorg - Basisboeken

De Thieme Meulenhoff Zorg - Basisboeken zijn competentiegericht naslagmateriaal voor niveau 3 en niveau 4 van het gezondheidszorgonderwijs. Het uitgangspunt van Thieme Meulenhoff Zorg is het leveren van een bijdrage aan het opleiden van studenten tot competente beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg. De Basisboeken sluiten aan bij het competentiegericht opleiden, waarbij aan de beroepspraktijk gerelateerde theorie en leeractiviteiten vanaf het begin van de opleiding tot verzorgende/verpleegkundige centraal staan. De theorie is toegankelijk geschreven en voorzien van veel praktijksituaties. Vragen en opdrachten doen voortdurend een beroep op het beroepsmatig handelen. Dit maakt de Thieme Meulenhoff Zorg - Basisboeken tot een compleet product dat past in elk didactisch model. Het naslagmateriaal is gerelateerd aan de kerntaken en werkprocessen uit de nieuwe kwalificatiedossiers. Van hieruit is een vertaalslag naar de kernactiviteiten en beroepsprestaties eenvoudig te maken. Als zodanig is het naslagmateriaal goed te plaatsen in een onderwijsmagazijn. In combinatie met onze digitale producten vormt het een compleet en rijk geschakeerd aanbod aan lesmateriaal, dat ingezet kan worden binnen het competentiegericht leren. Deze variatie aan leermiddelen en werkvormen in combinatie met e-learning (blended learning) verhoogt het leerrendement en bevordert de zelfstandigheid van studenten.

Competenties

Competenties zijn de vermogens van mensen om in bepaalde situaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen. Een competentie is samengesteld uit kennis, inzichten, vaardigheden, houdingen en persoonlijke eigenschappen. Een competent persoon kan deze elementen geïntegreerd en doelgericht inzetten om de juiste resultaten te bereiken. Er zijn drie typen competenties, namelijk: beroepscompetenties: de vermogens om in beroepssituaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen; leercompetenties: de vermogens om in leersituaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen; burgerschapscompetenties: de vermogens om in maatschappelijke situaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen.

5

Voor verzorgenden, maar ook voor verzorgenden-in-opleiding zijn alle drie de soorten competenties van belang. Beroepscompetenties heb je nodig omdat je handelen een grote invloed heeft op het leven van mensen. Je hebt een beroep gekozen met een grote verantwoordelijkheid, temeer omdat je als verzorgende zelfstandig besluit, kiest en handelt. Je bent een professional met een eigen bevoegdheid. Leercompetenties zijn van belang omdat het beroep voortdurend in ontwikkeling is. Verplegingswetenschap, maar ook de medische en gedragswetenschappen zorgen onophoudelijk voor nieuwe kennis. Dat maakt het verzorgen/verplegen tot een vak waarin steeds weer nieuwe leersituaties ontstaan. Burgerschapscompetenties zijn belangrijk omdat het verzorgen midden in de samenleving gebeurt. Het contact met mensen staat altijd centraal. Verzorgsituaties zijn maatschappelijke situaties, ongeacht de zorgsetting. De generieke boeken ­ dus ook dít boek, Verpleegtechnische handelingen ­ zijn geschreven voor verzorgenden in opleiding. Het boek gaat heel concreet over alle voorbehouden handelingen die je als verzorgende mag uitvoeren in opdracht van een zelfstandig bevoegde hulpverlener. Het gaat hierbij om zowel de wettelijke context waarbinnen je deze handelingen uitvoert als om de technische aspecten van deze handelingen. Het boek bevat alle aspecten, die van belang zijn om de competenties te ontwikkelen, die je nodig hebt om vanuit een professionele beroepshouding deze handelingen op een verantwoorde wijze uit te voeren. Dit boek sluit aan bij de volgende kerntaak en werkprocessen: Kerntaak 1: Bieden van zorg en ondersteuning op basis van het zorgplan Werkproces 1.2: Ondersteunt bij persoonlijke basiszorg Werkproces 1.5: Voert verpleegtechnische handelingen uit Dit boek sluit aan bij de volgende kernactiviteiten en beroepsprestaties: Kernactiviteit: Zorgen in specifieke situaties Beroepsprestatie: Plannen en uitvoeren van eenvoudige verpleegtechnische handelingen Kernactiviteit: Bieden van laag tot midden complexe zorg Beroepsprestatie: Het uitvoeren van risicovolle handelingen Het boek is ingedeeld in elf thema's: De gevolgen van de wet Big voor de verzorgende in de praktijk De zorgvrager met een maagsonde De verzorging van een stoma en het spoelen van de darm Medicijnen toedienen Wondverzorging en compressietherapie De verzorging van een tracheostoma en het uitzuigen van mond- en keelholte

6

De zorgvrager met een blaaskatheter Het toedienen van zuurstof Warmte- en koudebehandeling en zorg voor de lichaamstemperatuur Laboratoriummonsters voor diagnostiek Reanimeren Ieder thema bevat één of meer onderwerpen. Aan het begin van elk thema kun je lezen welk werkproces behandeld wordt. Ieder onderwerp is opgebouwd uit theoretische leerstof over kennis, inzichten en houdingen die noodzakelijk zijn om je de betreffende competenties eigen te maken. Het onderwerp start met een anekdote, een gebeurtenis of een ander voorbeeld. Je kunt je daardoor snel een beeld vormen van waar het onderwerp over gaat. Naast theorie komen praktijkvoorbeelden aan bod, die het mogelijk maken je te verdiepen in een levensechte situatie. Aan het eind van elk onderwerp vind je kennisopdrachten en een samenwerkingsopdracht. De kennisvragen zijn bedoeld om jezelf te toetsen. Als je alle vragen kunt beantwoorden zonder de tekst opnieuw te raadplegen, mag je ervan uitgaan dat je de leerstof in voldoende mate hebt begrepen. Door het uitvoeren van de samenwerkingsopdracht kun je de leerstof toepassen in een voor jou relevante situatie samen met anderen. De opdracht is zodanig uitgewerkt dat het mogelijk is het gewenste resultaat samen met anderen te bereiken zonder tussenkomst van de docent. De auteurs hopen dat deze uitgave zal voldoen aan de eisen van de huidige student verzorgende. In ieder geval hebben zij geprobeerd de leerstof zodanig te presenteren dat: de inhoud relevant is voor het verzorgend beroep; de verwerking in iedere gewenste leervorm kan plaatsvinden; elk onderwerp onafhankelijk van andere onderwerpen bestudeerd kan worden. De auteurs: Nienke Berens Jolanda Borsboom Ceciel Schelvis Cisca van der Span Gerda Verhey Petra Wolthuis Eindredactie: Drs. J.P. Vaessen H.J.M. van der Ham

7

8

Thema

De gevolgen van de wet BIG voor de verzorgende praktijk

De wet BIG is een zeer belangrijke wet voor de hele gezondheidszorgsector, dus ook voor jou als verzorgende. Deze wet is vooral een kwaliteitswet. Dat betekent dat deze vooral bedoeld is om de kwaliteit van zorg te garanderen. De wet is ook een kaderwet. Dit betekent dat de kaders aangegeven worden waarbinnen je de zorg mag verlenen. De zorgvrager wordt zo tegen ondeskundig handelen beschermd en zijn rechten worden bewaakt. In beginsel mag in Nederland iedereen gezondheidszorg verlenen. De wetgever heeft echter een aantal uitzonderingen vastgelegd, om te voorkomen dat de gezondheidszorgconsument ernstige schade oploopt. Zo is in de wet BIG vastgelegd, dat acht soorten professionals zich moeten laten registreren in een beroepsregister. Dat zijn de arts, tandarts, apotheker, verloskundige, verpleegkundige, fysiotherapeut, gezondheidspsycholoog en psychotherapeut. De titel die zij dragen is beschermd. Zodoende weet je dat iemand die zich verpleegkundige noemt, dat doet onder toezicht van de wetgever. De wet BIG regelt ook dat bepaalde risicovolle handelingen alleen onder bepaalde voorwaarden uitgevoerd mogen worden. Die handelingen zijn in de wet omschreven als de voorbehouden handelingen. Denk daarbij aan het geven van een injectie of het inbrengen van een blaaskatheter. Als verzorgende mag je een aantal van dergelijke voorbehouden handelingen uitvoeren als je daarvoor de opdracht van een zelfstandig bevoegde hulpverlener krijgt en als je bekwaam bent in het uitvoeren van die handeling. Als je als verzorgende onbevoegd een voorbehouden handeling uitvoert, kun je daarvoor op grond van de wet BIG aansprakelijk gesteld worden.

Werkproces

1.5 Voert verpleegtechnische handelingen uit

Thema 1

9

1

De wet BIG en de voorbehouden handeling

Meneer Bruinsma en meneer De Boer zitten in het dagverblijf van het verzorgingshuis. Ze praten over de zusters. Ze vinden dat er verschil in zit. Dat vinden ze niet zo erg. Ze houden wel van een beetje afwisseling. Meneer Bruinsma zegt dat hij Petra zo'n lieverd vindt. Petra is een beetje verlegen en soms onzeker, maar ze is altijd aardig. Meneer De Boer is het met hem eens. `Maar ja', zegt hij, `ze kan niet prikken'. Meneer De Boer heeft diabetes en ziet er altijd tegenop wanneer Petra komt. Petra vindt prikken geven akelig. Ze zou het liever aan een collega overlaten. Ze stuntelt en heeft al twee keer fout geprikt bij meneer Bruinsma. Meneer De Boer weet te vertellen dat Petra sinds kort niet meer mag prikken van de leidinggevende. Zij wil dat Petra eerst een bijscholing volgt en onder begeleiding gaat prikken. `Neem dan Greetje', zegt meneer De Boer. `Zij doet haar werk goed en snel. Maar ze is niet zo open en ze zegt niet zo veel'. Hij vindt haar een stugge meid. Hij vindt dat Greetje wel heel goed kan prikken. Ze kan prikken zonder pijn. Dit onderwerp gaat over de wet BIG en de betekenis daarvan bij het uitvoeren van voorbehouden handelingen, zoals het toedienen van injecties.

10

Thema 1

1.1 Kwaliteitsbewaking

Wie mag nu wat doen in de zorg? Veel zorgverleners weten het zelf ook niet precies. Uit onderzoek blijkt dat maar de helft van de artsen weet dat een verzorgende niet zelf, dus zonder opdracht, risicovolle handelingen mag uitvoeren. Een kwart van de verzorgenden weet dat zelf ook niet. Tweederde van de artsen weet dat een verzorgende een risicovolle handeling niet mag uitvoeren als ze daar niet genoeg ervaring in heeft. Een kwart van de artsen denkt dat het strafbaar is als een verzorgende een opdracht weigert.

1.1.1 Wet BIG

wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (wet BIG)

De zorgvrager moet zeker weten dat jij als zijn zorgverlener weet wat je doet. Dit is geregeld in de wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (wet BIG). Het doel van deze wet is te zorgen voor een goede kwaliteit van de zorg, de zorgvrager te beschermen tegen ondeskundigheid en zijn rechten te bewaken. De wet BIG doet dit door toezicht te houden op de professionele zorgverleners en de door hen gegeven zorg. In Nederland mag iedereen de geneeskunst beoefenen. Dat betekent dat iemand die denkt dat hij andere mensen kan genezen, een praktijk mag openen. Hij mag doktershandelingen verrichten, zoals onderzoek doen, adviezen geven en diëten voorschrijven. Alleen de risicovolle handelingen mag hij niet uitvoeren.

1.1.2 Beschermde titels

beschermde titel

In de wet BIG staat dat je alleen een bepaalde titel mag voeren als je een erkende opleiding daarvoor hebt gevolgd. Het zijn beschermde titels. Het is bijvoorbeeld strafbaar jezelf arts te noemen als je dat niet bent. Dit geldt voor: artsen; tandartsen; apothekers; verloskundigen; verpleegkundigen; fysiotherapeuten; psychotherapeuten; gezondheidspsychologen. Voor deze beroepen geldt ook het tuchtrecht. Deze zorgverleners kunnen bij fouten via de tuchtrechtbank worden gestraft.

Thema 1

11

1.1.3 Beroepsregisters

beroepsregister

De persoonsgegevens van alle zorgverleners met beschermde titels staan in een beroepsregister. Iedereen kan hierin opzoeken of de zorgverlener echt dat beroep heeft. Deze registers vallen ook onder de wet BIG. Je komt alleen in het register als je én de opleiding hebt gedaan, én voldoende ervaring hebt. Elke vijf jaar is herregistratie noodzakelijk, waarbij de geregistreerde op grond van opleiding of praktische ervaring, moet aantonen voldoende bekwaam te zijn. De titel verzorgende is niet beschermd en er bestaat geen register van verzorgenden. Als verzorgende val je ook niet onder het tuchtrecht. Toch gelden ook voor jou, als verzorgende, regels om de kwaliteit van de zorg te bewaken. Voor jou gelden namelijk wel een aantal andere regels. Deels zijn deze regels opgenomen in de wet BIG en deels zijn het de regels zoals die voor iedereen in Nederland gelden.

Voorbeeld

Jelly van der Laan is verzorgende. Ze weet veel van planten en is geïnteresseerd in voeding. Vooral kruiden hebben haar interesse. Door haar opleiding weet ze veel over allerlei ziektes. Ze gebruikt kruiden om allerlei kwalen en kwaaltjes te genezen. Veel mensen vragen haar om advies. Ze besluit daarom een eigen praktijkje te beginnen. In haar advertentie staat: Jelly van der Laan, biologisch genezer. Mevrouw Van der Veen is op de advertentie afgekomen. Ze houdt veel vocht vast in haar benen en is snel kortademig. Jelly denkt aan hartproblemen en schrijft haar een kruidenmengsel voor. Een paar dagen later vindt de dochter van mevrouw Van der Veen haar bewusteloos op de grond. Ze wordt acuut opgenomen op de hartbewaking met een hartslag van 28 slagen per minuut. Het blijkt dat het mengsel van Jelly een kruid bevatte dat de hartslag gevaarlijk kan laten dalen. De dochter van mevrouw Van der Veen is boos. Ze wil dat Jelly wordt gestraft.

Het is voor iedereen in Nederland, via de wet, verboden om schade aan de gezondheid van anderen toe te brengen. De dochter van mevrouw Van der Veen uit het voorbeeld zou bij de politie aangifte kunnen doen van verkeerd of nalatig handelen door Jelly als zorgverlener. Jelly kan door verschillende rechtbanken worden bestraft. Genezen is Jelly's beroep. Ze is daarmee een professionele zorgverlener. Daarom gelden voor haar verschillende wetten, waaronder de wet BIG.

12

Thema 1

1.2 Voorbehouden handelingen

voorbehouden handelingen

Volgens de wet BIG mogen een aantal risicovolle handelingen alleen onder bepaalde voorwaarden worden uitgevoerd. Dit zijn de voorbehouden handelingen. Op deze manier worden de zorgvragers beschermd tegen ondeskundige zorgverleners. Zorgvragers lopen daardoor minder gezondheidsrisico's. Het gaat om de volgende handelingen: kleine en grote operaties uitvoeren; een bevalling leiden; katheterisaties doen (van bijvoorbeeld blaas, slokdarm en luchtpijp); een kijkoperatie doen; een punctie doen (vocht of materiaal opzuigen); een injectie geven; narcose geven; radioactieve stoffen en ioniserende straling gebruiken; een elektrische schok geven aan het hart om een ritmestoornis te verhelpen; een elektrische schok geven aan de hersenen om een depressie te verlichten; niersteenvergruizing toepassen; een eicel in het laboratorium kunstmatig bevruchten.

Praktijk 1

Miryam

Miryam komt uit Angola. Zij heeft een daar opleiding gevolgd voor kraamverzorgster. Ze werkte in een kliniek op het platteland. Miryam heeft heel veel ervaring. Zij leidde de bevallingen. Er waren geen verloskundigen. Pas wanneer er problemen waren riep zij een arts. Zo heeft ze meer dan duizend baby's op de wereld gezet. Er was geen zwangerschapsbegeleiding. De vrouwen kwamen naar de kliniek wanneer ze (bijna) moesten bevallen en bleven dan een paar dagen. Er waren geen apparaten om de toestand van de baby te controleren voor en tijdens de bevalling. Miryam heeft dan ook veel bevallingen van ernstig gehandicapte of veel te vroeg geboren baby's meegemaakt. Ook overleden er regelmatig moeders en baby's. Er waren maar twee couveuses. Die werden alleen gebruikt voor baby's met een redelijke overlevingskans. Miryam wil hier in Nederland ook graag aan de slag. Ze begint een privé-kliniekje in haar huis. Eén van de slaapkamers heeft zij ingericht als verloskamer. Veel Afrikaanse vrouwen weten Miryam snel te vinden. Miryam begrijpt de Afrikaanse manieren en gewoontes rondom de bevalling. Dat vinden de vrouwen prettig. Miryam doet de bevalling en laat de vrouwen een paar dagen in haar huis logeren.

Bepaalde handelingen zijn voorbehouden aan artsen

Thema 1

13

Vragen

1 2 3 4 5 6 7

Mag Miryam zichzelf inschrijven in het register voor verloskundigen? Mag Miryam zichzelf verloskundige noemen? Mag Miryam aan het werk als kraamverzorgster? Mag Miryam een privé-kliniekje beginnen? Mag Miryam zelfstandig bevallingen leiden? Wanneer Miryam een te vroeg geboren kindje volgens de Afrikaanse gewoontes laat overlijden is ze dan strafbaar? Wat had Miryam beter kunnen doen om in Nederland aan het werk te gaan?

Voorbeeld

Mevrouw Van Altena is 84 jaar en ligt in het verpleeghuis waar Ineke als verzorgende werkt. Mevrouw Van Altena heeft de ziekte van Parkinson. Ze is al een week niet lekker. Ze is veel misselijk en moet overgeven. De verpleeghuisarts zegt tegen mevrouw Van Altena dat ze maximaal driemaal per dag een injectie mag tegen die misselijkheid. Hij vertelt haar dat Ineke die zal komen geven. Hij laat het uitvoeren van de voorbehouden handeling over aan Ineke.

Jij hebt als verzorgende te maken met het doen van blaaskatheterisaties, het inbrengen van maagsondes en het geven van injecties. Jij voert deze voorbehouden handelingen in opdracht van de arts of verloskundige uit.

Voorbeeld

Baba M'kaba is 34 jaar. Hij komt uit Angola en is vier jaar geleden naar Nederland gekomen als asielzoeker. Baba spreekt Portugees en een beetje Engels en Nederlands. Al snel na zijn aankomst in Nederland bleek dat hij aids had. Hij ligt nu in het verpleeghuis waar Sjoerd als verzorgende werkt. Baba is de laatste maanden sterk vermagerd en kan niet veel. Het eten gaat niet meer. Sjoerd overlegt met de arts. De arts geeft Sjoerd de opdracht Baba een maagsonde te geven en te starten met sondevoeding. Sjoerd gaat naar Baba toe en legt hem zo goed mogelijk uit wat de arts gezegd heeft en wat hij gaat doen. Samen met collega Saskia brengt hij de maagsonde in en sluit hij de sondevoeding aan.

14

Thema 1

Een van de voorbehouden handelingen, een elektrische schok aan het hart geven, is door de overheid uit de lijst met voorbehouden handelingen gehaald. Wanneer iemand op straat, of ergens anders, plotseling getroffen wordt door een hartaanval of een hartstilstand, dan kan het hart vaak weer op gang gebracht worden door er zo snel mogelijk een elektrische schok doorheen te leiden. Er bestaan tegenwoordig heel simpel te bedienen apparaten waarmee iemand een dergelijk schok kan geven, de zogenoemde AED's. Door iedereen deze apparaten te laten gebruiken heeft de zorgvrager een veel grotere kans om te overleven. Het is bijna onmogelijk een AED fout te bedienen. Daarom is het risico voor de zorgvrager heel erg klein. Voorbehouden handelingen zijn in principe handelingen waarbij de zorgvrager ernstig gezondheidsrisico kan lopen. Dat is nu dus niet meer zo bij deze handeling. Daarom heeft de minister besloten deze handeling uit de lijst te schrappen. In veel grote openbare gebouwen en op vliegvelden hangen al van dergelijke AED's die iedereen, die daarvoor een gerichte cursus heeft gevolgd, in geval van nood kan gebruiken.

Samenvatting

Het is voor veel zorgverleners onduidelijk welke handelingen je nu wel of niet in je werk mag verrichten. Het is ook onduidelijk wanneer en onder welke voorwaarden je ze mag doen. De wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (wet BIG) geeft hier duidelijkheid over. De wet BIG is er vooral om de kwaliteit van de verleende zorg te bewaken. Hierdoor wordt de zorgvrager tegen ondeskundige handelen beschermd en worden zijn rechten bewaakt. Via de wet BIG wordt er toezicht gehouden op de zorgverlener en de door hem verleende zorg. Om dit toezicht mogelijk te maken en de kwaliteit te garanderen heeft de wet BIG verschillende mogelijkheden. De wet BIG zegt dat iedereen met een van de volgende beroepen zich moet laten registreren in het beroepsregister voor zijn beroep: arts, tandarts, apotheker, verloskundige, verpleegkundige, fysiotherapeut, gezondheidspsycholoog of psychotherapeut. De titel die zij dragen is beschermd. Je mag die niet zomaar voeren. Er is geen beroepsregister voor verzorgenden. De titel verzorgende is niet beschermd. Verzorgenden vallen ook niet onder het tuchtrecht. De wet BIG zegt dat bepaalde, voor de zorgvrager risicovolle, handelingen alleen onder bepaalde voorwaarden mogen worden uitgevoerd. Dit zijn de voorbehouden handelingen. De voorbehouden handelingen voor verzorgenden zijn injecties geven, blaaskatheterisaties doen en maagsondes inbrengen.

Thema 1

15

Opdrachten

Kennisopdracht

1 2 3 4 5 Beschrijf in je eigen woorden wat het doel is van de wet BIG. Wat is een beschermde titel? Leg uit waarom Jelly, de verzorgende uit het voorbeeld, zichzelf wel biologisch genezer mag noemen, maar niet biologisch arts. Leg uit wat een voorbehouden handeling is. Een zuiverend genezer doet bij een zorgvrager (a) urine-onderzoek, (b) inwendig onderzoek van de anus, (c) voelt de energiebanen en (d) neemt wat bloed af. Als behandeling geeft hij de zorgvrager (e) een hanger van een bepaalde steensoort, (f) een dieet zonder eiwitten, (g) het advies dagelijks te mediteren en (h) onderhuidse inspuitingen van puur water. Welke van deze punten (a) tot en met (h) zijn voorbehouden handelingen? Met welke voorbehouden handelingen heeft een verzorgende te maken? Waarom kan je straf krijgen wanneer iemand door jouw adviezen ziek wordt? Hij kiest er toch zelf voor ernaar te luisteren? Een moeder geeft haar kind insuline-injecties. Dit heeft ze geleerd. Ze maakt per ongeluk een fout en het kind moet daardoor een nacht in het ziekenhuis opgenomen worden. Injecties geven is een voorbehouden handeling. Is de moeder nu strafbaar voor de wet BIG?

6 7 8

Samenwerkingsopdracht

Onderzoek

Doel

De wet BIG staat misschien ver van je bed. Je bent er niet mee bezig. Toch is het belangrijk altijd te weten wat je wel en niet mag in de praktijk.

Voorbereiding

Vorm groepjes van vier studenten.

Benodigdheden

Computer met internetverbinding, pen en papier.

16

Thema 1

Uitvoering

Zoek op het internet naar informatie over verzorgenden en de wet BIG. Zoek naar drie voorbeelden waar het fout is gegaan, bij voorkeur bij verzorgenden. Probeer voor elk voorbeeld antwoord te geven op de volgende vragen: Wat was de situatie? Waarom ging het fout? (Hoe) werd de verzorgde gestraft?

Evaluatie

Praat met elkaar over of en hoe deze situatie voorkomen had kunnen worden. Presenteer jullie bevindingen aan de rest van de groep. Stel de groep ook de vraag of zij denken dat de situatie voorkomen had kunnen worden en hoe dan. Luister naar de presentaties van de andere groepjes. In hoeverre zijn de situaties vergelijkbaar of verschillend?

Thema 1

17

2

De betekenis van de voorbehouden handeling

Marianne is derdejaars verzorgende in opleiding. Mevrouw Hoeksema woont in verzorgingshuis Bloemenhof. Ze is 83 jaar en dementerend. Ze heeft aan het begin van de avond zelf haar verblijfskatheter eruit getrokken. Marianne werkt deze avond samen met haar gediplomeerde collega Jetty op de afdeling waar mevrouw Hoeksema woont. Het is druk. Jetty vraagt Marianne een nieuwe katheter in te brengen bij mevrouw Hoeksema. Jetty heeft nu zelf geen tijd. Marianne heeft de theorie over het katheteriseren van de blaas op school gehad. Ze heeft al een keer gezien hoe een andere bewoonster werd gekatheteriseerd. Ze heeft ook al een keer geassisteerd bij een blaaskatheterisatie. En Marianne heeft het al een keer onder begeleiding zelf gedaan. Jetty zegt dat ze het toen prima deed en dat ze het best alleen kan. Marianne vindt het natuurlijk leuk dat Jetty dat zegt, maar zelf weet ze dat niet zo zeker. Marianne voelt zich niet prettig bij het idee mevrouw Hoeksema alleen te moeten katheteriseren. Ze wil de handeling eigenlijk eerst nog een keer onder begeleiding oefenen, voordat ze alleen een zorgvrager katheteriseert. Marianne vraagt zich ook af of ze wel alleen mag katheteriseren. Ze is immers nog in opleiding. Ze stelt daarom voor mevrouw Hoeksema later op de avond samen te katheteriseren. Dit onderwerp gaat over de betekenis van een voorbehouden handeling voor de praktijk van een verzorgende.

18

Thema 1

2.1 Bekwaamheid

bekwaamheid

Het woord bekwaamheid is belangrijk voor de wet BIG. Je moet als verzorgende bekwaam zijn om een voorbehouden handeling te mogen uitvoeren. Bekwaamheid is het kunnen toepassen van je kennis en vaardigheden in de praktijk. In principe heb je daar geen diploma voor nodig. Je moet wel weten wat er bij een bepaalde handeling komt kijken en welke gevolgen de uitvoering van die handeling kan hebben. Je verwerft die kennis tijdens je opleiding als verzorgende. Je oefent de handeling tijdens je bpv in de praktijk. Leerlingen en stagiaires mogen daarom ook voorbehouden handelingen uitvoeren als ze daarvoor bekwaam zijn. Soms zegt de zorginstelling waarvoor je werkt dat je bepaalde voorbehouden handelingen niet mag doen als je nog niet gediplomeerd bent. Dat is dan een eis die de zorginstelling zelf stelt. De wet BIG zegt alleen maar dat je bekwaam moet zijn. De wet BIG zegt ook `onbekwaam maakt onbevoegd'. Wanneer je niet bekwaam bent, of je voelt jezelf niet bekwaam, dan mag je de handeling niet uitvoeren. Je bent zelf verantwoordelijk voor je handelen. Wanneer iemand je vraagt een voorbehouden handeling te doen en jij zegt ja, dan betekent dat dat je jezelf bekwaam vindt. Wanneer je dan een fout maakt, omdat je als verzorgende eigenlijk niet goed wist hoe het moest, dan ben je daar aansprakelijk voor. Je hebt de opdracht immers zelf aangenomen.

Praktijk 1

Jeremy

Eric werkt in een woonzorgcentrum voor jonge mensen met een lichamelijke beperking. Jeremy is er bewoner. Hij is 28 jaar en ernstig spastisch. Hij zit in een rolstoel. Hij krijgt overdag (zelfs met hulp) onvoldoende voeding binnen. Hij krijgt daarom sondevoeding gedurende de nacht. Elke zes weken wordt zijn voedingssonde vervangen. Eric heeft dat op school gehad en wilt het heel graag doen. Hij heeft dit samen met zijn medestudenten op school in het praktijklokaal op elkaar geoefend. Dat was heel akelig, maar hij kon het goed. Eric voelt zichzelf bekwaam. Tijdens het inbrengen van de voedingssonde wordt Jeremy heel benauwd. Eric weet niet zo goed wat hij moet doen. Hij drukt op de noodbel. De collega's van Eric springen bij en alles loopt goed af. Zijn collega Moniek roept Eric daarna in het kantoor. Ze is geschrokken en boos. Ze wist niet dat Eric Jeremy nog niet eerder een nieuwe sonde had gegeven. Moniek vraagt aan Eric of hij dan niet wist dat het inbrengen van een sonde bij spastische mensen iets heel anders is dan bij gezonde mensen. Eigenlijk wist Eric dat niet.

Thema 1

19

Vragen

1 2 3

Was Eric bevoegd om de sonde in te brengen bij Jeremy? Is Eric nu wel of niet bekwaam om sondes in te brengen? Wanneer mag Eric wel een sonde inbrengen bij Jeremy?

Het aanleren van vaardigheden is niet hetzelfde als het aanleren van een kunstje. Je moet als verzorgende ook weten waarom je iets doet. Je moet weten wat de gevolgen van jouw handeling kunnen zijn en of er nog verschillen zijn voor verschillende zorgvragers. Zo is een sonde inbrengen bij een gezond iemand niet zo heel risicovol. Maar wanneer de zorgvrager een bepaalde ziekte of aandoening heeft, kan het opeens veel gevaarlijker zijn. Een zorgvrager die spastisch is, kan benauwd worden. Een zorgvrager met spataders in zijn slokdarm kan een bloeding krijgen (dit komt voor bij leverziekten). Het advies is je aan het volgende schema te houden. Elke zorgvrager is anders. Je moet daarom voor elke zorgvrager opnieuw dit schema doorlopen (met uitzondering van stap 1). Wanneer je een stap niet goed doorlopen hebt, moet je deze net zo lang herhalen tot je er wel aan toe bent een stap verder te gaan. Schema voor het oefenen van een voorbehouden handeling Theorie op school eigen maken Meekijken bij de handeling Meehelpen bij de handeling Onder begeleiding doen Zelfstandig uitvoeren

2.2 Bevoegden

Alle voorbehouden handelingen zijn handelingen die in principe alleen artsen, tandartsen en verloskundigen mogen uitvoeren (of die in opdracht van hen mogen worden uitgevoerd). Maar niet alle handelingen die artsen, tandartsen en verloskundigen uitvoeren, zijn voorbehouden. Zo zijn hechtingen verwijderen en bloeddruk meten wel handelingen die op het vakgebied van de arts liggen, maar zijn ze niet voorbehouden. Bij je huisarts zal de assistente dit vaak doen. Aan de andere kant geldt dat niet alle risicovolle handelingen zijn voorbehouden. Het verwijderen van drains is bijvoorbeeld niet voorbehouden, maar kan wel risicovol zijn. Er kan bij het verwijderen van een drain weefsel ernstig beschadigd raken. Je moet als zorgverlener daarom altijd zorgvuldig werken, ook bij de niet-voorbehouden handelingen. Medicijnen via de mond toedienen is ook geen voorbehouden handeling. Injecties geven en een

20

Thema 1

zelfstandig bevoegde

niet-zelfstandig bevoegde

infuus aanleggen wel. Toch mag niet iedereen medicijnen voorschrijven. Dit is geregeld in de geneesmiddelenwet. Alleen artsen, tandartsen en verloskundigen mogen medicijnen voorschrijven. Alleen apothekers en apotheekhoudende huisartsen mogen medicijnen leveren. Zelfstandig bevoegden bepalen zelf of de voorbehouden handeling nodig is en mogen hem dan uitvoeren. Een arts, tandarts of verloskundige is een zelfstandig bevoegde. Ze mogen ook de opdracht geven om de handeling door iemand anders te laten uitvoeren. Niet-zelfstandig bevoegden voeren voorbehouden handelingen alleen in opdracht uit. Zij bepalen dus niet of die handeling nodig is of niet. Wie de voorbehouden handeling uitvoert, staat los van de beroepen waarvoor titelbescherming geldt. Ook anderen, zoals verzorgenden, mogen deze handelingen uitvoeren. Verzorgenden zijn niet-zelfstandig bevoegde zorgverleners. De opdracht komt van een zelfstandig bevoegde. Meestal is dit de arts. Als verzorgende handel je volgens de aanwijzingen van de arts. Uiteraard moet je wel bekwaam zijn om de handeling uit te voeren. Je moet ook niet klakkeloos een opdracht uitvoeren. Als je denkt dat de arts een fout gemaakt heeft, ben je verplicht met hem te overleggen. Dat zegt de wet BIG. De arts moet ook bereikbaar zijn voor overleg wanneer je de handeling uitvoert en een probleem tegenkomt. Vaak zul je zien dat de zorgvrager zelf of zijn mantelzorgers ook voorbehouden handelingen verrichten. Je zou denken dat zij dat niet zouden mogen. Het zijn immers geen professionele zorgverleners. Maar dat mag wel. Voor hen gelden de regels van de wet BIG niet. De wet BIG gaat namelijk alleen over professionele zorgverleners, zoals verzorgenden, en niet over mantelzorgers.

Praktijk 2

Mevrouw De Rooy

Cheyenne is verzorgende in opleiding en wil graag bij de thuiszorg werken. Ze heeft de theorie van insuline spuiten net op school gehad. Ze wil dolgraag veel oefenen, zodat ze het snel goed leert. Mevrouw De Rooy, een oudere dame met diabetes, woont bij haar in de straat. Zij geeft zichzelf insuline-injecties. Mevrouw De Rooy gaat door haar diabetes steeds slechter zien. Het zelf spuiten wordt daarom lastig. Cheyenne gaat naar haar toe en vraagt of zij die prikken mag geven. Mevrouw De Rooy vertelt aan Cheyenne dat haar dochter Nel het spuiten aan het leren is van de diabetesverpleegkundige. Ze is samen met haar bij mevrouw De Rooy komen oefenen. Nel vindt het allemaal heel spannend, maar ze is nu zo ver dat ze de injecties zelfstandig kan geven. Nel woont echter aan de andere kant van de stad. Mevrouw De Rooy vindt het daarom best wel handig als Cheyenne het zou doen. Dan is het minder gedoe voor Nel. Cheyenne is immers toch ook `zuster'?

Thema 1

21

Vragen

1 2 3

Mag Nel deze prikken geven? Mag Cheyenne deze prikken geven? Mag mevrouw De Rooy zelf beslissen wie zij vraagt te spuiten?

2.3 Protocollen bij voorbehouden handelingen

protocol

bekwaamheidsverklaring

Protocollen zijn de standaard handelingsschema's voor (voorbehouden) handelingen binnen jouw zorginstelling. Er staat precies in beschreven hoe je de handeling moet uitvoeren. Het voordeel is dat er zo elke keer op dezelfde manier wordt gehandeld. De handeling is niet meer afhankelijk van de verzorgende of arts die samen de handeling afspreken. Een tweede voordeel is dat de arts niet elke keer hoeft uit te leggen hoe je een bepaalde handeling moet doen. Hij hoeft alleen de opdracht maar te geven. De rest kun je nalezen in het protocol. Bijna alle zorginstellingen werken tegenwoordig met protocollen. Sommige instellingen werken ook nog met een bekwaamheidsverklaring. Je krijgt zo'n verklaring als je door bijscholing en oefening hebt bewezen die handeling en de theorie goed onder de

Een voorbeeld van een protocol

22

Thema 1

knie te hebben. Zo word je als verzorgende meestal jaarlijks bijgeschoold met een reanimatiecursus. Nadat je bent geslaagd, krijg je een bekwaamheidsverklaring voor reanimatie. Ook met een geldige bekwaamheidsverklaring kunnen er omstandigheden zijn waardoor je minder bekwaam bent. Je kunt met zware hoofdpijn bijvoorbeeld minder goed rekenen. Ga dus steeds bij jezelf na of jij op dat moment wel bekwaam bent.

Praktijk 3

Mevrouw Mellema

Marieke werkt in de kraamzorg. Mevrouw Mellema is vanmorgen vroeg bevallen van een gezonde zoon Joris. Alles gaat goed, maar mevrouw Mellema kan niet plassen. Hierdoor blijft ze veel vloeien. De verloskundige heeft met mevrouw Mellema afgesproken dat ze haar om 16.00 uur zal katheteriseren als het dan nog niet spontaan is gelukt. Samen met mevrouw Mellema heeft Marieke al van alles geprobeerd, zoals de kraan laten lopen, maar niets helpt. Mevrouw Mellema staat op springen. Het huilen staat haar nader dan het lachen. Nu belt de verloskundige dat ze bij een andere bevalling is en dat het wel een uurtje later kan worden. Mevrouw Mellema barst in huilen uit. De verloskundige heeft de katheteriseerspullen al eerder bij haar achtergelaten. Marieke heeft tijdens haar vorige bpv een bekwaamheidsverklaring katheteriseren gekregen. Ze besluit mevrouw Mellema te helpen. Alles gaat goed en mevrouw Mellema is helemaal opgeknapt. Het vloeien wordt ook snel minder. De verloskundige komt om 17.00 uur en doet wel opgewekt tegen mevrouw Mellema, maar vrij stug tegen Marieke. Ze roept haar, als ze weggaat even buiten. Ze is erg boos. Zij vindt dat Marieke mevrouw Mellema niet zelf had mogen katheteriseren. Ze zegt dat Marieke in principe zelfs strafbaar is. Marieke snapt er niks van. Mevrouw Mellema was er juist zo door opgeknapt. Hoe kan ze nu iets fout gedaan hebben?

Vragen

1 2 3

Is Marieke bekwaam om te katheteriseren? Waarom is Marieke strafbaar? Hoe had Marieke moeten handelen om mevrouw Mellema toch te helpen, maar niet strafbaar te zijn?

Thema 1

23

2.4 Opdracht voor het uitvoeren van een voorbehouden handeling

opdracht

zo nodig

Je hoeft de opdracht voor een voorbehouden handeling niet schriftelijk te krijgen. Ongeveer een derde van de opdrachten wordt mondeling gegeven. De arts hoeft de opdracht ook niet rechtstreeks aan jou te geven. Een collega kan de opdracht aan jou overdragen. Belt de arts of de collega de opdracht door, dan kun je het beste meeschrijven en daarna de opdracht nog een keer voorlezen om zeker te weten dat je het goed hebt begrepen. Omdat je zelf aansprakelijk bent als je een opdracht aanneemt, moet je steeds voor jezelf nagaan of je op dat moment bekwaam bent. Zelfwerkzaamheid, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid staan niet alleen in de opleiding, maar ook in je beroep centraal. Veel artsen schrijven bij hun opdracht zo nodig. Bijvoorbeeld: `Zo nodig (z.n.) 5 mg morfine i.m.' of `zo nodig blaaskatheterisatie'. Jij moet als verzorgende op basis van jouw kennis en ervaring zelf beslissen wanneer de voorbehouden handeling echt nodig is. Bij ongeveer een derde van de opdrachten staat `zo nodig'. Ben je niet bekend met de handeling en/of de zorgvrager, draag de opdracht dan over aan een collega.

Een voorbeeld van een opdrachtenblad

24

Thema 1

noodsituatie

Een noodsituatie is een situatie waarin snel medisch ingrijpen nodig is om te voorkomen dat de zorgvrager ernstig gezondheidsrisico loopt. Er is vaak onvoldoende tijd om te wachten op een arts die een opdracht kan geven. In nood is iedereen volgens de wet verplicht de noodzakelijke hulp zo goed mogelijk te verlenen, ook als er geen opdracht van een arts is. In noodsituaties geldt de wet BIG niet. Die is er alleen voor het handelen van beroepsmatige zorgverleners `buiten noodzaak'.

Praktijk 4

In de stad

Bente is eerstejaars verzorgende in opleiding en is met haar moeder de stad in. In een winkel valt een oudere meneer plotseling op de grond. Er staan veel mensen bij die kijken, maar niemand doet wat. Bente's moeder fluistert haar toe: `Kom op, jij kan dat, het is toch jouw vak?' Bente twijfelt. Ze heeft al wel wat geoefend bij de lessen reanimatie, maar ze heeft het certificaat reanimatie nog niet. Bente is bang voor de gevolgen van de wet BIG.

Vraag

1

Is Bente strafbaar volgens de wet BIG wanneer ze nu toch een reanimatiepoging doet?

Samenvatting

De strekking van de wet BIG in het kader van voorbehouden handelingen is dat de verzorgende die een voorbehouden handeling uitvoert, bekwaam moet zijn. Onbekwaam maakt onbevoegd. Wanneer je de handeling niet goed kunt uitvoeren of de mogelijke gevolgen niet weet, mag je het niet doen. De arts, tandarts of verloskundige is zelfstandig bevoegd. Hij mag zelf bepalen of een handeling nodig is. Alle andere professionele zorgverleners zijn niet-zelfstandig bevoegd. Jij bent als verzorgende niet-zelfstandig bevoegd. De arts hoort uit te leggen hoe je een handeling moet doen of je moet het instellingsprotocol hiervoor volgen. Er zijn protocollen, standaard handelingsschema's, gemaakt voor handelingen die vaak voorkomen. Soms vraagt de instelling een bekwaamheidsverklaring voordat je de handeling mag doen. Een zelfstandig bevoegde bepaalt of de voorbehouden handeling nodig is. Hij voert de handeling zelf uit of geeft opdracht aan een niet-zelfstandig bevoegde, zoals een verzorgende. Als verzorgende mag je niet zonder opdracht werken. De opdracht kan schriftelijk of mondeling worden gegeven. Hij wordt rechtstreeks aan jou gegeven of via een collega overgedragen. Bij de opdracht `zo nodig' bepaal je zelf het moment waarop de handeling nodig is. In noodsituaties geldt de wet BIG niet. Iedereen moet dan handelen naar beste kunnen.

Thema 1

25

Opdrachten

Kennisopdracht

1 2 3 4 5 6 7 Wat betekent bekwaam zijn? Wat betekent de stelling: Onbekwaam maakt onbevoegd? Wat is het verschil tussen zelfstandig en niet-zelfstandig bevoegden? Is een verzorgende zelfstandig of niet-zelfstandig bevoegd? Welke zorgverleners zijn zelfstandig bevoegd? Wat betekent het als een opdracht wordt overgedragen? De arts moet zeker weten dat de verzorgende die de opdracht gaat uitvoeren bekwaam is. Hij weet alleen vaak niet wie dat is, omdat de meeste opdrachten worden overgedragen. Hoe kan hij toch weten dat die verzorgende bekwaam is? Wat betekent het wanneer de arts bij zijn opdracht z.n. schrijft?

8

Samenwerkingsopdracht

Onderzoek

Doel

Veel opdrachten worden mondeling gegeven door de arts. Veel opdrachten worden ook overgedragen. Voor veel opdrachten bestaan er protocollen. En veel opdrachten kennen de toevoeging `zo nodig'. Hoe is dat in de praktijk van jouw bpv-adres? De bedoeling is dat je een klein onderzoek hiernaar doet.

Voorbereiding

Vorm tweetallen. Doe samen het onderzoekje op een afdeling van de instelling waar je de bpv doet.

Benodigdheden

Pen en papier.

Uitvoering

Ga bij minimaal twaalf zorgvragers de opdrachtenlijsten na. Bekijk de laatste tien opdrachten. Dit hoeven niet per se voorbehouden handelingen te zijn. Ga voor elke opdracht na of: deze mondeling of schriftelijk is gegeven. Mondelinge opdrachten worden opgeschreven door de verzorgenden en hebben de toevoeging p/o (per opdracht), met de naam van de arts die de opdracht gegeven heeft;

26

Thema 1

deze door de verzorgende die de opdracht gekregen heeft, gedaan is of dat de opdracht overgedragen is aan een andere verzorgende; er een protocol voor deze handeling op de afdeling is; deze de toevoeging `zo nodig' heeft.

Evaluatie

Zet je resultaten in de volgende tabel: Opdracht mondeling gegeven Opdracht overgedragen Opdracht met protocol Opdracht `zo nodig' Aantal = in procenten Aantal = in procenten Aantal = in procenten Aantal = in procenten

Vergelijk je resultaten met de resultaten van je medestudenten. Leid uit de resultaten af wat op dit moment de betekenis is van de wet BIG in je praktijk.

Thema 1

27

3

De gevolgen van de wet BIG

Rob werkt als verzorgende in verpleeghuis De Haven. Hij heeft avonddienst en net de medicijnen klaargemaakt. Wanneer hij ze geeft, maakt hij een fout. Hij geeft de insuline-injectie van mevrouw Van der Vaart aan mevrouw Den Hartog. De ampullen met insuline lijken erg op elkaar. Hij heeft even niet goed opgelet. Op het moment dat hij mevrouw Van der Vaart haar insuline-injectie wil geven, ziet hij dat hij fout zit. Mevrouw Den Hartog heeft door de fout een beetje te veel insuline gehad en de verkeerde soort insuline. Rob weet nu even niet wat hij moet doen. Hij is bang voor de gevolgen. Hij besluit het avondhoofd te bellen. Het avondhoofd is niet boos, maar zegt dat er wel wat moet gebeuren. Zij belt de verpleeghuisarts. Hij komt om mevrouw Den Hartog te controleren. Haar zoon Jan wordt gebeld. Rob moet allerlei papieren invullen. Het avondhoofd helpt hem daarbij. In de week erna heeft hij een gesprek met de directie. En samen met zijn leidinggevende praat Rob met Jan. Jan is niet boos. Zijn moeder heeft medicijnen van de verpleeghuisarts gehad en is niet ziek geworden. Jan vraagt zich wel af of dit nog een keer kan gebeuren. De leidinggevende van Rob vertelt Jan dat er plannen zijn om het medicijnsysteem te veranderen. Zo proberen ze te voorkomen dat zo'n fout zich herhaalt. Jan vindt dit een goed idee. Rob krijgt nog een brief waarin alles is samengevat, met de verbeterpunten. Een straf krijgt hij niet. Dit onderwerp gaat over de gevolgen van de wet BIG.

28

Thema 1

3.1 Rechtspraak

Zorgverleners kunnen te maken krijgen met verschillende soorten rechtspraak. Het gaat om: tuchtrecht; strafbepalingen in de wet BIG; klachtrecht; burgerlijk recht; arbeidsrecht; strafrecht.

3.1.1 Tuchtrecht

tuchtrecht

Artsen, tandartsen, apothekers, verloskundigen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, gezondheidspsychologen en psychotherapeuten vallen onder het tuchtrecht. Het doel van het tuchtrecht, in het kader van de wet BIG, is het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de zorg en het handhaven van een verantwoord niveau van beroepsuitoefening. Het tuchtrecht is er om uitvoering te geven aan de wet BIG. Verzorgenden vallen niet onder het tuchtrecht. Het tuchtrecht bevordert en bewaakt de kwaliteit van de zorg en beschermt daarmee de zorgvrager. De rechtbank kijkt of de zorgverlener zorgvuldig heeft gehandeld en de gezondheidszorg zelf niet in gevaar heeft gebracht. Als straf kan de tuchtrechter een waarschuwing, een berisping of een geldboete geven. Als zwaardere straf kan hij de zorgverlener schorsen voor maximaal een jaar. De zorgverlener staat dan niet meer in het beroepsregister. De zorgverlener mag in deze periode zijn beroep niet uitoefenen. Ook kan de tuchtrechter de bevoegdheid van de zorgverlener deels ontnemen. Bij het ontnemen van de bevoegdheid mag de zorgverlener wel blijven werken, maar een of meerdere handeling(en) tijdelijk niet meer uitvoeren. In die periode moet de zorgverlener na bijscholing aantonen dat hij bekwaam genoeg is om zijn volledige bevoegdheid terug te krijgen. De zwaarste straf is een uitschrijving uit het register. Degene die deze straf krijgt, mag zijn beroep nooit meer uitoefenen en zijn titel ook nooit meer gebruiken.

Thema 1

29

Voorbeeld

Mark is 21 jaar en voelt zich al een paar maanden niet lekker. Hij heeft ook pijn aan zijn linker zaadbal. Die is wat groter en voelt vreemd. Hij is er al zeker vier keer mee naar zijn huisarts dr. Verhoeff geweest. Die stuurt hem steeds weg. Hij heeft een keer een antibioticakuurtje gegeven, maar dat hielp niet. Wanneer dr. Verhoeff een keer met vakantie is, gaat Mark naar een vervanger. Die stuurt Mark meteen door. Mark heeft zaadbalkanker. Er worden ook uitzaaiingen gevonden. Mark wordt geopereerd en moet chemotherapie ondergaan. Zijn toekomst is onzeker. Dr. Verhoeff wordt door de tuchtrechter berispt. Hij heeft niet zorgvuldig gehandeld en had Mark eerder moeten doorsturen.

3.1.2 Strafbepalingen in de wet BIG

strafbepalingen

De wet BIG kent ook strafbepalingen. Deze strafbepalingen gelden in tegenstelling tot het tuchtrecht niet alleen voor bepaalde beroepsgroepen, maar voor alle zorgverleners in de gezondheidszorg, dus ook voor verzorgenden. Deze straffen krijg je als je de regels van de wet BIG hebt overtreden. Overtredingen zijn bijvoorbeeld: Het uitvoeren van een voorbehouden handeling zonder dat je daarvoor bevoegd bent. Het geven van een opdracht voor een voorbehouden handeling zonder je aan de regels te houden. Het veroorzaken van (een aanmerkelijke kans op) schade aan de gezondheid. Het doorwerken ondanks een schorsing, ontzegging of uitschrijving. Het voeren van een beschermde titel, terwijl je niet in het beroepsregister staat. Het geven van verkeerde informatie bij inschrijving in het register. De straf varieert van een geldboete en een celstraf van maximaal zes maanden tot een verbod het beroep uit te oefenen.

30

Thema 1

Voorbeeld

Kelly wil al vanaf de kleuterschool verpleegkundige in het ziekenhuis worden. Ze kijkt naar alle medische programma's op televisie. Wanneer ze de opleiding voor verpleegkundige volgt, blijkt dat de docenten en praktijkbegeleiders vinden dat Kelly niet de juiste beroepshouding heeft. Op haar bpv-adres krijgt ze vaak te horen dat ze eigenwijs is, niet goed luistert, niet overlegt en handelingen uitvoert die ze niet beheerst of niet mag doen. Kelly wil niks horen van het commentaar. Ze slaagt toch voor haar opleiding, maar het ziekenhuis waar ze haar bpv deed wil haar niet meer hebben. Kelly is heel boos. Ze verhuist naar de andere kant van het land. Ze wordt aangenomen in een algemeen ziekenhuis. Tijdens een van haar diensten geeft ze op eigen initiatief mevrouw Ayyildiz een injectie met morfine (een pijnstiller) tegen de pijn. Mevrouw Ayyildiz krijgt een ademstilstand. Door het daaropvolgend zuurstoftekort loopt zij een hersenbeschadiging op. Kelly wordt aangeklaagd voor verschillende rechtbanken. Via de wet BIG wordt ze bestraft voor het uitvoeren van een voorbehouden handeling zonder bevoegdheid (Kelly mag niet zelf bepalen of die zorgvrager morfine nodig heeft of niet) en het veroorzaken van schade aan de gezondheid.

3.1.3 Klachtrecht

Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector

Als tweede recht, naast het tuchtrecht, is er het klachtrecht. Dit klachtrecht is vastgelegd in de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector. Deze wet bepaalt dat elke zorginstelling een klachtencommissie moet hebben waar zorgvragers heen kunnen met hun klacht over verkeerde of onzorgvuldige zorg of bejegening. De commissie hoort de betrokkenen. Meestal gaan alle betrokkenen daarna om de tafel om de zaak uit te praten. De commissie doet een niet-bindende uitspraak en/of aanbevelingen. De klager en de beklaagde zijn niet verplicht iets met de uitspraak te doen. Toch worden de uitspraak en aanbevelingen meestal wel opgevolgd. Vaak betreft het namelijk adviezen voor verbetering van de kwaliteit van de zorg. De klachtencommissie kan geen straffen uitdelen.

Thema 1

31

Voorbeeld

Meneer Bruinsma is 73 jaar en heeft een nieuwe heup gekregen. Voor revalidatie wordt hij opgenomen in verpleeghuis de Dieken. Door geldgebrek binnen de zorginstelling werken er te weinig verzorgenden op de afdeling van meneer Bruinsma. Hierdoor is het al drie keer voorgekomen dat meneer Bruinsma meer dan een uur op het toilet moest wachten tot iemand hem weer naar zijn bed hielp. Het is zijn vrouw al veel vaker overkomen dat zij naar de afdeling belde en dat niemand de telefoon opnam. Ze kon haar man dan niet bereiken. Meneer Bruinsma wordt ook maar eenmaal per week volledig gewassen. In het weekend mag hij niet uit bed, omdat er dan niemand is om hem daarbij te helpen. Mevrouw Bruinsma ziet dat de verzorgenden hun best wel doen, maar gewoon met te weinig zijn. Zij besluit een klacht in te dienen via het klachtrecht. Na onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de zorg in de Dieken inderdaad onvoldoende is. De commissie die dit onderzoekt, doet aanbevelingen aan de instellingsdirectie. Deze aanbevelingen zijn: een betere verdeling van het geld, efficiënter werken en een ander dienstrooster. Hierdoor kan er tijdens elke dienst een verzorgende bij komen op de afdeling. Hoewel de directie deze adviezen niet hoeft op te volgen, doet zij dit wel. Meneer en mevrouw Bruinsma en de verzorgenden zijn heel tevreden met de afloop.

incidentencommissie

Incidentencommissie In de meeste instellingen bestaat een incidentencommissie. Wanneer je een fout hebt gemaakt, en je bemerkt dit, dan meld je dit direct bij de incidentencommissie. De commissie onderzoekt wat er precies gebeurd is en brengt rapport uit aan de zorgvrager, aan jou en aan de instelling. Het doel is niet om jou te straffen, maar om de kwaliteit van de zorg in de instelling te verbeteren. Het is van belang elke fout te melden. Doe je dit niet, dan verandert er niets en bestaat de kans dat jij of een collega diezelfde fout nog een keer maakt.

3.1.4 Burgerlijk recht

burgerlijk recht

Naast het tuchtrecht en het klachtrecht bestaat het burgerlijk recht. Dit gaat over de rechten en plichten tussen burgers onderling. Wanneer je als verzorgende een zorgvrager (onbedoeld) letsel toe-

Een zitting van de incidentencommisssie

32

Thema 1

brengt, dan kan de zorgvrager via het burgerlijk recht een schadevergoeding eisen. Wanneer je voor een instelling werkt, ben je niet zelf aansprakelijk, maar zal de instelling de schadevergoeding moeten betalen. Wanneer de instelling vindt dat jij echt fouten gemaakt hebt, kan de instelling wel proberen de kosten op jou te verhalen of je te straffen via het arbeidsrecht.

Voorbeeld

Mariska werkt in de thuiszorg. Bij haar bezoek aan mevrouw De Waal valt de oudere dame uit de tillift. Mevrouw De Waal breekt haar schouder. De dochter van mevrouw De Waal, Tinie, is erg ontdaan. Ze zegt dat Mariska schuld heeft aan het ongeluk. Tinie wil dat Mariska aan mevrouw De Waal een schadevergoeding betaalt. Ze wil Mariska aanklagen bij de burgerlijke rechtbank. Tinie kan Mariska echter niet aanklagen, maar ze kan wel de thuiszorginstelling aanklagen waarvoor Mariska werkt. Er wordt overeengekomen dat de thuiszorginstelling de extra kosten van de opname, operatie, revalidatie en extra thuiszorg op zich neemt. De instelling is hiervoor verzekerd. Mariska hoeft zelf niets te betalen.

3.1.5 Arbeidsrecht

arbeidsrecht

Het arbeidsrecht is een deel van het burgerlijk recht en gaat over de rechten en plichten tussen werkgevers en werknemers. Maak je als zorgverlener in dienst van een zorginstelling een fout, dan kan je werkgever je daarop aanspreken. Als hoogste straf is ontslag mogelijk.

Voorbeeld

Carla werkt in een verzorgingshuis. Een van de bewoners is de moeilijke meneer Kiewiet. Het is druk die avond en meneer Kiewiet doet expres langzaam bij zijn bezoek aan het toilet. Carla spoort hem aan. Er zijn nog andere zorgvragers die op haar wachten. Hij lacht haar uit en blijft demonstratief staan. Carla geeft hem een duwtje. Meneer Kiewiet valt over de drempel en stoot zijn hoofd tegen de deurpost. Hij heeft een hoofdwond en is verward. Carla belt direct 112. Meneer Kiewiet wordt naar het ziekenhuis gebracht. Meneer Kiewiet gaat snel achteruit. Hij blijkt een hersenbloeding te hebben en overlijdt.

Thema 1

33

De familie van meneer Kiewiet is erg verdrietig, maar ze weten hoe moeilijk hun vader was. Ze begrijpen goed dat Carla meneer Kiewiet een duwtje heeft gegeven en willen geen aanklacht indienen. De instelling is het daar niet mee eens. Zij vinden het handelen van Carla niet professioneel en klagen haar aan via het arbeidsrecht. Carla wordt ontslagen.

3.1.6 Strafrecht

strafrecht

Het strafrecht gaat over de rechten en plichten tussen de overheid en de burgers. Wanneer je een fout hebt gemaakt, kan de zorgvrager of zijn familie aangifte doen bij de politie. Bij een ernstige fout kan de officier van justitie, als vertegenwoordiger van de overheid, je vervolgen. Hij gaat daarbij uit van het Wetboek van Strafrecht. Daar staan alle overtredingen en misdrijven in waarvoor je via de strafrechter kunt worden vervolgd. De officier van justitie moet bewijzen dat je een grove fout hebt gemaakt of nalatig bent geweest. Dit is een van de zwaarste middelen om een zorgverlener te straffen. Je kunt een geldboete of een gevangenisstraf krijgen.

Voorbeeld

Janneke van Dalen heeft het syndroom van Down. Zij woont in een wooneenheid voor mensen met een verstandelijke beperking. Janneke is twintig jaar. Janneke is altijd aardig voor iedereen en houdt erg van knuffelen. Ze kruipt graag bij iedereen op schoot. De ouders van Janneke merken dat ze de laatste tijd veranderd is. In plaats van kinderlijk knuffelen heeft Janneke het nu over zoenen. Ze grijpt ook veel in haar kruis en maakt dan hijgende geluiden. De ouders van Janneke zijn ongerust en schakelen de vertrouwensarts van de wooneenheid in. Al gauw wordt duidelijk dat Janneke seksuele contacten heeft. Via spelobservaties blijkt dat verzorgende Kevin regelmatig seks met haar heeft. Hij neemt daarbij het initiatief en beloont Janneke met chocola. Janneke is hier gek op. De ouders van Janneke doen bij de politie aangifte van seksueel misbruik van Janneke door een zorgverlener, Kevin. De officier van justitie stelt een vervolging in. Kevin krijgt een gevangenisstraf.

34

Thema 1

verklaring omtrent het gedrag

Veel zorginstellingen vragen voor je in dienst komt een verklaring omtrent het gedrag. Deze verklaring haal je bij de gemeente. Er staat in dat je geen strafblad hebt dat gaat over overtredingen of misdrijven in de omgang met bijvoorbeeld minderjarigen of mensen met een beperking. Zo wordt voorkomen dat mensen die ooit een zedenmisdrijf hebben begaan later toch nog weer met kinderen kunnen werken.

3.2 De toepassing van de wetten

Afhankelijk van de situatie kan een zorgverlener door het tuchtrecht, het klachtrecht, het burgerlijk recht, het arbeidsrecht en het strafrecht tegelijkertijd worden bestraft. Bij verzorgenden kan het niet via het tuchtrecht, maar wel via alle andere rechtbanken. Maak je een relatief kleine fout, dan zal de zorgvrager misschien via het klachtrecht een klacht indienen. Meestal wordt er, nadat iedereen is gehoord, gezamenlijk besproken hoe het heeft kunnen gebeuren en wat er in de toekomst moet gebeuren om herhaling te voorkomen. Vaak worden dan ook excuses aangeboden. Meestal zijn de zorgvrager, de zorgverlener en de zorginstelling tevreden met een dergelijke aanpak. Toch kunnen er zich ook situaties voordoen waarin verdere stappen moeten worden genomen.

Praktijk 1

Annet

Jamila werkt in een verzorgingshuis. Ze heeft het er erg naar haar zin. Die avond werkt ze met haar collega Annet. Annet zit steeds te kletsen, zucht bij elke bel, wil per se haar soap op tv zien en laat Jamila al het werk doen. Jamila en Annet hebben de taken verdeeld en afgesproken dat Annet mevrouw Abukar zal verzorgen. Met een half oog op de tv maakt Annet de insuline voor mevrouw Abukar klaar. Jamila komt even later langs de kamer van mevrouw Abukar en ziet haar op de grond liggen. Ze is bewusteloos. Jamila belt vlug het avondhoofd en de huisarts. Het blijkt dat mevrouw Abukar veel te veel insuline heeft gekregen. De huisarts vraagt Jamila en Annet hoe dat kan. Annet neemt het woord en zegt dat ze dat ook niet weet, en sist Jamila toe haar mond te houden. Het loopt goed af, maar Annet zegt geen woord meer tegen Jamila en gaat zo snel mogelijk naar huis. De volgende dag doet Annet net of haar neus bloedt. Jamila zit met een akelig gevoel en probeert met Annet te praten, maar Annet wil er niets over horen. `Er is niets aan de hand', zegt ze, `mevrouw Abukar is weer helemaal in orde, dus wat zeur je nou, Jamila?'

Een zitting van de rechtbank

Thema 1

35

Vragen

1 2

Wat kan Jamila doen? Benoem voor elke vorm van rechtspraak of Annet hierdoor bestraft zou kunnen worden en wat voor soort uitspraak of straf het dan zou kunnen zijn.

Het maakt voor een rechter een groot verschil hoe je met de fout die je hebt gemaakt, bent omgegaan. Heb je zorgvuldig gehandeld of heb je je verantwoordelijkheid niet serieus genomen en ben je slordig of onachtzaam geweest? Heb je je fout direct gemeld nadat je hem bemerkt hebt, om de gevolgen zo klein mogelijk te houden? Of heb je hem geprobeerd te ontkennen? Ben je een gesprek erover aangegaan? Of ben je dit uit de weg gegaan? Ben je getuige van een fout van een ander en meld je dit, wanneer de ander zelf weigert? Of help je de ander mee de fout te ontkennen? Ook hier geldt: eerlijkheid duurt het langst. Hoewel het natuurlijk erg is, kan iedereen een fout maken. Wanneer je daarna snel en juist handelt, zal de zorgvrager er zo min mogelijk gevolgen van ondervinden en krijg je waarschijnlijk geen of alleen een lichte straf. Gelukkig doet bijna elke verzorgende met kennis, kunde en inzet haar werk. Het is daarom niet nodig bang te zijn voor de wet BIG. Deze wet is er juist om op een eerlijke manier de kwaliteit van de gezondheidszorg te verbeteren en te beschermen. Uit onderzoek blijkt dat de meeste verzorgenden, artsen en zorginstellingen daarom ook tevreden zijn over de wet BIG.

36

Thema 1

Samenvatting

De wet BIG bewaakt de kwaliteit van de verleende zorg. Wanneer die te wensen over laat en de zorgverlener de zorgvrager onzorgvuldig, ondeskundig of onfatsoenlijk behandelt, kan deze worden bestraft. Er zijn zes manieren om een zorgverlener te straffen: Het tuchtrecht. Dit is een onderdeel van de wet BIG. Het tuchtrecht geldt niet voor verzorgenden. De strafbepalingen in de wet BIG. Voor verzorgenden zijn drie bepalingen van toepassing: onbevoegd een voorbehouden handeling verrichten, schade aan de gezondheid van de zorgvrager toebrengen of een beschermde titel voeren. De zorgverlener kan een geldboete of een gevangenisstraf krijgen of uit het beroep worden gezet. Het klachtrecht. De zorgvrager kan een klacht indienen. Dit leidt tot een advies aan de instelling om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Het burgerlijk recht. De zorgvrager kan de instelling waar de zorgverlener werkt aansprakelijk stellen voor de geleden schade. De instelling betaalt een schadevergoeding aan de zorgvrager. De zorgverlener betaalt niet zelf. Het arbeidsrecht. De instelling kan de zorgverlener aanklagen via het arbeidsrecht. De zorgverlener kan als hoogste straf worden ontslagen. Het strafrecht. De zorgvrager doet aangifte bij de politie. De officier van justitie stelt een vervolging in. De zorgverlener kan een geldboete of een gevangenisstraf krijgen.

Thema 1

37

Opdrachten

Kennisopdracht

1 2 3 4 5 6 7 8 9 Het tuchtrecht van de wet BIG geldt niet voor verzorgenden. Heb je dan wel iets met de wet BIG te maken? Wanneer het goed afloopt, is het dan nodig een fout toch te melden? Wanneer een zorgvrager een schadevergoeding wil eisen, via welke rechtbank moet dit dan? Wie moet die betalen? Je begint in je eentje een thuiszorgbureautje. Via het burgerlijk recht eist meneer Van Zanten een schadevergoeding. Wie moet die betalen? Jan is slachtoffer van een slordige chirurg. Hij wil dat de man niet meer mag werken. Naar welke rechtbank moet hij stappen? Annabel is ook slachtoffer van diezelfde chirurg. Zij wil de kosten van een hersteloperatie op hem verhalen. Naar welke rechtbank moet zij? Door fouten van dezelfde chirurg is het dochtertje van de familie Klinkhamer gehandicapt geraakt. Zij willen de man achter de tralies zien. Welke rechtbank is er voor hun probleem? Het ziekenhuis waar de chirurg werkt, wil de samenwerking met hem opzeggen. Waar vragen zij dat aan? Bram vraagt zich af waarom er niet eerder is ingegrepen. Hij wil weten hoe het ziekenhuis is omgegaan met de berichten die er al eerder waren. Waar kan Bram deze vraag kwijt?

Samenwerkingsopdracht

Onderzoek

Doel

Hoewel iedereen in de zorg zijn best doet, gaat er toch nog wel eens iets fout. Soms komt dat ook in het nieuws. Veel verhalen zijn verdrietig en bezorgen veel pijn bij de zorgvrager of zijn familie. Niets raakt je immers zo erg als schade aan je eigen gezondheid of die van je naaste. Ook veel zorgverleners die een fout maken, lijden onder wat ze de zorgvrager hebben aangedaan. Net als de zorgvrager en zijn familie heeft ook de zorgverlener vaak hulp nodig om er na het gebeurde weer bovenop te komen.

Voorbereiding

Verdeel de groep in vijf subgroepjes.

38

Thema 1

Benodigdheden

Minimaal vijf computers met internetaansluiting.

Uitvoering

Elk groepje krijgt een van deze taken: Zoek op internet naar drie gevallen waarin het tuchtrecht uitspraak heeft gedaan. Zoek op internet naar drie gevallen waarin het klachtrecht uitspraak heeft gedaan. Zoek op internet naar drie gevallen waarin het burgerrecht uitspraak heeft gedaan. Zoek op internet naar drie gevallen waarin het arbeidsrecht uitspraak heeft gedaan. Zoek op internet naar drie gevallen waarin het strafrecht uitspraak heeft gedaan. Beschrijf de situatie kort. Beschrijf welke straf opgelegd is. Als je afgaat op de beperkte informatie die je hebt, is de zaak dan in jullie ogen goed afgehandeld? Is de reactie van de zorgverlener duidelijk? Heeft deze berouw? Of was er sprake van opzet of onverschilligheid?

Evaluatie

Presenteer als groepje jullie gevallen aan de andere groepjes. Volg de presentaties van andere groepen. Wat vind je van de kwaliteit van jullie eigen product, vergeleken bij dat van de anderen?

Thema 1

39

40

Thema 1

Information

9006924237_bw.indd

41 pages

Report File (DMCA)

Our content is added by our users. We aim to remove reported files within 1 working day. Please use this link to notify us:

Report this file as copyright or inappropriate

822275


Notice: fwrite(): send of 210 bytes failed with errno=104 Connection reset by peer in /home/readbag.com/web/sphinxapi.php on line 531